Wat een schitterende 75ste editie van ‘Danilith Nokere Koerse’ (DNK) had moeten worden, werd in de kiem gesmoord door het coronavirus. Een ferme streep door de rekening van de organisatoren, die in hun voorbereiding niets aan het toeval hadden overgelaten om renners, supporters en VIP's met open armen te ontvangen in het gastvrije Nokere.

Kruisems Mooiste heeft ondanks deze tegenslag doorheen de jaren een traditie opgebouwd om 'U' tegen te zeggen. Onder de naam 'Grote Prijs Jules Lowie' ging de wielerwedstrijd voor de eerste keer door in 1944, nog tijdens de Duitse bezetting! En dus vroeger dan dat onze buren aan koersen durfden te denken; ‘Dwars door Vlaanderen’ (DDV) en ‘Kuurne-Brussel-Kuurne’ (KBK) namen hun départ inderdaad pas een jaar later.

De 25ste Nokere Koerse werd in 1970 binnengehaald door André Dierickx, een voortreffelijke coureur die o.a. de GP Pino Cerami (1970), twee keer de Waalse Pijl (1973 en 1975) en de Ronde van België (1978) won. Een zieke Dierickx geloofde die dag niet in zijn kansen, maar finishte wel met twee minuten voorsprong op Patrick Sercu. Amper 20 van de 59 starters bereikten de aankomst na een loodzware editie, geteisterd door regen en wind.

  Zege Jo Planckaert Nokere Koerse   

In 1995 spurtte Jo Planckaert zich naar de zege in de 50ste Nokere Koerse (foto copyright Nokere Koerse) en deed daarmee beter dan zijn vader en zijn nonkels. Noch Willy, Walter of Eddy schreven de wielerwedstrijd op hun palmares. Jo haalde tevens de bloemen binnen in Kuurne-Brussel-Kuurne (1999) en de Ster van Bessèges (1998 en 2000).

Het is ieders wens dat de organisatie de moed en de middelen vindt om in 2021 de koers in volle glorie te laten herrijzen. Het bericht op www.nokerekoerse.be getuigt alvast van weerbaarheid en doorzettingsvermogen. Het bestuur van DNK laat weten: "Volgend jaar komen we dubbel zo sterk terug!".

  • KINDS Lieven, Nokere Koerse, van Vlaamse kermiskoers naar internationale semi-klassieker, jaarboek Hultheim 2003, p.120-126.
  • DE BORGGRAEVE Edwin, De 65ste editie van Nokere Koerse, Kruishoutemse Kronieken, 2019, p.29-30.