Welkom!

… op de website van Hultheim, de heem- en geschiedkundige kring van Kruishoutem. Hier vindt u heemkundige en historische updates over Kruishoutem, de Marolle, Lozer, Nokere, Wannegem en Lede. De laatste info staat bovenaan, voor de oudere verslagjes scrolt u naar beneden.

 

In de laatste week van augustus 1952 vond in Kruishoutem de “Nationale Week van de Kip en het Ei” plaats. Tijdens de slotzitting kwamen meer dan 500 vertegenwoordigers uit Vlaanderen en Wallonië te samen. Enige maanden voordien hadden De Kruishoutemse Marie ‘Mie’ De Stoop en Petrus ‘Pier’ Michels de kaap van 100 jaar gerond. Om beiden te eren, dachten burgemeester Amedée Vergaert en secretaris René D’Huyvetter aan een familie reuzen. Ze koppelden dit folkloristisch initiatief aan de economische aantrekkingskracht van de eiermarkt; de reuzen werden een Eierboer (Pier) en een Boterboerin (Mie). Een volksfeest sloot de “Nationale Week van de Kip en het Ei” af.

nationale week kip en ei

70 jaar geleden - op 31 augustus 1952 - werd een stoet georganiseerd met als eindpunt de markt, waar Pier en Mie in de echt werden verbonden in aanwezigheid van talrijke naburige reuzen. De inhuldiging werd gevolgd door een eierworp. Het oorspronkelijk plan was om dat te doen vanuit een helikopter. Het aangezochte bedrijf had zijn vliegend curiosum evenwel net van de hand gedaan, waardoor het eitjes gooien noodgedwongen vanuit de kerktoren gebeurde. Dit was de aanzet van de Gulden Eifeesten, die sinds 1955 het Paasweekend opvrolijken (foto genomen vanuit het gemeentehuis door ‘Zondagsvriend’ - 4 september 1952).

115 jaar geleden. Eduard De Witte (1858-1934), gewezen burgemeester van Nokere en arrondissementscommissaris van Oudenaarde, had een sortietje geplaceerd in Waregem en keerde in zijn koets terug naar zijn kasteel te Nokere. Maar nog op grondgebied Waregem bleef hij haperen tussen twee cafés: “Wareghem. BOTSING. Zondag avond, rond 8 ½ ure, kwam Hendrik Dhondt, voerman, van de kermis te Eine langs de grintbaan van Nokere naar Wareghem, per rijtuig huiswaarts gereden. Tusschen ‘De Hazewind’ en ‘ ’t Jaar 40’, aan den draai der straat, kwam het rijtuig van den heer De Witte, van Nokere, die huiswaarts reed. Beiden botsten op elkander, met het ongelukkig gevolg dat het peerd van Henri Dhondt vreeselijk aan de heup gekwetst werd. De veearts Hendrik Bouckaert heeft de wonden van het peerd toegenaaid. Een lanteern van het rijtuig van de M. De Witte was in splinters geslagen.” (Gazette van Brugge - 18 september 1907).

Blijkbaar was de baan naar Nokere te Waregem toen nog een grintweg. En inderdaad: “In 1932 wordt het historische tracé van de weg (Chemin n° 3, zogenaamd 'Chemin de Knocke à Nokere’ of Nokerestraet) rechtgetrokken en vermoedelijk ook dan pas verhard.” (Uit: Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen. Inventaris van het bouwkundig erfgoed. Provincie West-Vlaanderen - Gemeente Waregem: Deel I: Stad Waregem - Vlaamse Overheid - Brugge 2009-2010, p.212). Volgens André Braet van de Heem- en Geschiedkundige Kring ‘De Gaverstreke’ van Waregem blijkt uit hun archief echter dat de Nokersesteenweg al “in kasseien werd gelegd” in 1895.

nokerse weg den hazewind adelijke zitbank st ursmarus Nokere

Links: de bocht in de Nokerseweg tussen ‘ ’t jaar Veertig’ en ‘De Hazewind’, richting Nokere 115 jaar later. Rechts: éen van de twee adellijke zitbanken in de Sint-Ursmaruskerk te Nokere (foto’s Edwin De Borggraeve).

