In het begin van de twintigste eeuw waren de arbeidsomstandigheden, mede dankzij de opkomst van de vakbonden, al enigszins verbeterd ten opzichte van die uit de negentiende eeuw. Toch presteerden veel arbeiders nog werkdagen van wel twaalf uur, zes dagen per week, vaak onder vuile, stoffige en gevaarlijke omstandigheden. Sindsdien zijn zowel de arbeidsomstandigheden als de sociale bescherming van werknemers ingrijpend verbeterd. De voltijdse arbeidsweek bedraagt tegenwoordig doorgaans 38 uur en werknemers hebben recht op betaalde vakantie, feestdagen en diverse vormen van verlof. Bovendien zijn werkgevers wettelijk verplicht een veilige werkomgeving te garanderen. Werknemers genieten van een uitgebreide sociale bescherming, waaronder ziekte- en werkloosheidsuitkeringen, een pensioen en een arbeidsongevallenverzekering. Hoewel het werk vandaag vaak minder fysiek zwaar is dan vroeger, hebben zich nieuwe uitdagingen aangediend, zoals een hoge werkdruk, stress en burn-out.
Hoe gevaarlijk het werk in de fabrieken vroeger was, blijkt uit een bericht in Le Journal de Charleroi van 25 november 1905. In een kort artikel in de rubriek Faits Divers (Allerlei) wordt beschreven hoe de Wannegemnaar Jules Vandenbroeke een dag eerder onder vreselijke omstandigheden om het leven kwam bij een arbeidsongeval, veroorzaakt door een onvoldoende beveiligde werkplek.
Jules Vandenbroeke werd op 4 november 1870 in Wannegem geboren als zoon van Frederic en Silvia Vanpraet. Hij was nog ongehuwd toen hij, zoals zovele streekgenoten, naar Noord-Frankrijk trok op zoek naar werk. De bloeiende textiel-, steenkool- en metaalindustrie, aangevuld met seizoensarbeid in de landbouw, bood talrijke arbeidsmogelijkheden en maakte de streek aantrekkelijk voor Vlaamse arbeiders. Op dertigjarige leeftijd trad Vandenbroeke op 23 januari 1900 in het huwelijk met de zes jaar jongere Rosalie Demettre, geboren op 17 november 1876 in Moeskroen. Het echtpaar woonde op het moment van het ongeval in de gemeente Flers in Noord-Frankrijk en had drie kinderen.
HET ONGEVAL
Jules Vandenbroeke was arbeider in de fabriek van chemische stoffen van de heren Eycken en Leroy, gelegen aan de Rue de la Mairie in de gemeente Wasquehal, nabij Roubaix. Op 24 november begon Vandenbroeke om 6 uur aan zijn werkdag. Het was even voor 9 uur toen het noodlot toesloeg. Hij controleerde op dat ogenblik een kuip met een inhoud van tien kubieke meter, gevuld met een kokende oplossing van natriumsulfide met een temperatuur van meer dan 100 °C. Natriumsulfide wordt onder meer gebruikt in leerlooierijen om haren van dierenhuiden te verwijderen. Het is een sterk bijtende stof die bij contact ernstige brandwonden aan de huid en ogen kan veroorzaken.
Vandenbroeke was op het platform geklommen dat de kuip omringde en bevond zich op een hoogte van ongeveer twee meter om beter zicht te krijgen. Andere arbeiders waren onderaan het platform met andere werkzaamheden bezig. Wat er precies is gebeurd, weet niemand. Mogelijk verloor hij zijn evenwicht toen hij zich over de kokende vloeistof heen boog, of werd hij onwel en viel hij met het hoofd voorover in de kuip.
Het geluid van de val werd niet eens opgemerkt. Plots klonken hartverscheurende kreten. Toen de arbeiders opkeken, zagen zij hun ongelukkige collega druipend en dampend over de rand van de kuip klimmen en vervolgens met opgeheven armen de ladder afdalen. Hij schreeuwde om water. Zijn collega's overgoten hem onmiddellijk met water, maar dat volstond niet om zijn ondraaglijke pijnen te verlichten. Hij zakte op zijn knieën en smeekte om hulp. Hij werd naar een bijgebouw op het fabrieksterrein overgebracht, waar hij korte tijd later aan zijn verwondingen overleed. Zijn haar, wenkbrauwen en baard waren volledig verschroeid. Resten van zijn kleding kleefden aan zijn lichaam, dat van top tot teen één grote open wonde leek. Het moet een afschuwelijk schouwspel zijn geweest.