Lost in music: Stephan De Jonghe (1902-1933)

Stephan De Jonghe 1902-1933De discogroep Sister Sledge bezong het in 1979, maar decennia voordien al was er een Kruishoutemnaar die zich verloor in muziek, die zijn korte leven voor tweehonderd procent wijdde aan de schone kunsten, in de eerste plaats aan klassieke muziek. Zijn naam: Stephan De Jonghe (1902-1933) (zie foto). De man was in zijn tijd alom geroemd. Heden ten dage is hij zo goed als vergeten.

Stephan De Jonghe werd op 21 oktober 1902 - deze maand dus 110 jaar geleden - geboren in de conciërgewoning (zie foto) van het kasteel van Ayshove. Zijn vader Remi Emiel (1868-1960) was er hovenier. Met zijn vrouw Maria Sidonia Tijtgat (1866) had Remi naast Stephan nog vijf andere kinderen. Allen stierven ze jong, wat telkens ware mokerslagen waren voor het ouderpaar.

 

Ayshove conciergehuis

 

Stephan had van kindsbeen af muzikale interesse én talent. Met zin voor romantiserende overdrijving stelden zijn bewonderaars na zijn overlijden dat het kasteelpark een vruchtbare voedingsbodem zou zijn geweest voor zijn kunstzinnige geaardheid: “Wellicht heeft het bestendig contact met dit prachtig natuurlijk kader tijdens zijn prille jeugdjaren bijgedragen tot het ontluiken van een drang naar schoonheid en harmonie.” (uit ‘In Memoriam - Herdenking St. De Jonghe’ door Dr. Bernard Huys). Hoe dan ook, het jongetje had aanleg en dat merkte Prudent Van Rechem, koster-orgelist van de Sint-Eligiuskerk. Hij overtuigde Remi en Maria om hun zoon muziek te laten studeren. In 1917 mocht de knaap pak en zak maken voor de Vrije Normaalschool in Sint-Niklaas, waar hij tot 1921 zou studeren. Ondertussen verhuisde de familie De Jonghe op Oudejaarsdag 1919 van Kruishoutem naar Meldert, een jaar later naar Aalst.

Zoon Stephan begon aan een indrukwekkend parcours:

  • In 1921 haalde hij aan de Normaalschool te Sint-Niklaas het diploma van onderwijzer-orgelist.

  • Op 30 juli van hetzelfde jaar mocht hij te Brussel het getuigschrift van leraar harmonie in ontvangst gaan nemen.

  • In 1923 behaalde hij het diploma van bibliothecaris.

  • Intussen spendeerde hij zijn vrije tijd aan de studie van de piano. In 1925 kaapte hij te Brussel de eerste prijs weg voor klavier in de hogere graad.

  • Daarmee was zijn artistieke honger niet gestild. Hij ging colleges volgen aan het Hoger Instituut voor Kunstgeschiedenis en Oudheidkunde van de Gentse Universiteit, waar hij in juli 1931 met grootste onderscheiding zijn licentiaatsdiploma in de wacht sleepte. Zijn thesis had als onderwerp “De fonoplaat in dienst van het muziekonderwijs. De fonoplaat in dienst van de muziekgeschiedenis”.

Op 15 september 1921 was De Jonghe leraar lager onderwijs geworden aan het Sint-Maartensinstituut (’t Klein College) te Aalst, waar hij zou aanblijven tot 1929. Op 18 november 1926 - hij was pas 24 jaar - maakte hij zijn debuut als pianist in hometown Aalst. Een jaar later bracht hij er zijn enige eigen compositie ‘Zoeklicht’ op de bühne (spijtig genoeg zijn de partituren ervan verloren gegaan). Vervolgens laadde hij zijn Pleyel piano op de camion voor een tournee door Vlaanderen. Met Marcel Boereboom (1902-1985) gaf hij van 1929 tot 1932 14 succesvolle recitals voor dubbele piano in diverse Vlaamse steden: Brussel, Leuven, Mechelen, Mol, Deinze, Eeklo, enz … Bij die concerten ging het educatieve luik nooit verloren; telkens was er een begeleidende causerie. Die inleidingen werden meestal verzorgd door de bevriende priester-musicus Augustinus Verhaegen, die in Stephan een compagnon de route zag - en wellicht meer dan dat - waarom geen priesterroeping ? Hij zou zich deerlijk vergissen.

Musiceren volstond niet voor de nimmer stil zittende De Jonghe. Hij wilde de klassieke en eigentijdse componisten dichter bij het Vlaamse volk brengen. Hij wilde concerten organiseren. Hij wilde zijn liefde voor muziek delen, mededelen, promoten. Stephan was inderdaad niet enkel aangestoken door de muziekmicrobe, er ging ook duidelijk een onderwijzer in hem schuil. Een combinatie die wellicht deels zijn ongedurig streven verklaart en zijn korte leven domineerde. Vanaf 1926 publiceerde hij artikels over muziek(geschiedenis) in tijdschriften en dagbladen. Enkele titels om u een idee te geven: “Debussy, Satie. En dan?”, “Muziekonderricht op de lagere school. Nieuwe horizonten. De definitieve breuk”, “De Vlaamsche muziek en componisten in de 19de en 20ste eeuw”. In 1929 startte hij de jaarlijkse organisatie van drie à vier concerten te Aalst, die vrij snel een internationale renommée kregen. De toen befaamde violisten Marta Linz (1898-1982) en Vasa Prihoda (1900-1960) maakten hun opwachting in de Ajuinstad, respectievelijk in 1931 en 1933. Nu nog gaat er een driejaarlijkse internationale pianowedstrijd door, georganiseerd door de Stephan De Jonghe Stichting.

Beroepshalve werd Stephan in 1932 studiemeester aan het Atheneum van Aalst en leraar harmonie en muziekgeschiedenis aan de Stedelijke Muziekschool. Datzelfde jaar ging hij aan de slag bij de nog in zijn kinderschoenen staande NIR (Nationaal Instituut voor de Radio-Omroep, voorloper van de BRT, nu VRT). Hij bracht er klassieke muziekstukken die hij met zijn bevattelijke commentaar toegankelijk maakte voor de jeugd. Meteen werd hij een pionier van de schoolradio.

Waar deze duizendpoot nog de tijd vond voor de liefde, blijft een raadsel. Tot verbijstering van zijn boezemvriend Augustinus Verhaegen maakte de jonge virtuoos kennis met Yvonne Van den Sype, een verpleegster uit een vooraanstaande Aalsterse familie. Het kwam tot een verloving (waarschijnlijk) in 1929. Maar, haar familie was daarmee niet ingenomen. Was de studiemeester-pianist, zoon van een simpele tuinman uit Kruishoutem, hen te min ? Tot een huwelijk kwam het niet, want …

… op 15 december 1933 zou Stephan een radioprogramma wijden aan ‘Woudromantiek’. Nog vóór hij in de ether ging, werd hij onwel. In allerijl werd hij afgevoerd naar het Institut Médico-Chirurgical te Etterbeek. Het mocht niet baten. Op 30 december overleed hij aan de gevolgen van een acute blindedarmontsteking. Zijn verloofde zou nooit in het huwelijk treden.

Zie: VERLEYEN Wilfried (Herman), De Aalsterse musicus en musicoloog Stephan De Jonghe (1902-1933) en de abdij Affligem, Jaarboek Hultheim 2008, p. 196-201, en www.stephandejonghe.be.