Eduard De Witte was een man ‘die op zijn strepen stond’. Ook in Nokere botste hij, maar dan in de figuurlijke zin van het woord. Zo eiste hij in de Sint-Ursmaruskerk de twee eiken zitbanken op die Jean-Baptiste-Joseph de Ghellinck er decennia voordien op zijn kosten had laten placeren. Hij meende als erfgenaam van de familie de Ghellinck erop aanspraak te kunnen maken. De familie di Ruffo de Bonneval van het nabije Nieuw Kasteel te Nokere kon evenwel dezelfde rechten laten gelden, en deed dat ook. Een vertwijfelde pastoor vroeg advies aan de bisschop. Deze velde een Salomonsoordeel; elke familie kreeg achteraan de kerk haar bank toegewezen.

 

Info bij: BRAET André van de Heem- en Geschiedkundige Kring ‘De Gaverstreke’ en KINDS Lieven, Acht eeuwen Nokere, uitgave in eigen beheer, 1996, p.93-94.

schat Arras 1 schat Arras 2

Op 21 september 1922 - aanstaande woensdag exact een eeuw geleden - spitten Kruishoutemse seizoenarbeiders in een steenbakkerij te Beaurains bij Arras (Frankrijk) twee Romeinse amforen uit de klei. Ze bevatten sieraden, juwelen en geldstukken, daterend van 118 tot 211 en van 284 tot 312 na Christus. Ze graaiden meerdere munten en ander prijzig kleinood mee en kozen hals over kop het hazenpad naar Vlaanderen. Onwetend over de waarde van wat vandaag als de grootste Romeinse muntenschat aller tijden wordt beschouwd, verspeelden, vergokten of verkochten ze hun vondsten voor een appel en een ei. De gouden munt van Constantinus Chlorus (zie de twee foto's rechts) met de afbeelding van de verovering van Londen, daterend van 297 na Christus had in 2007 een waarde van € 625.000 … (foto’s Edwin De Borggraeve).

Zes weken na de vondst van de Romeinse schat ontdekte op 4 november 1922 Howard Carter in de Vallei der Koningen het graf van de Egyptische farao Toetanchamon, wat meteen world exposure kreeg. De nochtans spectaculaire vondst te Arras raakte daardoor in het vergeetboek tot in 2007 Hultheim er een artikel aan wijdde. Een jaar later baseerde Marc de Bel zich op het verhaal voor zijn jeugdroman “De Schat van Kruisem”. Daar komt nu - 100 jaar na de fantastische archeologische vondst - een vervolg op voor jongvolwassenen met: “Stiene van de Geitenhoek”. De vraag die ieder bezighoudt, is: zijn er te Kruishoutem nu nog waardevolle Arrasmunten verborgen op tochtige zolders of in vochtige kelders? Zo ja, laat het beslist weten aan Hultheim.

 

  • DE BORGGRAEVE Edwin en DE BEL Raoul, De schat van Arras, jaarboek Hultheim 2007, p. 14-53.
  • DE BORGGRAEVE Edwin, De schat van Arras, Kruishoutemse Kronieken, 2019, p. 63-64.

ze rusten in vrede zingem lozer

Foto Edwin De Borggraeve

Op 6 september 1944 reden Daniël Beyaert, Leon D’Haene, Polycarpe Bakowski, Albert De Jaegher en André Goemans - leden van de weerstandsgroep Ouwegem-Huise-Lozer, opgericht op vraag van barones Agnès della Faille d’Huysse en Henri Van Oost - met de eerste Engelse tanks mee richting Gavere. Wegens problemen met hun camionette keerden ze in de avond terug via de Edemolen richting Lozer.

