Welkom!

… op de website van Hultheim, de heem- en geschiedkundige kring van Kruishoutem. Hier vindt u heemkundige en historische updates over Kruishoutem, de Marolle, Lozer, Nokere, Wannegem en Lede. De laatste info staat bovenaan, voor de oudere verslagjes scrolt u naar beneden.

 

Een duiventoren was vroeger een teken van welstand. Tijdens het Ancien Régime was het houden van duiven voorbehouden aan clerus, adel en herenboeren. Ze hadden meteen een dubbel voordeel; er werd mest geproduceerd én de jonge duiven kwamen als lekkernij op tafel. 200 volwassen duiven konden per jaar 500 jonge duifjes opleveren die door de eigenaars opgegeten of verhandeld werden. Jaarlijks procudeerden ze bovendien zes karrenvrachten mest, wat van pas kwam in streken met arme zandgrond. Hun voedsel vonden de duiven op de akkers, wat dan weer ten nadele was van de pachtboeren.

Duiventoren boerderij Ghistelinck Gapaardstraat Nokere  Duiventoren boerderij Axelwalle Heurne

v.l.n.r.: de duiventoren boven de toegangspoort van boerderij Gistelinck in de Gapaardstraat te Nokere in 1974. De hoeve ging enkele jaren geleden tegen de vlakte. De duiventoren van hoeve Axelwalle te Heurne in 1974 (foto’s archief Hultheim).

Duiventoren kasteel della faille dhuysse  Eendenhuisje kasteel Ayshove  Duiventoren boerderij t kleinhof wannegem lede

v.l.n.r.: de (volgens de website Onroerend Erfgoed mogelijke) duiventoren - daterend van de 17de eeuw - bij het kasteel della Faille d’Huysse te Lozer in 2010 (foto blog Tour de Frans), het eendenhuisje van kasteel Ayshove in 2009 (foto Edwin De Borggraeve) en de duiventoren op het erf van hoeve ’t Kleinhof (Colembie) in 1999 te Wannegem-Lede (foto beeldbank onroerend erfgoed).

In het kader van het Europees Jaar voor het Bouwkundig Erfgoed 1975 registreerde René D’Huyvetter in oktober 1974 als schatbewaarder van de Gewestelijke Vereniging voor Vreemdelingenverkeer Oudenaarde de dan nog bestaande duiventorens tussen Leie en Schelde. Hij onderscheidde de volgende types:

  • alleenstaande torens, zoals bij de hoeves Colembie te Wannegem-Lede, Christiaens te Astene, De Vreese te Nazareth, Van Meerhaeghe te Ooike, Tijtgat te Asper;
  • in toegangspoorten van hoeves ingewerkte duiventorens, zoals bij boerderij Gistelinck te Nokere, De Pourcq te Machelen, Coolsaet te Huise, Bauwens te Ooike, Van Overberghe te Nazareth;
  • in bijgebouwen van kastelen of herenhoeves uitgebouwde duiventorens, zoals bij het kasteel Ayshove te Kruishoutem en hoeve Axelwalle te Heurne. René vergat de (mogelijke) duiventoren van het kasteel della Faille d’Huysse te Lozer. Anderzijds zag hij het fraaie eendenhuisje op een eilandje in de omwalling van het kasteel Ayshove wellicht verkeerdelijk aan voor een duiventorentje.

JOSEPH DE BACQUER 1913 2007  JOSEPH DE BACQUER 1913 2007 GRAFZERK

                                                                   Foto links: bij artikel Raf Dhondt, foto rechts: Edwin De Borggraeve

Joseph De Bacquer was niet alleen de laatste, maar ook de enige naoorlogs verkozen burgemeester van Nokere. Onmiddellijk na de bevrijding was onderwijzer Joseph Joosen tijdelijk waarnemend burgemeester geweest. Landbouwer De Bacquer stelde zich kandidaat bij de verkiezingen van 1946. Partij 2 (aanleunend bij de toenmalige CVP, nu CD&V), waarvoor hij opkwam, won het pleit. Hij was geen lijsttrekker en had ook niet de meeste voorkeurstemmen. Na gestook en gekonkelfoes - nota bene door Nokeraars die zelf geen kandidaat waren geweest - én na tussenkomst van de arrondissementscommissaris - werd De Bacquer op 17 maart 1947 als consensusfiguur tot burgemeester benoemd.

De beginjaren van zijn legislatuur waren niet gemakkelijk. Het elektriciteitsnet beperkte zich hoofdzakelijk tot de dorpskern. De meeste landelijke wegen waren onverhard of slecht gekasseid. Straatverlichting was op vele plaatsen onbestaande. Joseph pakte de zaken krachtig aan, zelfs met een zekere koppigheid. Daardoor wist hij het vertrouwen van vele Nokeraars te veroveren, over politieke meningsverschillen of familiale disputen heen. Het duidelijkste bewijs hiervan was dat hij het vijf verkiezingen op rij volhield en pas op 31 december 1976 de burgemeesterssjerp in de lade moest leggen door de fusie met Kruishoutem. Voordien had zijn schepencollege - volgens een latere verklaring van René D'Huyvetter voor de regiopers - nog gepoogd om Nokere over de provinciegrens heen bij Waregem te laten aansluiten.

Info bij:

Op 16 december 1891 werd Wannegemnaar Henri Gabriëls (1838-1921) door Paus Leo XIII tot bisschop van Ogdensburg (USA) benoemd. Hij werkte toen al een 30-tal jaren in de Verenigde Staten als professor dogmatiek en kerkgeschiedenis te Troy (staat New York).

