In 1866 werd bedelarij en landloperij vervolgbaar. Wie op straat kwam, moest genoeg geld bij zich hebben om minstens een brood te kopen, op straffe van vrijheidsberoving. De gearresteerde werd binnen de 24 uren voor de rechter gebracht en doorverwezen naar een landloperskolonie voor een periode die kon oplopen tot meerdere jaren. Voor vrouwelijke zwervers was het opvangcenter gevestigd te Brugge. Daar moesten ze zich verdienstelijk maken en konden ze een cent bijverdienen door het opknappen van klusjes en huishoudelijke taken.

Landloperskolonie 1  Landloperskolonie 2

Landloperskolonie voor vrouwen in de Brugse Werkhuisstraat, links keuken, rechts washuis (http://www.bloggen.be/refuge/).

Een Kruishoutemse mocht 115 jaar geleden haar valies pakken, richting Werkhuisstraat te Brugge: “Reckem - Landlooperij - De gendarmen, op dienst alhier, hebben uit hoofde van landlooperij de genaamde Eulalie Deruyck aangehouden, landwerkster van beroep, oud 50 jaar, woonachtig te Cruyshautem. Zij is veroordeeld door den vrederechter van het kanton Meenen, tot opsluiting in een toevluchthuis voor eenen onbepaalden tijd.” (Gazette van Brugge - 30.10.1905).

Zie ook en lees bij: DE LOENZIEN Hervé, Nokerse vagebonden, jaarboek Hultheim 2018, p.73-81.