Passionistenklooster, Kruiskouter, Waegebrughe.

Het aanzicht van de Passionistenstraat op de Marolle ondergaat een grondige face lift. Links naast de kakelverse passiefschool maakt het psychiatrische zorgcentrum ‘De Kruiskouter’ weldra plaats voor de nieuwe welzijnscampus ‘Waegebrughe’ van VZW Vijvens, momenteel reeds beheerder van de homes Sint-Petrus te Kruishoutem en Vijvens te Huise.

Op 30 juni verlieten de Broeders van Liefde en hun laatste bewoners het voormalige Passionistenklooster, dat in het najaar normaliter onder de sloophamer gaat. De Sint-Gabriëlkerk en de Mariagrot (deze laatste weliswaar op een andere plaats) blijven behouden. Links en rechts ervan komen een woonzorgcampus, een dagzorgverblijf, assistentiewoningen, een dienstencentrum en een kinderopvang. De bouwwerken zouden in 2014 beginnen om in 2018 het glas te kunnen heffen op de openingsreceptie. Het is treffend hoe met beide projecten - zorgcampus en school - een brug wordt geslagen tussen verleden en toekomst met als blijvende, gemeenschappelijke noemer: zorg voor jong en oud.                                               

Zorg was inderdaad ook de bekommernis van de Paters Passionisten, toen ze een kleine negentig jaar geleden neerstreken op de Marolle. De orde had in elk bisdom een klooster, uitgenomen in het Gentse. In april 1924 besloten ze hieraan iets te doen. De paters zwermden over de provincie uit op zoek naar geschikte bouwgrond; Herzele, Zottegem, Sint-Maria-Lierde, Sint-Gillis-Waas, Louise-Marie, Mariakerke … nergens vonden ze hun gading. Tot ze op de Marolle kwamen. Op maandag 10 november 1924 stapte pater Celestinus, onderoverste van de Passionisten te Kortrijk, van de trein te Deinze en botste in de directe omgeving van het station meteen al op een geschikt perceel. Toch besloot hij verder te wandelen, richting Kruishoutem. Voorbij de Lulhoek kwam hij op de Marolle aangekuierd. Célestin kreeg dorst. Hij had een trip van 6 km. achter de rug en de dorpskerk van Kruishoutem bevond zich nog ’s 3 km. verder, zo vernam hij van de waardin van estaminet ‘De Marolle’ bij het bestellen van een trappist. Terwijl hij vervolgens peinzend stond te wachten op de tram die hem terug moest brengen naar Deinze, klonk een schoolbel - wat zeg ik ? - twee schoolbellen. Bij het zien van de vreemde zwartjurk knikten de Marolse meisjes bedeesd en namen de jongens beleefd ulder klakke van ‘t hoofd. “Braaf volk, een tramhalte, twee scholen, maar geen kerk”, dacht Pater Celestinus, “Hier valt iets te doen. Hier kunnen we welgekomen zijn”. De volgende decennia zouden uitwijzen dat hij het bij het rechte einde had.

De paters staken er meteen vaart achter. In de Lozermolenstraat (nu: Passionistenstraat) kochten ze een terrein van 2,4 hectare. Op 19 april 1925 stelden ze de Kortrijkse broers Vandenbulcke aan als aannemers. De eerste steen werd nauwelijks een maand later gelegd. Dat de Marolliens de paters graag zagen komen, was van meet af aan duidelijk. Met paard en kar trokken ze naar Deinze om er bakstenen en bouwmaterialen te gaan halen. Kerk en klooster werden in een recordtempo opgetrokken. Op maandag 2 augustus 1926 was de kerk klaar; op zondag 8 augustus werd ze ingezegend door de Kruishoutemse deken Bogaert. Midden 1927 kon ook het klooster de deuren openen; de inzegening ging door op zondag 7 augustus van dat jaar. Kostprijs alles inbegrepen: 1.524.062,75 BEF.

passionistenklooster-Marolle-Kruishoutem           

Het klooster functioneerde van in het begin als novicenhuis, een opleidingscentrum voor priesters en broeders. Het noviciaat was een contemplatie- en studieperiode van een jaar onder toezicht van een novicenmeester. Na dat jaar legden de fraters de geloften af van armoede, gehoorzaamheid en kuisheid en verhuisden ze voor hun verdere priesterstudies naar Diepenbeek. Paters, broeders en fraters waren gebonden aan strikte leefregels. Zo moesten ze elke nacht opstaan om van half één tot half twee te kerke te gaan voor de metten, de nachtelijke gebeden. Tijdens de maaltijden mocht er niet worden gepraat.

De paters werkten aan het zielenheil van de omwonenden. Triduüms, vastenpreken, sermoenen, communies, professies, kaarsofferandes, kerkelijk diensten allerhande rolden als een lawine over de hoofden van de Marollenaars. En met bijval; de publieke opkomst was even overweldigend. Ondanks de 530 kerkstoelen moesten vele gelovigen vaak recht staan. De paters waren gedreven volkspredikers; vanuit de Marolle trokken ze door Vlaanderen om voor te gaan in misvieringen, processies, gebedswakes en volksmissies. Als gastpredikers waren ze vaak te aanhoren op Lozermei. 

Vanaf 1968 - al dan niet toevallig het jaar van studentenrevolte, seksuele revolutie, dolle Mina’s en hippies - waren er echter geen postulanten meer in het klooster, dat zich nu voluit ging profileren als retraitecentrum. Hiermee hadden de paters op de Marolle reeds jaren ervaring; hun eerste retraites voor ‘jonkheden’ dateerden van 1932. Deze heroriëntering kende succes. In 1970 kwamen 1.474 gelovigen op bezinning. Twee jaar later was dat aantal gestegen tot 3.041.

Intussen bleven de Paters uiteraard de missen verzorgen in de kerk. Maar vooral hun bezielende rol in de wijk en hun impact op het lokaal jeugdverenigingsleven was niet te onderschatten. Figuren als broeder Hippoliet Leemans (1910-1984) en Gerolf Bral (1925-2004) hebben onmiskenbaar hun stempel gedrukt. Onder hun impuls ‘werd de jeugd van straat gehouden’ en kwam er een jongerenkoor, een gymnastenclub, een jongens- en meisjeschiro. De conferentiezaal en de kloostertuin werden regelmatig ter beschikking gesteld van de chiro, jeugdraad en andere Marolse verenigingen. Het toneelgezelschap ’t Komt in orde had zijn wieg in de schaduw van het klooster met als founding father broeder Jules Sterckx.

In september 1992 was hun rol evenwel uitgespeeld. Het kloostercomplex werd aangekocht door de Broeders van Liefde en omgevormd tot ‘De Kruiskouter’, een tehuis voor zestig psychiatrische patiënten. In april 1994 namen de nieuwe bewoners hun intrek. Deze zomer, 19 jaar later, verlieten ze het pand.

Eerst Passionistenklooster, dan Kruiskouter, nu Waegebrughe. Bewoners en bezoekers kwamen en gingen. Sites worden gebouwd, afgebroken, herrijzen uit de steigers. Desondanks ziet ieder de rode draad: een voortgezette passie voor zorg. Zorg voor de medemens. Samen met de school als buur zal de moderne campus een nieuw elan geven aan de Marolle. Dat staat nu al vast. Maar waar komt die naam ‘Waegebrughe’ vandaan ? U leest het op de website: www.hultheim.be.

      

Voor info: VERZELE Gaby, VERZELE Jozef en VAN CAUWENBERGHE Johan, De passionisten en de Marolle: 78 jaar intens samenleven, jaarboek Hultheim 2004, p. 202-228.