molen x

Tegen het geweld van de natuur staat de mens machteloos. Dat ondervond een Kruishoutemse molenaar 155 jaar geleden: “Een schrikkelyk onweder van regen en donder is dezer dagen over de omstreken van Cruyshautem uytgeborsten. Vele huyzen en stallingen stonden onder water, en verscheydene straten zyn eenen meter diep uytgespoeld (wat er dus op wijst dat de meeste wegen nog niet geplaveid waren). Den donder is gevallen op den molen, toebehoorende aen den heer Aug. Haegens en gebruykt door heer van de Wiele te Cruyshautem. Den mulder bovengegaen zynde om de prang (klemhaak) te sluyten, is van den binnentrap geslagen, en buyten kennis op de zakken neergeworpen; eenigen tyd nadien was hy weder zonder hinder in ’t bewustzyn; aen de pestels (de roedes van de molenwieken) en as is de schade aanzienlyk.” (De Denderbode - 3 september 1865).