Welkom!

… op de website van Hultheim, de heem- en geschiedkundige kring van Kruishoutem. Hier vindt u heemkundige en historische updates over Kruishoutem, de Marolle, Lozer, Nokere, Wannegem en Lede. De laatste info staat bovenaan, voor de oudere verslagjes scrolt u naar beneden.

 

Petrus Jacobus Senesal 1793 1866België bestond nog niet. Dat maakte trouwens geen verschil uit voor Cruyshautem. Feesten kon/kan daar altijd. 190 jaar geleden, op dinsdag-marktdag 6 juli 1830 was de Sint-Eligius parochie dus in grote vreugde. Een nieuwe pastoor werd binnen gehaald. De dorpskom was versierd met twee grote triomfbogen en zes kleinere feestbogen. Langs het parcours van de feeststoet hadden de Kruishoutemnaren meer sparren neergepoot dan dat er heden ten dage tijdens de Kerstperiode worden geplaatst in gans Kruisem. 

Petrus Jacobus Senesal zou een waardig zielenherder blijken te zijn. Hij was een man van principes, wat hij reeds had getoond tijdens zijn priesteropleiding. Als seminarist wou hij niet buigen voor ene Napoleon Bonaparte en dook onder voor zijn gedwongen conscriptie in la Grande Armée. Ook in Kruishoutem zou zijn principiële karakter hem nauwelijks 5 jaar na zijn aanstelling in een conflict drijven met zijn eigen kerkraad. Chris Van der Meeren beschrijft dit op schitterende wijze in het Hultheim jaarboek 2019.

Senesal werd parochieherder van 6.738 zielen. Ter vergelijking: op 01.01.2019 had deelgemeente Kruishoutem 5.322 inwoners. Senesal zag de noodzaak in van zorg voor zovele, hoofdzakelijk armtierige mensen. Hij was de drijvende kracht achter de bouw van een grotere kerk (1856), het klooster en school van de Zusters van Franciscus van Assisi in de Brugstraat (1839) en het rustoord in de Ommegangstraat (nu: Brouwerijstraat) (1862-1864). Petrus Jacobus Senesal is dan ook terecht opgenomen in de eregalerij van Krasse Kruishoutemnaren: https://www.hultheim.be/index.php/kruishoutem/krasse-kruishoutemnaren/29-petrus-jacobus-senesal-1793-1866

 

Info bij:

  • VAN DER MEEREN Chris, Pastoor Petrus Jacobus Senesal (1793-1866). Levenslang bezorgd om het materieel en geestelijk welzijn van zijn parochianen, jaarboek Hultheim 2019, p.34-51.
  • VAN DER MEEREN Chris, De hamer van Eligius: bron van devotie, oorzaak van conflict. Tweespalt tussen pastoor Senesal en zijn kerkraad in 1835, jaarboek Hultheim 2019, p.52-62.

Deken Van Bogaert

Exact 110 jaar geleden werd bericht: “Priesterlijke benoemingen -  Zijne hoogweerdigheid heeft benoemd: Pastoor-deken te Cruyshautem, den Z.E.H. Van Bogaert, pastoor te Wichelen, in vervanging van den Z.E.H. Van den Fonteyne, die op zijne aanvraag, zijn eervol ontslag bekomt.” (De Denderbode - 26 juni 1910).

Deken Van Bogaert zal zijn parochianen moreel en religieus door de Eerste Wereldoorlog loodsen, maar is nadien dermate van zijn melk dat hij nalaat verslag uit te brengen bij kardinaal Mercier over de oorlogsomstandigheden in Kruishoutem. Op 2 december 1919 beperkt hij zich tot een kort kattenbelletje. Zijn excuus: “Verschooning dat ik zoo laat antwoord. Mea Culpa! Ik had uwen brief uit het oog verloren. Na de gebeurtenissen die wij hier beleefd hebben, is het te verstaan, dat wij, zelfs nu, nog op ons effen niet zijn”.  

Een jaar voordien, op 8 november 1918 - luttele dagen voor  de Wapenstilstand - had Van Bogaert zich nochtans meer slagvaardig getoond toen hij Paul Berryer, de Belgische Minister van Binnenlandse Zaken, te Cruyshautem had ontvangen. Krijgshaftig bewierookte hij toen zijn parochianen als Spartaans volhardende patriotten: “Men wilde den Duitsch blijven haten, zelfs wanneer men van honger moest omkomen. Dit geeft u een gedachte van ons misprijzen. En indien wij nog honger moesten lijden, zouden wij de ontbering met gelijk verdragen zoolang onze soldaten er eindelijk in gelukken het smerige beest, dat men mof noemt, te verpletteren’.” (Belgisch Dagblad - 6 december 1918). Straffe taal ! “De priester glimlachte, vreugdig omdat hij deze biecht mocht doen, die dezelfde is als deze zijner parochianen, en zijn ascetengelaat (zie nochtans foto …) zag er, bij het slecht licht der lamp (dat zal de verklaring zijn), uit als dat van een wreker en bewees ten klaarste de gevoelens der bevolking.” (De Legerbode - 16 december 1918).

