MET SLIJK TOT AAN HET LIJF. ONDER HET VUUR DER DUITSCHE MITRAILLE

Op 18 oktober 1918 - afgelopen maand 99 jaar geleden - sneuvelt een luttele drie weken vóór het einde van de Eerste Wereldoorlog de 23-jarige Wannegem-Ledenaar Charles Thomaes ten zuiden van Brugge. Charles werd opgenomen in Hultheims Eregalerij der Krasse Kruishoutemnaren als symbool voor de (maar liefst) 83 Kruishoutemse jongens die in militaire dienst hun leven gaven tijdens de Groote Oorlog.

graf charles thomaes

Charles wordt geboren op 21 augustus 1895 te Wannegem-Lede. Na de dorpsschool gaat hij op internaat in het Collège St. Antoine de Padoue te Ronse. Op 3 augustus 1914 valt Duitsland België binnen. Iets meer dan 2 maanden later - op 13 oktober van dat jaar - neemt Charles, zoals duizenden andere van vaderlandsliefde doordrongen jongeren, dienst als oorlogsvrijwilliger “pour la durée de la  guerre”. Hij is dan 19 jaar en 2 maanden jong. Hij wordt meteen op konvooi gestuurd naar een militair opleidingscenter te Auvours, in de buurt van het Franse Le Mans. De dag erna - op 14 oktober 1914 - komen Duitse troepen in Wannegem-Lede toe en eisen onderdak op in het ouderlijke huis.

Via zijn brieven en weliswaar onregelmatig bijgehouden dagboekjes kunnen we het wedervaren van piot Thomaes doorheen de oorlog volgen. De zes maanden durende opleiding in Frankrijk is zwaar, met ellenlange driloefeningen onder toezicht van ongeschoolde en onbekwame instructeurs. Charles houdt er de moed in. Op 20 februari 1915 schrijft hij naar pa Leo en ma Marie-Louise: “Onze oefeningen beginnen wij zeer goed te kennen. Wij verlangen niets anders meer dan te mogen afkomen om (den Duits) klop te geven.”. In realiteit zijn de vervelende exercities voor de soldaten een reden te meer om zo snel mogelijk naar het front te willen vertrekken.

Op 26 april 1915 wordt Charles Thomaes ondergebracht in het 10de Linieregiment, 2de bataljon, 5de compagnie en naar het front gestuurd. Voor de Belgische strijdkrachten is dat de strook achter de onder water gezette IJzervlakte, van de kust tot ten noorden van Ieper. Nieuwjaar 1916 begint voor de Ledenaar explosief. In een ironische bui noteert hij in zijn dagboek: “Tranchée 22. Op voorpost nevens de Franschman. Om 11 uur wenschte onze artillerie een gelukkig nieuwjaar met eenige obussen en houwitsers. Om 12 uur werden wij begroet met ongeveer 100 obussen.” Charles heeft zich dan ingegraven achter de spoorweglijn in de buurt van Nieuwpoort.

Het leven van onze Wannegem-Leedse soldaat speelt zich uiteraard af aan het front, maar wordt afgewisseld met bewakingsopdrachten aan de noord-Franse kust, postbode lopen tussen de linies, transport van passerellen en andere oorlogsoutillering, enz. Charles wordt ook voor langere rustperiodes van het front weggehaald. Zo bezoekt hij enkele keren Lourdes. Een vlammetje slaat over als hij in de buurt van Amiens op de hofstede van een uitgeweken Vlaamse boerenfamilie kennis maakt met de montere Maria De Weirdt. Meerdere keren gaat Charles er bij het landbouwersgezin op repos. De correspondentie tussen de jongelieden getuigt van een voorzichtig ontluikende liefde, die door het verdere verloop van de oorlog evenwel geen kans zal krijgen.

Het leven in de loopgraven is hard, zelfs op Kerstmis: “25.12.1916 - In den morgen begon het te sneeuwen. Op den kouden en natten grond moesten wij den dag doorbrengen. Wij werden onder de sneeuw gedekt zoo als de hazen. Wat een Kerstdag!!!”. Een week later ziet Charles het wat positiever in. Gelouterd door anderhalf jaar oorlog noteert hij in zijn dagboek: 31.12.1916 - Geheel den dag werden we gebombareerd met zware obussen. Twee obussen kwamen op onze abris te ontploffen maar kwamen er niet door. ’s Avonds vertrokken we voor 12 dagen in repos; wat een vreugde !”.  In 1917 neemt Charles praktisch geen notities. Begin 1918 vinden we hem terug in de Tranchée du Tour bij Merkem. Hij verzuipt er net niet in zijn weerstandsputje: 15.01.1918 - in Tranchée de la Tour; klein abri met 2 man, 12 u regenen zonder ophouden (met mijnen vriend Paunier), de tranchée moeten verlaaten, velen vielen ziek (bevroren voeten). 16.01.1918 - met slijk tot aan het lijf, nog naar de obusputten. Gekomen aan het vliegmachien, onder het vuur der Duitsche mitraille. Achter mijnen rug werden mannen van de Genie gekwetst.”.

Op 28 september 1918 starten de geallieerden het ultieme bevrijdingsoffensief. Twee dagen later ligt Charles in reserve te Roggeveld, tussen Zarren en Esen. Het 10de Linieregiment raakt betrokken in gevechten bij Kortemark (14.10.1918), Torhout (16.10.1918) en aan de Ringbeek (Wingene, Hertsberge, Oostkamp op 18.10.1918). Op vrijdag 18 oktober 1918 komt Charles Thomaes samen met 13 andere Belgische soldaten om bij de aanval op het kasteel van Hertsberge.  Een aalmoezenier die hij hem bijstaat in zijn laatste uur getuigt: “In de herberg ‘De Schaare’ tussen Waardamme en Hertsberge, was ik gekwetste soldaten aan het verzorgen toen men Charles binnenbracht. Een kogel was door zijn schouders en borstkas heen gegaan. Hij vroeg me of hij in gevaar was. Ik zei hem dat hij ene gevaarlijke wonde had, maar het maakte hem niet bang. Hij had 4 dagen tevoren gebiecht en ik gaf hem de absolutie en het Heilig Oliesel. Hij voelde de dood naderen, maar bleef bewonderenswaardig kalm en vredevol. Hij hield steeds mijn handen vast en kneep nog harder toen de pijn verergerde. Samen hebben wij gebeden en toen zijn stem het begaf, bleven zijn lippen prevelen. Nooit heeft de dood me meer getroffen dan toen; hij was een model van een soldaat die viel voor God en Vaderland.”.

Charles wordt voorlopig ter aarde besteld op het kerkhof van Westvleteren. Op 11 november 1918 om 11u zwijgen de wapens. Een kleine drie jaren later, op 30 augustus 1921 volgt de herbegrafenis te Lede. Zijn laatste rustplaats wordt gesierd met een bloemenkrans van de familie De Weirdt. Maria zal haar Charles nooit vergeten en op 80-jarige leeftijd ongehuwd sterven.

Deze Kroniek is een samenvatting van het beklijvende artikel van THOMAES Paul, ‘Met slijk tot aan het lijf, onder het vuur der Duitsche mitraille. Dagboek en oorlogscorrespondentie van Charles Thomaes, frontsoldaat 1814-1918 van Wannegem-Lede’, jaarboek Hultheim 2005, p.134-181. Zie ook: http://www.hultheim.be/index.php/andere-publicaties/308-met-slijk-aan-het-lijf-onder-het-vuur-van-de-duitsche-mitraille-biografie-dagboek-en-briefwisseling-van-frontsoldaat-charles-thomaes-paul-thomaes