De 'Kerstverluchtinge' op de Marolle (sinds 1955)

De geboorte van Jezus Christus wordt herdacht op 25 december. Dat is geen toeval. De Germanen vierden reeds van oudsher omstreeks 21 december - de kortste dag van het jaar - hun joel- of winterzonnewendefeesten. Gedurende een dagenlange roes celebreerden ze in 'putteke winter' de overwinning van het zonlicht op het duister en het lengen der dagen. Dit ging gepaard met vuurstapels, lampen en kaarsen. In de vierde eeuw na Christus zou de Romeinse keizer Constantinus de Grote Kerstmis op de kalender naar 25 december hebben verplaatst. Op deze datum werd tot dan in Rome de terugkeer van de zonnegod ('Sol Invictus', de 'onoverwinnelijke zon') gevierd. Aldus werd de geboorte van Christus als het Licht van de wereld (zie Evangelie van Johannes) vastgelegd op de datum waarop voordien heidense rituelen zon en licht aanbaden.

Ook de inwoners van de Marolle waren niet ongevoelig voor deze symboliek en brachten in 1955 licht in de duisternis van hun winterse wijkstraten. Het jaar voordien had het Kruishoutemse gemeentebestuur sparren laten plaatsen in het centrum ... de Marolliens zagen het met lede ogen aan! Remi Bauters ging aankloppen bij de burgemeester en in 1955 prijkten er tijdens de Kerstdagen ook sparren in de Marollewijk. Diezelfde Remi Bauters sprak électricien Jozef Dhondt aan om er lampen in te hangen, wat twee jaren later wegens een gebrek aan fondsen evenwel teloorging. Ondanks een geldinzameling bij lokale neringdoeners en een drietal Vlaamse Kermissen kwam er geen schot in de zaak. Het was weer Remi Bauters die in 1958 de nodige stappen zette voor de oprichting van een comité. Het jaar daarop, in 1959, legden vier Marollenaars tweeduizend Belgische franken samen voor een fatsoenlijke kerstverlichting. Waar het in 1959 nog palen en lichtkransen moest huren, slaagde het comité bij het begin van de zestiger jaren erin om een veertigtal grote sparren aan te kopen. Deze werden meteen vakkundig gepeld en in de verf gestoken. Mettertijd werden de palen vervangen door kransen aan de voorgevels én een heuse straatverlichting. Pionier Jozef Dhondt hierover in dagblad 'Het Volk' (2 december 1999): "Werd aanvankelijk alleen de onmiddellijke omgeving van de kerk versierd, dan baadt nu de volledige Lozermolenstraat (Passionistenstraat) in het licht. Ooit breidden wij de verlichting uit naar de Duifhuisstraat en de Deinsesteenweg, maar dat was eigenlijk wel een beetje teveel van het goede. Voorts zorgen wij ook voor de grote kerststal aan de kerk'. Het comité zag zich van meet af aan geconfronteerd met geldzorgen. In 1962 bedacht het de verkoop van steunkaarten, maar dat werd als te bedelachtig ervaren. Toen kwam Jules Van Houtte voor de dag met een subliem idee ; vanaf 1964 zou het comité Driekoningen zingen op de eerste zaterdag van het nieuwe jaar om geld in het laatje te brengen. Deze traditie staat nu - 45 jaren later - nog pal overeind. Hoe gaat het in zijn werk ? Over naar meester(lijk)-muzikant Johan Van Cauwenberghe in dagblad 'Het Volk' (1995): "Om de kosten van de versiering te kunnen betalen, trekken de leden op stap. Drie van hen zijn verkleed zoals de drie koningen, de andere leden dragen een zwart kostuum met een zwarte bolhoed". (zie foto van de Driekoningenzangers vermoedelijk op het einde van de jaren tachtig aan de kerststal vóór de Sint-Gabriëlskerk. Van links naar rechts : Johan Van Cauwenberghe, Véronique Dhondt, Darline De Baere, Roland Willems, Jules Van Houtte, Michaël Bauters, Frans Vandemoortele, Jozef Dhondt, Georges Van Bruane en André De Baere).

marollecomite

"Wij dragen een oude draaiende ster mee. Het is een vermoeiende dag. Van negen uur 's morgens het wijzertje rond gaan wij liedjes zingen bij de plaatselijke bevolking. Elk jaar schrijf ik een nieuw liedje. Het ene jaar houden we onze tocht op de Marolle zelf, het andere jaar zingen we in de centrumstraten. De meeste mensen zijn hierover zeer enthousiast. Het is een ware traditie geworden.", aldus meester Johan. Anonieme getuigen beweren dat de zangers tijdens deze koude tocht hun stem plegen op te warmen 'méé een dreupelke en een pintse'.

Op zaterdag 9 januari aanstaande doen ze het centrum van Kruishoutem aan. Open uw deuren, uw harten en uwen portemonnee ! De opbrengst zorgt immers - samen met subsidie van het gemeentebestuur - nog steeds voor de broodnodige financies van de 'Kerstverluchtinge'. De kosten ervan zijn inderdaad behoorlijk ; al in de zeventiger jaren moest jaarlijks 9.000 Belgische franken worden opgehoest voor verlichting, elektriciteit, aansluitingen, keuring en verzekeringspolis. In de jaren tachtig was de kostprijs verdubbeld. Desondanks slaagde het comité er nu en dan in om een deel van het matig, maar batig saldo te spenderen aan goede doeleinden.

Het Kerstverlichtingscomité kende tot nu toe vier voorzitters : Remi Bauters, Jules Van Houtte, Michaël Bauters en momenteel Marc De Baere. Maken anno 2009 verder deel uit van het comité : Marc Blancke, Jozef Dhondt, Johan Taelman, Johan en Bart Van Cauwenberghe. Regelmatig worden nieuwe leden aangezocht het comité te vervoegen en dat is nodig, zoals Jules Van Houtte reeds in 1982 opmerkte: "want er komt meer bij kijken dan de mensen op Kerstmis te zien krijgen ; dagen van tevoren moeten we de lampen testen, leidingen uitproberen, sockets nazien, sterren herstellen, de stal plaatsen, palen oprichten. Daarom hebben we die laatste trouwens vervangen door een nieuwe werkwijze, want dat was geen lachertje bij vriesweer ... We moesten er met de 'pioche', hamer, beitel, warm water en brandende nafte op los !".

Le moment suprème is natuurlijk het aansteken van de verlichting. Jules Van Houtte hierover in 1982: "We organiseren steeds op een zaterdagavond vóór Kerstmis een kleine ontvangst van het schepencollege en burgemeester. Na de mis draait deze laatste op onze vraag de 'knop' om.". Het zal ook nu niet anders zijn. U wordt, geachte lezer, hartelijk uitgenodigd op zaterdag 5 december om 17.00 u. in de Sint-Gabriëlskerk van de Marolle voor de officiële inwerkingstelling van de verlichting, H. Mis en receptie. Het comité hoopt er U talrijk te mogen begroeten, want: goede tradities zijn er om in ere te houden!