Info bij:

DE BORGGRAEVE Edwin, Kruishoutem in de parochiale oorlogsverslagen, jaarboek Hultheim 2019, p.115-141.

Fat baby

Kruis(hout)emnaren zijn levensgenieters en kijken niet op een hapje of een drankje meer of minder, ook niet in coronatijden. Dat dreigt nadien natuurlijk door te wegen op de Schaal van Gewichter.

Wat meer is, 195 jaar geleden sloeg die zelfs door:  “Er bestaet in dezen oogenblik te Cruyshautem, Oost-Vlaenderen, een wonder der natuer; ’t is een meysken van 13 maenden, wegende 40 nederlandsche ponden (40 kilog.), waer van all de lichaemsgedeelten zeer wel gemaekt en zonder gebreken zyn. Den vader van Rosalia, J.B. Callens genaemd, landbouwer, schept behaegen in zyn kind te laeten zien aen het groot getal nieuwsgierigen der omliggende steden en dorpen, welke dit wonderverschynsel gaen bezigtigen.” (Gazette van Brugge - 24 juni 1825).

Of J.B. Callens na het bezigtigen van zijn kind met de klakke rondging, wordt in het artikel niet vermeld.

Op 30 mei overleed Roger De Cock op 93-jarige leeftijd te Aarsele. Hij was toen de oudste, nog levende winnaar van de Ronde van Vlaanderen, die hij in 1952 in helse weersomstandigheden had binnengehaald. Meteen kreeg een heroïsche anekdote uit de Tour de France van 1951 weer persaandacht. Hoe hij met o.a. Wim Van Est, op dat moment de eerste Nederlandse gele truidrager ooit, mee voorop was in de Pyreneeën. Hoe de Nederlander in de afzink van de Col d’Aubisque de dieperik indook. Hoe Roger bij hem in de buurt bleef, om hulp schreeuwend naar voorbij snellende renners en volgers. Hoe niemand stopte. Hoe een huilende Van Est dan toch met aan elkaar geknoopte fietstubes 70m uit het ravijn werd gehaald. Van Est verwierf na die Tour trouwens faam (en centen) door de PR-slogan van horlogemerk Pontiac: "Zeventig meter viel ik diep, mijn hart stond stil, maar mijn Pontiac liep ... ."      

Roger de cock 1  Roger de cock 2

In maart van datzelfde jaar 1951 had Roger De Cock Parijs-Nice op zijn palmares geschreven. Einde april 1952 zegevierde Wim Van Est in Nokere Koerse (zie foto links). Roger De Cock slaagde er niet in om Kruisems Mooiste te winnen. Hij werd wel twee keer 2de: in 1950 (zie rechtse foto, links naast winnaar Jules De Poorter) en in 1954. In 1958 werd hij nog 9de. In 1953, een jaar na De Cock, was Wim Van Est de sterkste in de Ronde van Vlaanderen. Twee iconische renners, die met elkaar verbonden blijven in de sportannalen door die ene, beruchte Pyreneeëerit in de Tour van 1951, maar die bovendien ook het podium wisten te halen te Nokere ! (foto's copyright www.nokerekoerse.be).

Tante serafien

Vorige maand 115 jaar geleden was een herbergierster op de wijk 'Den Biest'  te Cruyshautem het slachtoffer van toch wel stoutmoedige dieven. Eén van de bendeleden - wellicht een inwoner van de Eigemeente - was zijn tijd ver vooruit; hij droeg een coronamasker ...

Cruyshautem - Bandieterij. Op den steenweg van Cruyshautem naar Waereghem, wijk Biest, woont de wed. Serafien De Vos met hare nicht, 22 jaar oud. De weduwe houdt herberg en winkel. Rond middernacht werd de nicht door een gerucht gewekt en riep op hare moei. Op ’t zelfde oogenblik sprongen twee kerels in de kamer, geopende messen zwaaiende en de vrouwen met den dood bedreigende, indien zij om hulp riepen. Er kwamen dan vier mannen binnen waarvan één een neusdoek voor het gelaat gebonden was (coronamasker ?); zij roofden al wat in huis was en laadden het op ene kar met een peerd bespannen. Rond 1 ure, stond de nicht op, maar de schurken waren nog niet weg en dwongen de nicht terug te bed te gaan. De dieven namen ook al het geld mede dat in huis was, voor omtrent 2000 fr. Een ander medeplichtige reed per velo heen en weder om te zien of er geen hulp opdaagde. Het was drie uur vooraleer de nicht om hulp dierf roepen. Men denkt dat de dieven de richting naar Kortrijk hebben genomen. Nogthans denkt men dat de schurk, die een neusdoek voor het gezicht gebonden was, uit den omtrek is.” (Gazette van Brugge - 3 mei 1905).  

De dievenbende had zich professioneel voorbereid: kar en paard voor het transport van de gestolen waren en een uitkijk per fiets. De vélo  was in 1905 nog niet volledig ingeburgerd, zeker niet op het platteland. Bovendien wisten de boeven duidelijk waar de buit te halen. Tante Serafien zat inderdaad niet in de slappe was. 2.000 fr. was in 1905 een hoop geld. In 1919 - 14 jaar later - verdiende een ongeschoolde metsersgast 1 fr. per uur.