Anno Domini 2021

De geschiedenis is het heden gezien door de toekomst
- Godfried BOMANS (1913-1971), Nederlands auteur en mediafiguur

Het was in het jaar des Heren ... In deze rubriek treft u de artikeltjes aan die ooit als brandend actueel nieuws op de hoofdpagina van deze site stonden. Wat ooit het heden was, is intussen verstild in het verleden. Dat verleden - van feiten en activiteiten - kan u hier nog 's in chronologische volgorde doornemen.

Hoe gesofisticeerd de technologische maatschappij ook is geworden, de natuurelementen bedwingen zal de mens wellicht nooit kunnen. 165 jaar geleden trok een sneeuwstorm over de regionale driehoek Kortrijk-Deinze-Oudenaarde, met uitlopers tot aan de zee. 

Alle trein- en postkoetsverkeer kwam stil te vallen en de tarweprijs schoot de hoogte in door gebrek aan toevoer: “Verleden zaterdag heeft een geweldig onweder gewoed in de omstreken van Audenaerde, Deynze, Kortryk, enz. Dit onweder strekte zich tot de zeekust uit. Den trein van Kortryk, die hier (te Brugge) in den morgend moest aenkomen, heeft maer in den namiddag onze statie bereikt. Eene hulplocomotiev, uit Gent afgezonden, vond ten trein in den sneeuw vastzitten digt by Olsene. De diligencie van Audenaerde, die ten 6 uren te Gent moest wezen, is hier slechts ten 9 uren ’s avonds kunnen aenkomen.

Train en hiver 1875

Train en hiver’ door Claude Monet, olieverf op doek 1875

De postmael ten 8 uren en half ’s avonds uit Deynze naar Audenaerde vertrokken, heeft te Wannegem-Lede haren togt niet kunnen voortzetten, uit hoofde van den sneeuw.”. De post werd in 1865 tussen Deinze en Oudenaarde per diligence vervoerd. De tramlijn tussen beide provinciesteden werd immers pas in 1888 in gebruik genomen. “De depechen zijn per expres te peerd naer Audenaerde gedragen en aldaer vier uren te laet aengekomen. De merkten van Kortryk en Dendermonde zyn niet kunnen bevoorraad worden uit hoofde der belemmering van de wegen door de sneeuw. Uit hoofde van den overvloedigen sneeuw waren er maer 50 hectoliters graen ter merkt van Kortryk. Den prys der tarwe stond aen 24 à 28 fr. per hectoliter. Er heeft derhalve eene ryzing van 70 centimen plaets gehad.” (Gazette van Brugge - 31.12. 1856).

Geef toe, dit is op de vooravond van Kerstmis toch wel een eigenaardige titel voor een update. Eén en ander wordt duidelijker bij doorname van de lessenroosters van de vroegere meisjesschool van de Zusters van de H.Franciscus van Assisi in de Brugstraat te Kruishoutem. We keren terug naar de 24ste december, respectievelijk van de jaren 1927 en 1947. De zusters zetten rigoureus in op kennis en vaardigheid. Ook op de dag voor Kerstmis was er geen tijd voor educatief gelanterfanter.    

Klasboek 1927 1928   Klasboek 1947 1948

De voorpagina’s van de Klasboeken van het 6de leerjaar, respectievelijk schooljaren 1927-1928 en 1947-1948. A.M.D.G. betekent: ‘Ad majorem Dei gloriam’ - ‘Tot grotere glorie van God’. Deze schriften bevatten de dagelijkse lessenroosters ingeschreven door de zusters leerkrachten en werden maandelijks door de directeur gecontroleerd en gehandtekend (archief Hultheim).

 De zuster-leerkracht van het 6de leerjaar voorzag voor zaterdagvoormiddag 24 december 1927 onderricht in godsdienst, tekenen, rekenen, Nederlands en muziek:

  • 8u30’: Catechismus der feestdagen. De volgende Kerstdagen.
  • 9u: Teekenles. De Driehoek: vormverandering en versiering - vindoefeningen - de teekening voltrekken en kleuren.
  • 10u15’: Hoofdrekenen: Geheele getallen vermenigvuldigen met 25 - 40 - 32 - 66 - 74 - 120 - 240 - 90 - 350 - 48 - 24 enz.
  • 10u30’: Moedertaal: Woordenschat: Oefening op de woordfamilies vb. Arbeid - arbeider - arbeidsbevolking - arbeidersgezin - arbeidersvereeniging - arbeidzaam - de gevonden woorden in een zin gebruiken.
  • 11u: Zang. Kerstlied aanleren.

