Ze sneuvelden voor ons

In 2014 zal het begin van de Eerste Wereldoorlog overal worden herdacht. In afwachting daarvan zijn we op 11 november aanstaande toe aan de 93ste verjaardag van het einde van diezelfde Grooten Oorlog. Toen de Duitsers zich op 11 november 1918 om 11.00 u. in de voormiddag overgaven, waren ze nog steeds in ons land. Meer nog, ze boden nog hevig weerstand in onze eigenste regio. Vanaf 28 september waren ze vanuit de loopgraven aan de IJzer oostwaarts teruggedrongen en op 20 oktober alhier beland met de Franse troepen achter zich aan. Op de hoogten ten zuiden van Kruishoutem langsheen de Anzegemsesteenweg trokken ze tot aan de grens met Wortegem een tussenstelling op met de bedoeling om weerstand te bieden en zodoende hun eenheden meer tijd te geven om achter de Schelde terug te trekken.

De Fransen slaagden er niet in om alleen de klus te klaren, vanaf 31 oktober zouden de Amerikanen ter hulp snellen. Samen zouden ze dat Duitse varkentje wel eventjes wassen ... In 1917 was inderdaad ook de USA op het strijdtoneel verschenen. Zo was de 37ste US Infantry Division op 6 juni 1918 vanuit de States ingescheept naar Europa om eerst te worden ingezet in de Vogezen op 4 augustus en vervolgens aan het Maas-Argonne front op 16 september. Op 18, 19 en 20 oktober werden de manschappen op de trein gezet richting Vlaanderen. In de nacht van 30 op 31 oktober 1918 stond de 37th Div. al te Olsene om er de 132ste Franse divisie af te lossen.

Bedoeling was om den Duits uit Kruishoutem te verdrijven op donderdag 31 oktober. Tezelfdertijd zou de Franse 128ste Div. vanuit Waregem attaqueren richting Nokere en Herlegem. Generaal- Majoor C.S.Farnsworth stippelde uit dat de aanval zou beginnen om 5.30 u. in de ochtend. Vertrekkend aan Olsene statie zou de 37th Div. na 3 uren de lijn Karreweg-Huttegem (ter hoogte van de huidige E17) moeten bereiken om vervolgens via een omtrekkende beweging langs Lozer (Neerrechem) de Duitsers omstreeks 13.30 u. in de rug te vallen te Wannegem (bij Hoeve De Keete). Het zou anders uitdraaien ... Sinds de jongens van de 37th Div. in Vlaanderen waren toegekomen, hadden ze niets anders gekend dan een gestage, miezerige regenval. Slijk en modder lagen als een slappe deeg over de stuk gereden straten. Ook donderdag 31 oktober 1918 was een grijze, mistige dag met motregen, die hen deed verkleumen onder hun soldatenplunje. In die omstandigheden keken ze aan tegen een mars door de modder, heuvelopwaarts richting Kruishoutem. Iedereen die anno 2011 van de E17-afrit naar Kruishoutem centrum rijdt, weet dat de weg de hoogte ingaat (niveauverschil van 40 meter). Onze American boys hadden geen wagens en moesten op hun weg afrekenen met Duitse mitrailleursnesten en met vijandelijke artillerie die stond opgesteld in het centrum en ten zuiden van Kruishoutem. Het beloofde geen pretje te worden ... en dat werd het ook niet.

