Gebruikersmenu

  • Inloggen
  • Contact
Home
Hultheim
Heem- en Geschiedkundige Kring Kruishoutem

Hoofdnavigatie

  • Home
    • Genesis
    • Raad der wijzen
    • Wat voorbij is...
    • Jaarboeken
    • Krasse Kruishoutemnaren
    • Kruishoutemse Curiosa
    • Kruishoutemse Kronieken
    • Shop
      • Winkelmandje
    • Beschermleden
    • Sponsors
Winkelwagen 0 items

MET DE DILIGENCE VAN KRUISHOUTEM NAAR GENT EN TERUG

Kruimelpad

  • Home
  • MET DE DILIGENCE VAN KRUISHOUTEM NAAR GENT EN TERUG

Postkoetsdiensten bestonden al geruime tijd, maar beleefden hun hoogdagen in de negentiende eeuw. Dankzij de betere wegen, sterkere paarden en verbeterde vering konden diligences en postkoetsen sneller en comfortabeler rijden. Toch bleef reizen vaak zwaar: passagiers zaten dikwijls dicht opeengepakt, ritten duurden soms lang en veel wegen waren nog steeds hobbelig en modderig.

In het begin van de achttiende eeuw werd de steenweg tussen Gent en Kortrijk aangelegd. Enkele decennia later volgde de steenweg tussen Oudenaarde en Deinze. Tegen die achtergrond ontstond in 1825, nog vóór de Belgische onafhankelijkheid en onder het bewind van Willem I, de diligenceverbinding tussen Kruishoutem en Gent. Aan de hand van enkele documenten wordt de oprichting belicht van deze diligencedienst, die op vaste tijdstippen reed en de afstand tussen het landelijke Kruishoutem en Gent aanzienlijk verkortte. Zakenlui, handelaars, reizigers en goederen beschikten voortaan over een regelmatige en georganiseerde verbinding.

Spotprent van het vertrek van een diligence in Frankrijk. (Bron: Wikimedia Commons, G. Cruishank).

In maart 1825 diende August Van Heuverswyn, paardenhouder en voerman uit Kruishoutem, een aanvraag in om een diligencedienst tussen Kruishoutem en Gent in te richten. Op donderdag 9 juni 1825 ontving het gemeentebestuur het bericht dat bij koninklijk besluit van maandag 16 mei aan August Van Heuverswyn een concessie was verleend voor de uitbating van deze diligencedienst.

“Wij hebben de eer U edelachtbare hier nevens ter uitvoering te doen geworden een afschrift van Zijner Majesteits besluit van den 16e mei n° 38, waar bij aan A. Van Heuverswyn wordt verleend concessie tot het doen rijden eener diligence tusschen Gent en Cruyshautem, ingevolge de bepalingen van het daar aan geannexeerde reglement”.

Document uit 1825 betreffende de verlening van een concessie voor de exploitatie van een postkoetsdienst tussen Kruishoutem en Gent. (Bron: GAK, RTT, net aanleg en uitbreiding, 1928-1975, 1977-1991).
Document uit 1825 betreffende de concessieverlening voor een postkoetsverbinding tussen Kruishoutem en Gent. In de aanhef van de brief staat: Wij Willem, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje Nassau, Groothertog van Luxemburg enz., enz., enz. (Bron: GAK, RTT, net aanleg en uitbreiding, 1928-1975, 1977-1991).

De aanvraag ging gepaard met een uitgebreid reglement waarin zowel de dienstregeling als de praktische organisatie van het vervoer nauwkeurig werden vastgelegd. Aangezien we verder geen concrete gegevens over deze vervoersdienst hebben gevonden, bieden die reglementen ons vandaag een waardevolle inkijk in de werking van de postkoetsdienst.

Artikel 1 van het reglement betreffende de exploitatie van de diligenceverbinding tussen Kruishoutem en Gent. (Bron: GAK, RTT, net aanleg en uitbreiding, 1928-1975, 1977-1991).

De diligence verzorgde het hele jaar door, telkens op vrijdag, een verbinding tussen Kruishoutem en Gent. De koets vertrok ’s morgens om 5 u. uit Kruishoutem en bereikte Gent omstreeks 8 u. Vanuit Gent werd de terugreis aangevat om 16 u., waarna de diligence rond 19 u. opnieuw in Kruishoutem aankwam. De diligence vertrok exact bij het slaan van de dichtstbijgelegen dorpsklok; in Kruishoutem zal dit de kerkklok zijn geweest. Er werd daarbij niet gewacht op laat aankomende passagiers of vracht. De reistijd van drie uur moest strikt gerespecteerd worden. Op overtredingen stond een boete van vijf gulden, waarvan de opbrengst naar de armenkas van de stad of gemeente ging. Enkel bij onvoorziene omstandigheden die de reis vertraagden, kon van deze regeling worden afgeweken.

De diligence bood plaats aan negen reizigers. Zes personen konden plaatsnemen in het rijtuig zelf, terwijl drie andere zitplaatsen voorzien waren in het kabriolet, de verhoogde zitplaats dicht bij de koetsier. Wanneer zich meer dan negen reizigers aanboden, moest achteraan een gesloten bijwagen of fourgon worden aangekoppeld. Deze fourgons mochten maximaal twee personen vervoeren. Indien het aantal passagiers nog groter was, diende een bijkomend gesloten rijtuig op vier wielen te worden ingezet. Het bijkomende voertuig moest op veren hangen en voorzien zijn van glazen vensters, zodat de reis comfortabel verliep. De reiskosten, met inbegrip van tolgelden en drinkgeld voor de begeleider, bedroegen in totaal twee gulden. Voor kinderen gold een verminderd tarief van één gulden. In deze prijs was twaalf pond bagage inbegrepen. 

Reizigers die slechts een gedeelte van het traject aflegden, maar minder dan een vierde van de totale afstand reisden, betaalden toch een vierde van de volledige prijs. Passagiers die het volledige traject aflegden, kregen voorrang op reizigers die onderweg afstapten.

Naast passagiers vervoerde de diligence ook goederen en geld. Het vervoer van goederen werd aangerekend aan zestig cent per honderd pond voor het volledige traject. Voor transport over meer dan de helft van de afstand gold hetzelfde tarief. Kleinere hoeveelheden werden evenredig volgens gewicht berekend.

August Van Heuverswyn moest erop toezien dat de conducteurs zich behoorlijk gedroegen, niet onder invloed van drank waren en de reizigers beleefd behandelden. Daarnaast waren de conducteurs verantwoordelijk voor de vracht. 

Wanneer vier paarden werden ingezet, diende de conducteur de dieren vanuit het kabriolet te begeleiden. Het was ten strengste verboden dit vanaf de impériale, die zich bovenop de diligence bevond, te doen. Overtredingen konden worden bestraft met een boete van tien tot honderd gulden of met een gevangenisstraf van één tot veertien dagen.

Verder moest op het kabriolet van de diligence een lantaarn met een waskaars worden geplaatst, zodat de koets vanop een afstand van tien ellen zichtbaar was. Ook hierop stond een boete van tien gulden ten voordele van de armenkas van de plaats waar de overtreding werd vastgesteld.

Volgens artikel 15 van het reglement mochten de passagiers elkaar geen overlast bezorgen, niemand mocht roken zonder toestemming van de andere reizigers. Tevens mocht er geen hond of een ander dier op het rijtuig worden meegenomen.

Of al deze voorschriften in de praktijk even strikt werden toegepast, is niet bekend.

Secondary menu

  • Contact
  • Privacy
  • Voorbehoud

Copyright © 2026 Hultheim - All rights reserved