SCHRIKKELIJKE DONDERDEMENTEN EN GROUWELIJKE ONWEDERS

Natuurrampen confronteren de mens met zijn nietigheid. Hij staat naakt in de orkaan. Denk aan de tsunami in de Indische Oceaan van 2004 en de windhoos op Pukkelpop 2011. Persknipsels uit de oude doos (o.a. het Kruishoutemse weekblad ‘De Veldbloem’) leggen getuigenis af.  

Donder en bliksem

Op woensdag 5 juni 1861 tuurt een landbouwer te Lozer door het raam. Dan slaat het noodlot toe: “By het onweder van dezen namiddag, rond 4 uren, is den bliksem gevallen in het huys van den landbouwer F. De Smyter, te Lozer, toebehoorende aan baron Dellafaille, van Huysse. Na eerst een stuk van het bovenste der schouw afgenomen te hebben, is hy door den venster, waervoor den man de vrouw en een kleyn meysje stonden, in de keuken gekomen, heeft hy er een gedeelte van den haerd en den vloer opgebroken; van daer in de kamer, waer hy het slot eener kast afbrak en het bovenste deel afzette dat een Lieve Vrouwbeeld omver wierp en vervolgens het vensters uyttrok, na naby al de ruyten verbryzeld te hebben. Niemand heeft eenig leed bekomen ten zy den man, op zyn been, gelukkig dat er geen vuer gevat is, want anders was alles in asch gelegd.” (Den denderbode - 16.06.1861).

 onweer

Gitzwarte wolken pakken zich vier jaren later opnieuw samen boven de Eiergemeente: “Een schrikkelyk onweder van regen en donder is dezer dagen over de omstreken van Cruyshautem uytgeborsten. Vele huyzen en stallingen stonden onder water, en verscheydene straten zyn eenen meter diep uytgespoeld. Den donder is gevallen op den molen, toebehoorende aen den heer Aug. Haegens en gebruykt door heer Van de Wiele te Cruyshautem. Den mulder bovengegaen zynde om de prang te sluyten, is van den binnentrap geslagen, en buyten kennis op de zakken neergeworpen; eenige tyd nadien was hy weder zonder hinder in ’t bewustzyn; aen de pestels en as is de schade aanzienlyk.” (Den denderbode - 03.09.1865).

Natte zomers

1879 betekent voor Kruishoutem een zeiknatte lente en zomer. Een eerste persbericht hierover: “In de nacht van woensdag op donderdag heeft er een hevig orkaan over onze gemeente en omstreken gewoed. Het heeft sterk gedonderd, gebliksemd en geregend, en aanzienlijke schade werd door dit onweer aan verscheidene gebouwen toegebracht. De pannen werden bij menigte van de daken geslingerd en de wegen waren er van bedekt, alsmede van de ontwortelde boomen en andere voorwerpen.” (De Veldbloem - 31.05.1879). Anderhalve maand later: “De aanhoudende regen dezer dagen zal groote schade toebrengen aan de jacht. De jonge patrijzen zijn grootendeels omgekomen in de overstroomingen.” (De Veldbloem - 19.07.1879).

Tien jaren later houden zomerse onweders weer ravage. De Kruishoutemse spuiters staan echter pal: “D’Onweêrs - Welke schrikkelijke donderdementen en welke grouwelijke onweders! - Uit Bevere bij Oudenaarde, schrijft men ons: Och, Mr, wat helsch weêr! Hoe ontstuimig, hoe wild! Och arme, die schoone vruchten te velde hebben toch veel afgezien door dien overvloedigen stortregen, gepaart met hagelsteenen, zonder overdrevenheid bijna de grootte van een duivenei. - te Kruishoutem was ’t onweêr begonnen in den laten avond; de bliksem viel op een hooimijt van den smid Seews; rechtover ’t ke… (onleesbaar: ‘t Kelderken Gods ?); gelukkig dat de Pompiers rap te been waren en te werk of de schade kon groot zijn op ’t dorp.” (Het Land van Aelst - 14.07.1889).

Doodgebliksemd !

Ga voor de bliksem nooit schuilen onder een boom. Een klein kind weet dat. En toch: “Het onweder van Dijnsdag avond heeft, gelijk het te vreezen was, hier en daar verwoestingen veroorzaakt. (…) Te Huysse, was een inboorling van Nokere, sedert eenigen tijd in het klooster te Kruishautem in het klooster verblijvende, nog op de baan. Door het onweder verrast, verschool de man zich onder eenen trunk. Des anderdaags vond men hem levenloos onder den trunk liggen, naar alle waarschijnelijkheid door den bliksem getroffen, want op eenige meters van daar was er een kanadaboom aan splinters geslagen.” (Den denderbode - 02.10.1892). 

41 jaren nadien eisen de natuurelementen weer een slachtoffer: “Een man doodgebliksemd te Kruishoutem - Zaterdag namiddag rond 3 ure brak een verschrikkelijk onweder los over Kruishoutem. Rond 3 ure doorkliefde een hevige bliksemschicht de lucht gevolgd van een geweldigen donderslag. De 31-jarige Jules Nuytens , wonende wijk ‘Hooge’ was in gezelschap zijner vrouw en der 60-jarige buurvrouw Irma Gijsels, juist bezig met het gras te maaien; Nuytens en de vrouw werden ten gronde geworpen. Dadelijk werden de geneesheeren Jonckheere en Van Meerhaeghe ontboden die ter plaats kwamen en gedurende twee volle uren de kunstmatige ademhaling op het slachtoffer toepasten, doch zonder uitslag. De ongelukkige laat eene weduwe achter zonder kinderen; zij waren pas twee jaar gehuwd.  Nog een ongeval - Ter wijk ‘Lieve dochter’ rond hetzelfde uur, sloeg de bliksem in de woning van Remi De Wintere, thans verblijvend in Frankrijk. In huis bevonden zich de vrouw en de twee kinderen. De meubels werden vernield, een groot deel van het dak weggeslingerd en een der twee varkens in het kot doodgeslagen. Het ander varken werd ook getroffen.” (De Volksstem - 30.05.1933). De journalist heeft dermate aandacht voor de zwins dat hij vergeet te melden of vrouw en kinderen ongedeerd zijn gebleven. 

De ene donder is de andere niet

De mens voelt zich klein tegenover losgeslagen natuurelementen. Echter, reeds in 1879 steekt de verslaggever van weekblad ‘De Veldbloem’ de Kruishoutemnaren een riem onder het hart. Aan de kleur der wolken kan men volgens hem een gevaarlijke van een onbeduidende donderslag onderscheiden: “1° Als de wolken bij ’t donderen zwart zijn, zoo dondert het gemeenlijk zeer schrikkelijk, vermits dat de vurige uitbraaksels met groot geweld door de dikke wolken moeten breken. 2° De wolken die bruin-rood en groenachtig zijn, dat zijn de allerkwaadste, zoodat het te verwonderen is, als het uit zulke vlaag dondert, dat niet alle plaatsen, steden en huizen, waarover zij hangt, vermorzeld of onder een slagregen verdronken worden. 3° De wolken die bij ’t donderen wit zijn, moet men niet vreezen, aangezien er veel dikke en subtiele materie bij is.”  (De Veldbloem - 19.07.1879). Onthoud, beste lezer, deze raadwenken, als u de donder hoort roffelen en rommelen ... en ga nooit onder een boom schuilen!

www.hultheim.be. Volg de heem- en geschiedkundige kring ook op facebook