Tante serafien

Vorige maand 115 jaar geleden was een herbergierster op de wijk 'Den Biest'  te Cruyshautem het slachtoffer van toch wel stoutmoedige dieven. Eén van de bendeleden - wellicht een inwoner van de Eigemeente - was zijn tijd ver vooruit; hij droeg een coronamasker ...

Cruyshautem - Bandieterij. Op den steenweg van Cruyshautem naar Waereghem, wijk Biest, woont de wed. Serafien De Vos met hare nicht, 22 jaar oud. De weduwe houdt herberg en winkel. Rond middernacht werd de nicht door een gerucht gewekt en riep op hare moei. Op ’t zelfde oogenblik sprongen twee kerels in de kamer, geopende messen zwaaiende en de vrouwen met den dood bedreigende, indien zij om hulp riepen. Er kwamen dan vier mannen binnen waarvan één een neusdoek voor het gelaat gebonden was (coronamasker ?); zij roofden al wat in huis was en laadden het op ene kar met een peerd bespannen. Rond 1 ure, stond de nicht op, maar de schurken waren nog niet weg en dwongen de nicht terug te bed te gaan. De dieven namen ook al het geld mede dat in huis was, voor omtrent 2000 fr. Een ander medeplichtige reed per velo heen en weder om te zien of er geen hulp opdaagde. Het was drie uur vooraleer de nicht om hulp dierf roepen. Men denkt dat de dieven de richting naar Kortrijk hebben genomen. Nogthans denkt men dat de schurk, die een neusdoek voor het gezicht gebonden was, uit den omtrek is.” (Gazette van Brugge - 3 mei 1905).  

De dievenbende had zich professioneel voorbereid: kar en paard voor het transport van de gestolen waren en een uitkijk per fiets. De vélo  was in 1905 nog niet volledig ingeburgerd, zeker niet op het platteland. Bovendien wisten de boeven duidelijk waar de buit te halen. Tante Serafien zat inderdaad niet in de slappe was. 2.000 fr. was in 1905 een hoop geld. In 1919 - 14 jaar later - verdiende een ongeschoolde metsersgast 1 fr. per uur.