De lessen stopten op de middag. Het klasboek vermeldt: “Maandag 26ste December: Tweede Kerstdag. Verlof.” Maar op dinsdagmorgen 27 december om 8u30’ werden de schoolse activiteiten alweer hervat om onverminderd door te gaan tot en met zaterdag 31 december! Die laatste dagen van het jaar 1927 waren geen sinecure: “Ingezien het slecht weder en de moeilijkheden van verkeer werden de klassen onregelmatig bijgewoond. Deze tijd wordt besteed aan herhaling, teekenoefeningen en handwerk.” De jongedames kregen pas écht ademruimte vanaf Oudejaarsavond. Dan gingen de schoolpoorten dicht tot maandag 9 januari 1928. Tussen WOI en WOII was er dus nog geen sprake van twee weken Kerstvakantie, enkel van één week Nieuwjaarverlof, zoals het Klasboek 1927-1928 vermeldt. De lessenroosters overspanden trouwens de periode van donderdag 15 september 1927 tot zaterdag 4 augustus 1928. Dat betekent dat ook de zomervakanties toen korter waren, nl. 6 weken i.p.v. 2 maanden.

Recreatiezaal meisjepensionaat 1937

De recreatiezaal van het meisjespensionaat in 1937. Kaarten en schaken hielpen de tijd verdrijven (archief Raoul De Bel).

We schuiven door naar het schooljaar 1947-1948, twintig jaar en een oorlog later, naar woensdag 24 december 1947. De meisjes kregen op de dag voor Kerstmis nog een stevig programma voor de kiezen. Hopelijk zorgde de les om 14u30’ voor enige verpozing in de overvolle dagplanning:

  • 9u: Godsdienst: Catechismus 10de les “Het eeuwig Leven”.
  • 9u30’: Rekenoefening. Bewerkingen leeren vereenvoudigen. vb. (375x16)/(4x25), (120x725)/(225x20), (35x875)/(25x5), (15x64x125)/(75x5x8).
  • 10u: Rekenoefening: Herhalingsoefeningen op de kenmerken van deelbaarheid; zie rekenboek, bl: 25.
  • 10u45’: Vaderlandsche Geschiedenis. Herhaling.
  • 11u30’: Schoonschrift: I Italië - Irena - Indië - Ierland. F Flavie - Februari - Friesland - : Ieder huisje heeft zijn kruisje.
  • 1u30’: Moedertaal: Dictaat: “Houd den Mond ledig”, 2de deel.
  • 2u00: Moedertaal: Toepassing: De naamwoorden uitzoeken en ontleden.
  • 2u30’: Naaldenwerk: Ronde knoopsgaten leeren maken, Den teen der kous breien.
  • 3u: Godsdienst: Voorbereiding tot den Hoogdag.


De jonge freules bleven aan de schoolbanken gekluisterd tot de vooravond, maar hadden dan weer een langere vakantieperiode in het vooruitzicht dan 20 jaar voordien. Ze werden in de Brugstraat pas weer verwacht op woensdag 7 januari 1948. Na WOII was de tweewekelijkse Kerstvakantie m.a.w. een feit. De zomervakantie duurde (waarschijnlijk) 7 weken; het schooljaar 1947-1948 begon immers op donderdag 4 september 1947 en de notities van masoeur eindigden op maandag 19 juli 1948.

Zie ook: DE BEL Raoul, De zusters van de H.Franciscus van Assisi in Kruishoutem: van kantschool tot Sancta Familia (1839-1999), jaarboek Hultheim 2006, p.178-201.

N.a.v. het 20ste jaarboek organiseerde Hultheim een wedstrijd. Wat was het voorwerp hieronder, gevonden in Kruishoutemse bodem? Het wordt gedateerd tussen 1375 en 1425. Op voor- en achterzijde zijn wapenschilden aangebracht. De bovenkant kon afgesloten worden. Hoogte: 39 mm. Breedte: 29mm. Dikte: 10mm. Gewicht: 35gr. Materiaal: lood-tin.

wapenschild Filips de Stoute   gekroond schild met wapen Frankrijk     

Links: voorzijde. Rechts: achterzijde (foto’s Pieter De Milt)

We kregen verkeerde en juiste antwoorden binnen. Een greep uit de weliswaar aardig bedachte, maar helaas foutieve pogingen: een bisschoppelijke brooddoos, een dakpan, een doosje om een hostie in te bewaren, een amulet met afrodisiacum ter opwekking van de ‘vleesschelyke lusten’ van oudere mannen, een drinkpulle, …

Het correcte antwoord was christelijk geïnspireerd; het betreft een ampul, die in kerken en bedevaartsoorden aan pelgrims werd verkocht als souvenir. De kleine flacon die met een touwtje om de hals kon worden gedragen, werd gevuld met gewijd water of met aarde uit de buurt van het graf van de aanbeden heilige. Meestal waren dergelijke flesjes versierd met christelijke motieven. Het zeldzame aan deze teruggevonden ampul is dat de decoratie wapenschilden betreft.

