Johannes-de-doper-kerk-na-brand
De achteruitgang van het praktiserende geloof en het gebrek aan priesterroepingen verplicht de Katholieke Kerk tot het herzien van de organisatie van haar geloofsbelijdenis en -vieringen. Hoe zullen kerken in de toekomst worden gebruikt ? Zijn er opties voor her- of zijbestemmingen ? Vragen die ook rijzen in Kruishoutem. Het feit dat één van de werkdomeinen van schepen Mevr. Rita Vande Moortele kerkelijke aangelegenheden’ is, is een bewijs dat onze bestuurders uiteraard aandacht hebben voor de problematiek - of positiever verwoord - voor de uitdaging. Het feit dat wakkere burgers her en der in onze gemeente op zoek gaan naar valabele alternatieven voor hun dorpskerk (inrichting van tentoonstellingen en concerten, enz.) is daarvan een tweede bewijs.

Zonder zich in te laten met keuzes en beslissingen, is Hultheim - als lokale heem- en geschiedkundige kring - uiteraard elk initiatief ter vrijwaring van historisch erfgoed genegen.

Want wat als er geen kerk meer is ? Die gedachte borrelde boven naar aanleiding van de brand op donderdagavond 16 oktober van de Sint-Jan-De-Doperkerk te Anzegem, een Romaanse kerk uit de 12de eeuw. Kerken domineren en bepalen sinds eeuwen het centrum- en straatbeeld van elke stad, van elk gehucht. De kerk zit in onze geschiedenis, in onze genen, in wie we zijn, ongeacht onze individuele levensovertuiging. Geen dorpskern zonder kerk.

Uitgenomen nu in Anzegem, dus. Onze buren zijn ‘kerkloos’ geworden. Zij zien zich niet meer geconfronteerd met het probleem van her- of zijbestemming. Zij zitten met andere vragen. Wat nu ? Herbouwen we de kerk ? Of komt er iets anders ? Een gemeenschapscentrum misschien, of worst case scenario, het zoveelste appartementenblok ? Waar zal dan de ziel van het dorp zijn ? Dit zijn andere vragen vanuit een andere, noodgedwongen invalshoek. Het zal interessant zijn om te zien hoe de gapersgemeente hiermee omgaat. In het beste geval kunnen hun overwegingen en antwoorden inspirerend werken bij de zoektocht naar een zinvolle toekomst voor de kerken die er wel nog zijn.

Tekst: Edwin De Borggraeve