Op zaterdag 26 januari 1884 werden bij een stoutmoedige inbraak in de pastorie van Lede een zilveren horlogie en eenige relikwiën buitgemaakt (zie vorig berichtje op deze site).

In buurtdorp Wannegem was men niet van plan het zo ver te laten komen. Een BIN-netwerk avant la lettre  werd opgericht. Tijdens de eucharistievieringen werd de pastorie bewaakt, een initiatief van plaatselijke wakkere burgers onder leiding van de dorpssmid. En met succes ! Op vrijdag 8 februari 1884 - vandaag 135 jaar geleden - betrapten ze een jonge snaak op heterdaad. Het voorzichtige vermoeden van 13 dagen voordien als zouden het misschien wel buitenlanders zijn die de streek teisterden, kon meteen naar het rijk der fabeltjes worden verwezen. Hierna het persrelaas van toen.

       Pastorij van Wanneghem

135 jaar geleden : “Uit Wanneghem-Lede: Vrijdag morgen, 8 dezer, tusschen zes en zeven ure, terwijl de pastor mis deed, hebben de parochianen eene schoone vangst gedaan. Sedert dat er in de pastorij van Lede gestolen is, wordt de pastorij van Wanneghem binst de mis door eenen werkman bewaakt.

Nu zoo, nauwelijks is de mis vrijdag begonnen, of de waker ziet licht in de pastorij. Hij gaat voorzichtig op zijne koussen door de venster zien, en bemerkt daar eenen persoon als een Mijnheer gekleed, die volop bezig is met snuisteren in kas en commode. De werkman loopt voorzichtig naar de nabijzijnde smis; de smid en zijne knechten komen gauw mede, gewapend met wat smisal(aa)m; zij bezetten de pastorij en beginnen “moord ! moord !” te roepen. In weinige minuten is de pastorij met menschen als bestormd; allen zijn gewapend, doch niemand zou geern door de venster kruipen langs waar de dief ingebroken is. Men gaat naar de kerk, om den sleutel bij den pastor te halen; daarmee doet men de deur van de pastorij open; de eenen stormen alsdan het huis binnen, anderen houden de wacht rondom.

Ontsnappen kon de dief niet. Men zoekt alle plaatsen af, doch niemand te vinden. Eindelijk kijkt de smid in de kaave van eene opene viering, en ziet daar Mijnheer den Dief staan, langs den muur, gesteund op eenige nagels of klampen ! De smid grijpt den kerel bij de beenen; deze valt met wat grijm op den grond en laat zich zonder tegenweer gevangen nemen. Men onderzoekt zijnen kleêren, doch hij had geene andere wapens als eenen beitel en twee sleutels; verder had hij al voor eenige frans kardoezen in eenen zakdoek en eenige schorten van de meid. Zonder de tusschenkomst van den pastor en van eenen anderen persoon, ware de schelm door de verontweerdigde lieden verscheurd geworden. Hij is geboortig van Wanneghem-Lede en nu woonsachtig te Brussel. Men denkt dat het ook hij is die te Lede in de pastorij gestolen heeft over veertien dagen, want hij heeft al bekend bij zijnen oom te Lede gestolen te hebben. Verleden jaar wierd er veel gestolen op deze streek; de zelfde kerel die nu geknipt is, heeft verschillige keeren langs hier geweest.

Ik geloof dat er veel zulke heeren uit den buiten in de groote steden wonen, die toen als eens onder het een of ander voorwendsel naar hunne streek komen om er slechte streken uit te meten. De dief van Wanneghem is aan de gendarmerie van Cruijshauthem overgeleverd geworden; ’t is een gast van nog maar in de twintig.” (Gazette van Kortrijk - 16 februari 1884)