Acht personen stuurden een correct antwoord binnen. De drie winnaars (op basis van de schiftingsvraag) zijn: 1. Gerald Louette (Deinze), 2. Delphine Van Lierde (Kruishoutem) en 3. Luc Van Lierde (Geraardsbergen). Ze bekomen een exemplaar van het jubileumjaarboek 2021 van Hultheim, waarin bestuurslid Martin De Milt trouwens de volledige situering brengt van deze devotie-ampul. Zie: DE MILT Martin, Vreemde vondst in Kruishoutemse bodem, jaarboek Hultheim 2021, p.12 e.v. 

De Slapende Dronkaar door Gustave Doré 612x612

De slapende dronkaard. Gravure door Gustave Doré (1832-1883) d.d. 1862 (www.istockphoto.com).

De feestdagen komen eraan. Tijden om samen te zijn. Maar ook dagen van spijs en drank. En overdaad schaadt, zeker als men zich al enkele weken op voorhand stort in een alcoholische feestroes. Dat leert ons de geschiedenis, zoals 145 jaar geleden te Nokere: “Verleden maandag, omstreeks 8u in de morgen, heeft men het lichaam van de genaamde Jean Coorevits, 59 jaar, arbeider en inwoner van de gemeente, gevonden in een gracht te Nokere. De ongelukkige bevond zich - toen men hem voor het laatst zag - in een staat van volslagen dronkenschap. Men vermoedt dat hij per ongeluk in de gracht is gevallen. Het lijk droeg geen enkel spoor van gewelddaden.” (eigen vertaling uit Le Bien Public - 15.12.1876).

Borststuk Leo Van Geluwe Rustplaats familie van Geluwe de Berlaere 1

Rustplaats familie van Geluwe de Berlaere 2

Foto’s Edwin De Borggraeve

Componist Leo Van Gheluwe werd te Lede geboren in de schaduw van de Sint-Dionysiuskerk. Op 13-jarige leeftijd schreef hij zijn eerste orgelstukken en koorwerken. In 1867 behaalde hij een tweede prijs in de toen prestigieuze wedstrijd Prix de Rome. Na een studiereis in Italië en in Duitsland - waar hij kennis maakte met Richard Wagner - werd hij directeur van het Stadsconservatorium van Brugge. Leo was vrijzinnig, liberaal en Vlaamsgezind. In 1900 verhuisde hij met zijn echtgenote Maria Simonis de Berlare naar Oudenaarde. Na zijn dood in 1914 - drie weken voor het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog - werd hij bijgezet in de familiegrafkelder achter de Sint-Martinuskerk van Edelare. Van Gheluwe, die bevriend was met Peter Benoit, liet een aanzienlijk, maar vergeten oeuvre na met o.a. meerdere cantates, een opera, drie missen, een requiem en een Te Deum.

  • DE BORGGRAEVE Edwin, Leo Van Gheluwe, de vergeten toondichter van Lede (1837-1914), jaarboek Hultheim 2014, p.89-126.
  • BROEKAERT Roland, Muzikaal Vlaanderen ten tijde van Leo Van Gheluwe. Een historische achtergrond, jaarboek Hultheim 2014, p.127-131.
  • DE BORGGRAEVE Edwin, Leo Van Gheluwe, de vergeten toondichter van Lede (1837-1914), Kruishoutemse Kronieken, 2019, p.86-87.
  • OMD brochure, 14.09.2014: Leo en het orgel van Lede.

 
Leo was een familiant van de destijds internationaal meer vermaarde componist uit Huise Frans August Gevaert (1828-1908), waarover Raf Van der Donckt dit jaar in het 20ste jaarboek van Hultheim een doorwrocht artikel publiceert (vanaf p. 111).

Guido Gezelle

Ofschoon hij bij jongere generaties in het vergeetboek dreigt te geraken, blijft Guido Gezelle (1830-1899) één van de grootste dichters die Vlaanderen heeft voortgebracht. O.a., Het schrijverke en Dien avond en die rooze blijven voorbeelden van taalvirtuositeit. Gezelle was het prototype van de katholieke priester-dichter, die onder meer pastoor Albert De Vos (1920-2005) van Wannegem-Lede sterk beïnvloedde.

Maar wat bindt Guido Gezelle - die bij leven al een controversieel figuur was - met de Eiergemeente? Welnu, het heeft te maken met een dienstmeid Francisca Coleta Claeys (1811-1897) en met een architect Pierre Nicolas Croquison (1806-1887). Gezelle-expert, Julien Vermeulen, gewezen docent aan de Hogeschool Vives te Kortrijk en aan de Université de Lille III, legt het haarfijn uit in zijn bijdrage voor het jubileumjaarboek 2021 van Hultheim (vanaf p.148).