Anno Domini 2018

De geschiedenis is het heden gezien door de toekomst
- Godfried BOMANS (1913-1971), Nederlands auteur en mediafiguur

Het was in het jaar des Heren ... In deze rubriek treft u de artikeltjes aan die ooit als brandend actueel nieuws op de hoofdpagina van deze site stonden. Wat ooit het heden was, is intussen verstild in het verleden. Dat verleden - van feiten en activiteiten - kan u hier nog 's in chronologische volgorde doornemen.

Begin dit jaar trok Hultheim voor een tweede keer aan de alarmbel omdat de Nokerse Lombaertskapel in een lamentabele staat verkeerde. Zie: http://www.hultheim.be/index.php/nieuws-2/491-19-01-2018-lombaertskapel-te-nokere-weldra-in-de-steigers. Door de gemeentelijke diensten werd toen een renovatie in het vooruitzicht gesteld, die zou aanvangen na Nokere Koerse. Belofte maakt schuld, en halverwege september bleken de werkzaamheden inderdaad reeds goed én vakkundig opgeschoten te zijn, zoals blijkt uit deze foto’s.

Restauratie st lombaertskapel 1  Restauratie st lombaertskapel 2  

Pittig detail; in het gemeentehuis dicht men Nokere een heilige toe waarop het geen aanspraak kan maken. Steevast heeft men het er over de Sint-Lombaertskapel. In 1725 bouwden de Nokerse broers Adriaen en Vincent Lombaert het bidhuisje, waarmee ze bewezen vrome lieden te zijn. Maar heiligen ? Neen, dat waren ze niet.

Restauratie st lombaertskapel 3

platte beursHet overlijden van een kind is dramatisch. 115 jaar geleden trof het noodlot het gezin Schellaert van herberg ‘De Platte Beurs’: “Kruishoutem - Woensdag, rond 6 ure ’s avonds, speelde het kind van Cyriel Schellaert, herberg ‘Platte Beurse’, een wichtje van 17 maanden op den koer, alwaar er onder de pomp een emmer halfvol water stond. Nauwelijks was het kind vijf minuten alleen of men vond het verdronken, met het hoofd enkel in den emmer.” (Gazette van Kortrijk - 10.09.1903).

 

Logo hultheim omd 2018  Logo kruishoutem omd 2018    Logo OMD 2018

De Heem- en Geschiedkundige kring Hultheim organiseert ook dit jaar in samenwerking met het gemeentebestuur Open Monumentendag. In het centrum van Kruishoutem wordt teruggegaan in de tijd, naar de wissel van de 19de en 20ste eeuw, toen talrijke herbergen en brouwerijen de dorstigen laafden.

Kloefke OMD

Wanneer? Zondag 9 september 2018

Wat? Gegidste historische wandelingen om 14u00, 15u00 en 16u00 stipt. Verzamelen op de parking aan ‘t Kloefke naast de Sint - Eligiuskerk. In de gewezen herberg ’t Kloefke van 14u00 u. tot 18u00: doorlopende tentoonstelling rond deze thema’s met verscheidene originele en zeldzame attributen.

Prijszetting ? Gratis !

 Kasteel Olsene

110 jaar geleden was een Nokeraar de hoofdacteur in een drama dat zich afspeelde in het zomerse decor van het Kasteel van Olsene. De man was er jachtopziener van kasteelheer Piers de Raveschoot en had zijn oog laten vallen op de keukenmeid. Een gebroken hart en een geladen geweer bleken een noodlottige combinatie te zijn: “Wij ontleenen (…) de volgende bijzonderheden over een drama te Olsene. De jachtwachter Jules Nolf, geboren te Nokere, 45 jaar oud, jonkman, wonende in een huisje op den eigendom zijns meesters, was met duiven naar Ledeberg bij Gent geweest, om ze te laten inkorven voor eene prijsvlucht op Dourdan. Hij was met den trein van 4,36 ure terug te Olsene. De personen, welke hem langs de baan ontmoetten, bemerkten niets ongewoons aan hem. Aan het huis van M. Mehuys, koster en juwelier, bleef hij eenige oogenblikken naar de uitstalling zien. Het kon zoo wat 5 ¼ ure zijn, toen hij op het kasteel zijns meesters aankwam. Deze was per rijtuig naar Bottelare gereden. De drie meiden van den heer burgemeester Camilla Minjau, keukenmeid, Marie Fierens en Bertha Malfait, zaten in den hof kousen te vermaken. Rond 5 ¾ ure kwam Nolf in hunne richting met zijn tweeloopgeweer. De meiden stelden zich wederkeerig de vraag wat Nolf nu ging doen, toen deze eensklaps riep: ‘Hebt gij de Heilige Schriftuur gelezen?’. Op hetzelfde oogenblik legde hij aan. Hij was alsdan een dertigtal meters van de meisjes verwijderd. Deze vluchtten verschrikt weg. Twee schoten knalden echter bijna gelijktijdig en Camilla stortte neder, in het hoofd getroffen. Zij was op den slag gedood. De ongelukkige had zich nog getracht te beschermen met den arm voor het hoofd te houden. De duim der linkerhand, waarover eene kous gestoken, werd afgeschoten. De moordenaar liep dan naar zijn huis, wierp zijn geweer op tafel en eene karabien nemende laadde hij ze en loste zich een schot in het hoofd. Het hoofd werd letterlijk vaneengerukt en de hersenen spatten in alle richtingen. Ook hij was onmiddellijk dood. Op het oogenblik der losbrandingen en de hulpkreten der twee andere meiden, liepen geburen ter plaats. Deze verwittigden de gendarmen, priester en doktor, doch geene hulp kon nog baten. M. De Backer, geneesheer te Machelen, die toevallig in het dorp was, kon niet dan den dood vaststellen. Na de noodige pleegvormen, werden de lijken naar het doodenhuis der gemeente overgebracht. De ongelukkige Camilla Minjau, was 27 jaar oud. Hare ouders wonen op de wijk Molenkouter of Dries. Haar vader, Eugeen Minjau, bijgenaamd ‘De Schaper’, was in de nabijheid van de plaats der misdaad bezig met het gras te snijden voor zijne beesten. Hij was een der eerste bij het lijk zijner arme dochter. De smart van den beproefden ouderling was hartverscheurend. Wat de eigenlijke oorzaak van het drama geweest is zal men wellicht nooit te weet komen. Er werd verteld dat Nolf gepoogd had, betrekkingen aan te knoopen met zijn slachtoffer, doch er is daaromtrent geene zekerheid. De familie Minjau wordt waarlijk door het noodlot achtervolgd. Een tweetal jaren geleden schoot de broeder van Camilla Minjau, die te Lier soldaat was, zijne minnares dood, waarna hij zich zelfmoordde. Een drietal andere familieleden van het meisje verongelukten. Eene nicht van het slachtoffer van Donderdag wierp zich, eene maand geleden nabij Antwerpen onder een tramrijtuig en werd vermorzeld. Elkeen in de streek heeft oprecht medelijden met de arme nabestaanden van Camilla.” (De Denderbode - 13.08.1908).