Om 5.25 u. brak de hel los. De geallieerden legden eerst een tapijt van artillerievuur neer dat de Duitsers moest doen achteruitwijken. Ze kregen evenwel meteen lik op stuk; de vijand reageerde met gasgranaten. Op het Amerikaans Kerkhof te Waregem liggen 152 soldaten van de 37th Div. begraven; 34 ervan vielen in de ochtenduren van die sombere 31ste oktober te Olsene onder het Duitse afweervuur vanuit Kruishoutem. Vele Amerikaanse piotten sneuvelden nog vóór ze goed en wel aanstalten konden maken om 'over the top' te gaan in Kruishoutem. Vijftien werden meteen neergemaaid in de dorpsstraten van Olsene, waaronder de 26-jarige Private James Morrow. In de eerste seconden van de aanval kreeg hij een kleine granaatscherf in de nek. Hij weigerde zich te laten verzorgen en streed verder. Om 7.00 u. werd hij opnieuw geraakt door een shrapnel. Deze keer ernstiger; zijn rechterzijde was opengereten. James overleed tijdens zijn transport naar het veldhospitaal. Ook voorbij het station van Olsene moesten de Yankees spitsroeden lopen onder het Duitse afweervuur. De 29-jarige Supply Sergeant Paul A. Schnell leidde zijn company als één der eersten over de spoorweg. Hij werd zowel door granaatscherven als door mitrailleurvuur afgemaakt. 250 meters verder sneuvelde Private Edward J. Mahan. Een Duitse artilleriegranaat ontplofte om 6.00 u. vóór hem op de weg. Fragmenten ervan troffen hem in het hoofd, waardoor een deel van zijn schedel werd afgerukt. Edward viel, dodelijk getroffen, voorover op handen en knieën.

Om 8.30 u. zat de 37th Div. desondanks nog op (tijd)schema. Het eerste objectief (lijn Karreweg- Huttegem) werd bereikt. Maar van dan af werd het moeilijker. De Yanks stonden nu immers vlak vóór de heuvelrij van Kruishoutem en de 12de Franse Div. kon hen op de linkerflank te weinig steun geven. Een deel van de divisie was daardoor genoodzaakt af te buigen richting Marolle en noteerde om 10.00 u. 30 doden, 70 gewonden en 40 vermisten. De opmars stokte, de US soldiers bleven steken in de modder vóór Kruishoutem. Om 11.30 u. was de 73ste brigade amper 200 m. opgeschoten voorbij de Karreweg. De 24-jarige Corporal John A. Tague werd op de middag in het hoofd getroffen door een kogel terwijl hij probeerde in een omtrekkende beweging een vijandelijke mitrailleur uit te schakelen. Hij was op slag dood. Om 13.10 u. meldde de 74ste Brigade dat ze waren gestopt aan de voet van de heuvelrij (richting Marolle): "Slachtoffers door artillerievuur. Dringend verzoek om tegenvuur.". Private James M. Stech werd op patrouille gestuurd. Hij kwam niet levend terug. James, van Boheemse afkomst, had vier dagen ervóór nog aan zijn ouders geschreven dat België veel mooiere en vruchtbaarder landbouwgrond had dan Frankrijk en dat hij alles wel zou vertellen bij zijn terugkeer. Pas na de Wapenstilstand werden zijn ouders op de hoogte gebracht dat hun zoon was gesneuveld in Flanders Fields ... De Amerikanen planden een relance van hun aanval om 15.00 u. Het maakte echter niet veel meer uit, de terreinwinst betrof amper nog enkele morzels grond. De voorste bataljons kwamen tot op een kilometer vóór het centrum van Kruishoutem. Bij deze poging kwam de 27-jarige Private Sherman H. Williams door friendly fire om het leven. Hij kreeg scherven in de borst van een granaat van het eigen artillerievuur ...

 

Amerikaans kerkhof

Toch had de 37th Div. die 31ste oktober succes geboekt. Ze was 4 km. vanuit Olsene opgerukt en had 11 Duitse officieren en 295 soldaten krijgsgevangen gemaakt. Om 17.00 u. kregen de verkleumde manschappen het order zich in te graven voor de nacht. De dag nadien, op 1 november 1918, zouden ze Kruishoutem bevrijden en hun hoofdkwartier tijdelijk in de Hoogstraat onderbrengen. Elf dagen later was de Wapenstilstand een feit. De 37th Div. telde tijdens haar herfstcampagne van 25 oktober tot 11 november 1918 1.648 slachtoffers; 401 doden en 1.247 gewonden. 152 ervan rusten op het Flanders Field American Cemetery (zie foto) te Waregem. Daarvan kwamen er einde oktober - begin november 46 om in Olsene en 22 in Kruishoutem. De dodentol lag natuurlijk hoger, ook onder de burgers. Meer info daarover vindt u in het artikel "Wereldoorlog I: de bevrijding van Crysanthen op Allerheiligen 1918" van Edwin De Borggraeve in het Hultheim-jaarboek van 2004.