Het was onder een deugddoend lentezonnetje dat te Nokere de Sint-Ursmarusprocessie met meer dan 200 bedevaarders op zondagnamiddag 20 mei van kerk naar kapel trok. Voordien had Pater Hendrik Koen in een volle kerk een beziel(en)d sermoen gehouden waarin hij terecht aangaf dat het hier over meer ging dan over de stenen van een kapel, die 100 jaar geleden waren opgemetst. Dat klopt, met de viering werd herdacht hoe toen een man in nood vasthield aan zijn geloof, beloftes deed en die nakwam. Tevens betrof het een familie die een eeuw lang het kapelletje aan de Anzegemsesteenweg met toewijding heeft onderhouden en zodoende dit religieus en historisch erfgoed heeft gevrijwaard voor de toekomst.

20.05.2012 viering 100jaar 120.05.2012 viering 100jaar 2

20.05.2012 viering 100jaar 320.05.2012 viering 100jaar 4

Aan de kapel gaf Edwin De Borggraeve, bestuurslid van Hultheim, een korte historische duiding. De familie Gistelinck liet twee verzorgde herdenking- en bidprentjes uitdelen aan de maar liefst 290 aanwezigen. Op het eerste staat de geschiedenis van de Sint-Ursmaruskapel te lezen:

"Sinds het begin van de achttiende eeuw werd Sint-Ursmarus te Nokere aanbeden als beschermheer van het vee. Van heinde en verre kwam men hier 'dienen tegen de koeplage'. In 1900-1901, 1906-1907 en 1911-1912 waren er in België epidemieën van mond-en-klauwzeer (MKZ); in 1911 was 15 % van de runderen en 10 % van de varkens aangetast ! Ook Charles Gistelinck (1855-1927) moest lijdzaam toezien hoe de ziekte lelijk huishield in zijn veestapel. Kleinzoon Ursmaar getuigt: "D'er was in 1911 mond- en klauwzeer waardoor er meerdere koeien zijn gestorven. Volgens overlevering in de familie werden toen verscheidene kadavers begraven langs het Gapaardstraatje tussen het hof en waar later de kapel is gebouwd.".

In zijn rampspoed wendde Charles de blik naar Sint-Ursmarus en deed twee beloftes om het onheil te keren: hij zou zijn eerstvolgende zoon naar de heilige noemen en een kapel ter zijner ere bouwen. En inderdaad, een kind werd geboren op 2 juli 1911, het was een zoon, die de naam Ursmarus kreeg. De bouw van de kapel werd meteen nog datzelfde jaar - in volle MKZ-plaag - aangevat op een stukje grond, eigendom van de familie di Ruffo de Bonneval. Op zondag 21 mei 1912 werd de kapel gewijd door pastoor Frans Roelof. En het wonder geschiedde; in de loop van dat jaar kwam er een einde aan de MKZ-plaag !

Charles overleed in 1927. Op zijn doodsantje stond: "Bemint elkander en bewaart in onzen stam de oude vlaamsche gevoelens van liefde voor God en zijne kerk". De familie Gistelinck heeft die boodschap niet vergeten en onderhoudt intussen al 100 jaar met toewijding de bidplaats. De laatste restauratie dateert van 2009. Op 6 mei 1962 werd het 50-jarig bestaan gecelebreerd door pastoor Daniël Stockman, bijgestaan door vicaris Van Peteghem en de priester-broeders Jerome en Julien Gistelinck. Vandaag, zondag 20 mei 2012, zijn we weer vijftig jaar verder; de 100ste verjaardag van de Sint-Ursmaruskapel wordt gevierd.".


Tekst: Edwin De Borggraeve - foto's: Lieven Kinds, Joan Gistelinck, Marie-Rose Devaere en Edwin De Borggraeve. Bekijk de foto's hier.