Ter hoogte van de Leegbeek, nog in Nazareth werd Goemans bij een treffen met terugtrekkende Duitse eenheden gedood: “Op tien meter van de vijandelijke hinderlaag kreeg hij de volle lading van een mitrailleur. Hij lag op de kasseien dood te bloeden. Hij probeerde steeds op te staan, maar hij kon niet, want zijn ruggengraat was afgeschoten. De hele tijd schreeuwde hij om zijn moeder. Verschrikkelijk was dat.”, aldus Daniël Beyaert. Hierop volgde een geharrewar, beschietingen, vluchten in grachten en in holle bomen. De volgende ochtend vond men de lijken van de Pool Bakowski en van Leon D’Haene. Leon Beyaert en Albert De Jaegher overleefden de Slag aan de Leegbeek. De Jaegher zou 16 dagen later, op 23 september 1944 om het leven komen bij de ontmanteling van Duitse oorlogsmunitie in Wannegem-Lede.

Jaarlijks wordt in september door de Koninklijke Verbroedering Henri Van Oost aan de Leegbeek én aan het memoriaal op het kerkhof van Lozer eer betoond aan de gevallen weerstanders. Dit jaar gaat de plechtigheid door aanstaande zondag 11 september met om 9u45’een bloemenhulde aan de Leegbeekkapel te Nazareth en om 10u30’ een eucharistieviering in de kerk van Lozer, gevolgd door een hulde aan de gedenksteen op het kerkhof.

 

Voor een verslag van de Slag aan de Leegbeek, zie: DE BORGGRAEVE Edwin, Wereldoorlog II: de bevrijding van Kruishoutem in de septemberdagen 1944, jaarboek Hultheim 2006, p. 162-164.

Info herdenkingsplechtigheid: Guy Van Houtte

Wettelijk huwen kan na aangifte bij de ambtenaar van de burgerlijke stand in de gemeente waar één van beide partners woont. Het paar trekt ten vroegste twee weken later naar het gemeentehuis, aanhoort er enkele saaie artikels uit het al even saaie Burgerlijk Wetboek, treedt officieel in het huwelijk, mag een zedige zoen geven, waarna een receptie volgt met een cavaatsje en een tsjiepke, salamietsje en kaaske. Vroeger kon dat anders én vooral … veel frivoler!

We gaan 500 jaar terug in de tijd. Jonkvrouw Marie van Rokegem, weduwe van Arent van Gavere, heer van Bevere en van Nokere, is bevriend met het lakensnijdersgezin Cabeliau. De ene familie woont te Oudenaarde in de Hoogstraat, de andere in de Neerstraat.

Le lit

Le Lit’ - Henri de Toulouse-Lautrec (1892)

Op vraag van de familie Cabeliau stelt Jonkvrouw Marie een kamer ter beschikking van Arent en zijn verloofde Grietje Van den Bossche. In plaats van met haar Arent naar het stadhuis toe te stappen, nodigt Grietje op 6 september 1522 het Oudenaardse schepencollege uit om kennis te komen nemen van hun huwelijksplannen. De schepenen steken de markt over, begeven zich naar de kamer en kloppen aan. Ze treffen er Grietje en Arent aan ‘naect ligghende te bedde tusschen de lakens’. Grietje legt omstandig uit dat ze er was ‘uit vrije wille omme te trouwen eenen wettelicken man’. Arent verklaart dat dit klopt en hij voegt er vastberaden aan toe ‘te sullen volbrengen wat sij begonnen was’, waarop de schepenen zich (uiteraard) discreet terugtrekken en in het stadhuis de huwelijksakte opstellen. Arent en Grietje zouden acht kinderen op de wereld zetten en stierven in 1571, waarschijnlijk op 75-jarige leeftijd, een respectabele en uitzonderlijke leeftijd tijdens het Ancien Regime.

Hultheim is zo vrij het schepencollege te adviseren deze praktijk van weleer her in te voeren. Dan zal Kruisem waarlijk bruisen. 

 

Info bij:

  • DE CLERCQ René, De verwantschap tussen de families d’Hollain, van Wissekerke en van der Vichte in het kader van de opeenvolgende heren van Nokere (deel II), jaarboek Hultheim 2021, p. 68.
  • CASTELAIN Rik, De mentaliteit van boeren en burgers in Oudenaarde en zijn kasselrij (15de-18de eeuw), 1987, uitgave Vereniging van vreemdelingenverkeer en monumentenzorg Oudenaarde, p. 58-59.