Tot diep in de 20ste eeuw was het voor veel gezinnen gebruikelijk om jaarlijks een varken te slachten. Vaak kochten ze één of meerdere biggen, zoals in Kruishoutem, waar een tiental jaar een biggenmarkt werd gehouden. De biggen werden vetgemest in donkere stallen en drie keer per dag gevoerd met een voedzame brij van aardappelschillen, roggemeel en karnemelk. Het hok werd regelmatig voorzien van vers stro. Na enkele maanden, vanaf oktober of later wanneer de koude viel, waren de dieren slachtrijp.

Op de slachtdag kregen de varkens geen voer meer en kwam de slachter aan huis om zijn werk te doen. Het varken werd eerst gekeeld en het bloed werd zorgvuldig opgevangen. Daarna volgden het branden, schrobben en overvloedig spoelen. Vervolgens legde men het varken op een ladder, met de achterpoten naar boven. Dan werd de buik opengesneden en werden de ingewanden verwijderd. Ook de borstkas werd geopend om hart en longen eruit te nemen. Na opnieuw grondig te hebben gespoeld, werd de ruggengraat met een bijl gekliefd en het varken in twee helften verdeeld. Beide helften werden in de kelder gelegd en pas de volgende dag in porties versneden. Uit het varken werden tal van lekkernijen bereid, zoals bloedworst, spek, ham en pensen, van de lever maakte men leverpastei, waardoor de wintervoorraad rijkelijk werd aangevuld. Vroeger werd het vlees deels gezouten, zoals hammen en buikspek en deels gesteriliseerd in glazen bokalen, zoals worsten en koteletten. Met de komst van de diepvriezers in de jaren ’60 werd het vlees voortaan ingevroren.

Eén van de fijnste bereidingen van het varken was het hoofdvlees, in onze streken bekend als uufflakke. In andere streken spreekt men van kop, preskop, kipkap, kopvlees of hoofdkaas. Het vlees van de kop, samen met de wangen, de tong, het zachte vlees rond de kaken en de schedel, en ander geschikt slachtafval zoals hart en longen, werd verwerkt tot uufflakke. Het vlees werd langzaam gekookt in water met zout, groenten en kruiden zoals ui, prei, zwarte peper, nootmuskaat, kruidnagel en laurierblad. Het doel was de smaak van het varkensvlees te benadrukken, niet te overheersen. Tijdens het koken werd ook huid toegevoegd, die gelatine vrijmaakte zodat de uufflakke na het afkoelen een stevig geheel vormde. Na enkele uren zacht koken viel het vlees gemakkelijk van de botten. Eenmaal bereid was uufflakke een ware delicatesse: stevig, smaakvol en bijzonder voedzaam.

Het was vroeger een geliefd gerecht, vooral bij arbeiders– en boerengezinnen, omdat het voedzaam, betaalbaar en makkelijk te bereiden was. Het is ook een voorbeeld van hoe men vroeger zuinig omging met restjes en niets verloren liet gaan. Vandaag wordt uufflakke opnieuw gekoesterd en slagers en delicatessenwinkels bieden dit traditionele gerecht al geruime tijd weer aan.

Bijna 120 jaar geleden hadden werklieden in Nokere minder geluk. Na de vlasoogst werden ze bij een landbouwer op de wijk Nellekenskeer getrakteerd. Ze hadden zich rijkelijk tegoed gedaan aan bier en aan de uufflakke, bereid in een nieuwe marmite, een grote stoofpot.

Enkele uren later was het lachen voorbij: de meesten kregen helse buikkrampen. Twee Kruishoutemse dokters kwamen er meteen bij en stelden vast dat er sprake was van een heuse vergiftiging. De nieuwe marmite werd aangewezen als oorzaak. De kranten smulden ervan. L ’Avenir du Luxembourg meldde dat drie mannen, Deketel, Louis Kindt en Verhellen, zelfs het heilig oliesel toegediend kregen. Het Laatste Nieuws schreef dat twee mannen erg ziek waren en één zelfs op sterven lag. Ook Het Handelsblad berichtte dat drie mannen waren berecht. Al de volgende dag werd Het Handelsblad gedwongen zijn eerdere bericht te corrigeren, want de vergiftiging bleek flink overdreven. Er werd geen heilig oliesel toegediend en er lag niemand op sterven. Dertien van de twintig mannen werden pas in de namiddag onwel, na overvloedig veel bier en flink wat uufflakke. De dokters gaven de schuld niet aan gif, maar aan een combinatie van bedorven bier en te veel vet op het menu.

VERGIFTIGING_juli1906.png

Het eerste bericht over de vergiftiging, gepubliceerd door Het Handelsblad. (Bron: Het Handelsblad van vrijdag 20 juli 1906).

 

 

correctie_vergifting_1906.png

 

Al de volgende dag, op de Nationale Feestdag, moest Het Handelsblad zijn bericht corrigeren. (Bron: Het Handelsblad van zaterdag 21 juli 1906).