hoevebrand Zijlegem

185 jaar geleden bracht een Brugse krant melding van een hevige hoevebrand op Zijldegem. De dochter des huizes schoot er het leven bij in: “Den 5 dezer, kwart voor 11 ueren des morgends, is te Cruyshautem eenen yslyken brand uytgeborsten in een hofstedeken, op den wyk Zyldegem. Gelegen den hevigen noordschen wind en de schaersheyd van water hebben alle poogingen om den zelven te blusschen vrugteloos gemaekt. De dogter van den huyze, van omtrent 30 jaeren oud, zig voor de tweede mael in den brand begevende om er het kosbaerste uyt te haelen, is onder het jammerlykste gekerm omgekomen, zonder dat men haer eenige hulp heeft konnen toebrengen; haere sterflyke overblyfselen waeren zoodaenig door het vuer verteerd, dat zy niet scheenen aen een menschelyk lyk te behooren. Eenen manspersoon, die zig ook in den brand begeven had, is het nog ontsnapt, doch men wanhoopt voor zyn leven. De koeybeesten zyn nog konnen gered worden, maer al den huysraed, kleederen, lynwaed, hooy, strooy, benevens alles wat er te bevinden was, is op min dan dry kwartier uers in asschen geleyd. Het verlies is nog niet nauwkeurig begroot. Het schynt dat eenige asch, welke men op den zolder uytgegoten had, aenleyding tot dezen brand gegeven heeft. Niets was tegen brandgevaer verzekert.” (Gazette van Brugge - 07.08.1833).

Egyptische oftalmie is een bacteriologische ontsteking van de oogvliezen. Ernstige infecties leiden tot korrelvorming - kleine abcessen - op de ogen, beschadiging van het hoornvlies, etter en verzwering die kan leiden tot blindheid. De uiterst besmettelijke ziekte werd in Europa binnengebracht door ex-legionairs van de Grande Armée van Napoleon na diens Egypte-campagne (1798-1801).

Egyptische oftalmie

In 1817-1818 werden niet minder dan 1.970 soldaten met de aandoening opgenomen in het militair ziekenhuis in Gent. Een strikte hygiëne van de lokalen, het reinigen van de ogen met koud water, ontsmetten van klederen en beddengoed, het in quarantaine houden van de zieken waren probate middelen om de epidemie in te perken. Maar, 110 jaar geleden was de ziekte nog niet uitgeroeid in Vlaanderen, ook niet in Cruyshautem: “De plaag der Vlaamsche dorpen - In den laatsten tijd is de korreloogziekte - eene wezenlijke plaag welke de Vlaamsche buitenbevolking jaren lang geteisterd heeft - verminderd. Dr. Van Waesberghe (Gent) heeft in verschillende gemeenten van zijn opzichtgebied eene aanzienlijke vermindering der kwaal waargenomen. Behalve in de gemeente Vurste heeft hij in den loop des jaars geen echte besmetting van korreloogziekte aangetroffen. Te Adegem, Baelegem, Eecke, Olsene, Saffelaere, Waerschoot, Astene, Assenede, enz. hebben de school- en gemeenteoverheden volkomen hunnen plicht begrepen en vervullen zij hem om de ziekte te bestrijden. Te Bouchaute is het voldoende geweest de schoolkinderen te vergaderen in ruime, verlichte en goed verluchte lokalen om eene waarlijk merkwaardige verandering te bewerken in ’t opzicht van de algemeene gezondheid der kinderen en bijzonderlijk in opzicht der oogziekten. Te Gotthem is de ziekte ook aan ’t afnemen, alsook te Zulte. In het opzichtgebied Cruyshautem (Dr. Van Meirhaeghe) werden het vorige jaar 230 gevallen van korreloogziekte waargenomen; 150 genezingen werden vastgesteld. Daaraan ziet men dat, zoo de plaag verminderd is, zij nog verre is van uitgeroeid te wezen, en het is te hopen dat gemeentebesturen voortdurend hunnen medewerking aan den geneeskundigen dienst zullen verlenen.” (Het Laatste Nieuws - 06.08.1908).