Henri Gabriels 1838 1921   Wapenschild Henri Gabriels

Links: Henri Gabriëls als bisschop (foto in: "The Catholic Church in the United States of America: Undertaken to Celebrate the Golden Jubilee of His Holiness, Pope Pius X, Volume 3.", p. 623). Rechts: zijn bisschoppelijk wapenschild: ‘In virtute Dei’ (‘In de kracht van God’), zoals afgebeeld in een glasraam van de Sint-Machutuskerk te Wannegem (foto Edwin De Borggraeve).

De officiële wijding ging 130 jaar geleden door - op 5 mei 1892 - in het bijzijn van 4 aartsbisschoppen, 19 bisschoppen, 500 priesters en 4.000 burgers. Na de ceremonie mochten de hoge geestelijken aan de feestdis aanschuiven voor een menu met niet minder dan twaalf ‘gangen’. In de Vlaamse pers van iets meer dan een maand later: ”Deze week ontvingen wij nauwkeurige bijzonderheden aangaande de consecratie van Z.D. Hoogw. H. Gabriels, bisschop van Ogdensburg, N.Y. Het kort bericht verleden week meêgedeeld was zeker onnauwkeurig; in plaats van 14 aartsbisschoppen namen aan de plechtigheden deel: (waarna een opsomming volgt van 23 aartsbisschoppen en bisschoppen, afkomstig uit Canada en de USA). Verder verscheidene abten en voorname geestelijken uit alle deelen des lands, o.a. de Zeer Eerw. heer P.A. Puissant, opvolger van Dr. Gabriels als president van het seminarie te Troy, de faculteit van gezegd seminarie en meer dan 500 priesters. Nooit werd er in dit land eenen bisschop gewijd waarbij zooveel belangstelling aan den dag werd gelegd. Minstens 4.000 leeken woonden de plechtigheden bij. Mgr Gabriels werd op den dag zijner wijding geschenken ter hand gesteld ter waarde van ongeveer fl. 10.000 (3.000 US dollar), en dit is zeker wel een bewijs van de algemeene achting welke hij geniet.” (Het Land van Aelst - 19 juni 1892).

Aanstaande zondag 1 mei wordt er geschiedenis geschreven in Lozer. Dan bestaat Lozermei, de enige overeind gebleven religieuze ommegang in Kruishoutem immers 160 jaar !

In het Oudenaardse blad 'De Scheldegalm' van 3 mei 1863 lezen we over een eerste Lozerse bedevaart het jaar voordien: “Men schryft ons uit Huysse: Morgen, 3 mei, zal te Lozer, plegtiglyk de oktave van O.L. Vrouw der zeven Weeën geopend worden. Een luisterlyke stoet, waerby een groot getal maegdekens en meer dan 300 leden van verscheidene genootschappen, zullen den ommegang doen, door zyne Hoogw. Den Bisschop voorleden jaar ingerigt. De kapelletjes, te dier meening rond het kerkhof geplaetst en geschonken door eenige edelmoedige begiftigster, zyn de schoonste van dien aert en worden zeer veel bezocht. De versierselen en offeranden voor de maend mei, in voornoemde kerk ten gereedheid gebragt, zullen die van alle andere jaren overtreffen.”. De ommegang van 'Lozermei' werd m.a.w. in 1862 voor de eerste keer georganiseerd. 

De feestelijke affiche hieronder uit het jaar 1958 zit er dus 5 jaren naast waar ze verkondigt dat de 'Lozer-Meidagen' worden 'ingericht en onderhouden in de parochiekerk te Lozer, sedert het jaar 1867.' Bemerk tevens het doorgedreven programma, met o.a. een eerste mis op zondag om 6u30' in de prille ochtend en een Lof om 20u. 's avonds gedurende 'alle dagen der meimaand'.

Affiche lozermei 1958

                                                                                                        foto: archief Hultheim

Theodoor Van der Donckt   Graftombe Van der Donckt

Links: foto van gravure Theodoor Van der Donckt (archief Hultheim). Rechts foto grafmonument Van der Donckt-Vijvens aan de rechterzijde van het kerkhof te Kruishoutem (foto Raf Van der Donckt)

Theodoor Frans Jozef was afkomstig van Oudenaarde. Door zijn huwelijk in 1821 met Frederica Blandina Vijvens (1798-1851) kwam hij in Cruyshautem terecht. Hij was dertig jaar burgemeester van 1848 tot zijn overlijden. Vlaanderen was toen een achtergesteld gebied met armoede, drankzucht, analfabetisme, epidemieën, mislukte oogsten en grote mortaliteitscijfers. Voor hij burgemeester werd, had hij zich als arts reeds verdienstelijk gemaakt, toen cholera de regio teisterde.

Theo (in de volksmond ‘Peetse’) moderniseerde de gemeente, maar met de hand op de portemonnee. Onder zijn bestuur kwam er een nieuwe kerk (1856), een nieuwe gemeenteschool (1875), een nieuw gemeentehuis (1875) en een brandweerkorps (1850). Hij was een Vlaamsgezind en vooruitziend politieker met managerstalent. Hij was trouwens de eerste Kruishoutemnaar zonder blauw bloed die in 1852 een zitje in het Parlement wist te halen én dat 26 jaar vasthield tot zijn overlijden. Geridderd in de Leopoldsorde in 1856.