Op 6 oktober 1913 zag Jules Lowie te Nokere het levenslicht. Hij zou uitgroeien tot een respectabel profwielrenner. Zijn belangrijkste overwinning was de rittenwedstrijd Parijs-Nice in 1938. Vóór de oorlog schitterde hij in het rondewerk: 5de bij zijn debuut in de Tour de France van 1935 en 7de drie jaar later. Bij zijn eerste deelname kwamen zijn klimmerskwaliteiten de Belgische ploeg goed van pas. Romain Maes droeg dat jaar de gele trui van de eerste tot de laatste étappe; een huzarenstukje dat hij nooit tot een goed einde had kunnen brengen zonder Jules Lowie.

Tourmalet-22-juli-1935
Tourmalet 22 juli 1935. Van links naar rechts: Jules Lowie, Romain Maes, stier.

Op 20 juli 1935 bleef Jules in de 325 km. lange etappe van Perpignan naar Luchon bij de zwalpende maillot jaune tijdens de beklimmingen van de Mont Saint-Louis, de Puymaurens, de col de Port en de Portet d’Aspet. Ook in de volgende rit van Luchon naar Pau over vijf knoerten van cols (Peyresourde, Aspin, Tourmalet, Souloir en Aubisque) kwam de leider in moeilijkheden. Hij leed bandbreuk tijdens de klim van de Tourmalet. Lowie wachtte hem op, loodste hem langs een potige bergstier en bracht hem terug naar het voorplan.

Merk de verschillen op met de Tour de France van heden ten dage: op de Tourmalet waren 78 jaar geleden geen campers, geen wild toeterende volgwagens, geen schreeuwerige toeschouwers. Wel een springende stier. Het wegdek was verharde grint. Vangrails ontbraken.

Nog in dezelfde rit zou de onfortuinlijke Maes bij de afzink van de Aubisque vallen en zijn wiel breken. Weerom schoot Lowie ter hulp en stond zijn wiel af. Romain won de Tour. Jules werd vijfde. In België werden ze als helden ontvangen.

Zie ook: