Welkom!

… op de website van Hultheim, de heem- en geschiedkundige kring van Kruishoutem. Hier vindt u heemkundige en historische updates over Kruishoutem, de Marolle, Lozer, Nokere, Wannegem en Lede. De laatste info staat bovenaan, voor de oudere verslagjes scrolt u naar beneden.

 

Op zoek naar een geschikte locatie in de provincie Oost-Vlaanderen voor een kerk en een klooster strijken de Paters Passionisten in november 1924 neer op de Marolle. Met de financiële steun van de Gentse bisschop wordt 2ha en 40a grond aangekocht in de (actuele) Passionistenstraat.     

Kerk Marolle

De bouw van de kerk wordt onmiddellijk aangevat. Immers, een 'mogelijke geloofsverzwakking' van de Marolliens die voor de mis naar Lozer of naar Kruishoutem moeten, wordt gevreesd. Getuige immers volgend persbericht in de Kortrijkse krant ‘De Leiewacht’ van 95 jaar geleden:

Cruyshautem - De Paters Passionisten hebben, onder bijzonderen zegen van Z.D.H. Mgr Seghers, bisschop van Gent, te Cruyshautem, gehucht ‘Marolle’ de bouw eener nieuwe kerk begonnen, toegewijd aan den H. Gabriël van de moeder van Smarten. De talrijke bewoners (ongeveer 1,800) van de wijken ‘Marolle’, ‘Bunder’, ‘Lulhoek’, enz., zijn een half uur, drie kwartier, tot een uur van de parochiekerk van Cruyshautem gevestigd. Dergelijke toestand kan slecht nadeelig inwerken op het geloof van deze nog diep godsdienstige bevolking. Om mogelijke geloofsverzwakking te voorkomen, besloot Z.D.H. Mgr Seghers een kerk te bouwen in het centrum der voorgenoemde gehuchten. Deze onderneming zal de geloovigen -  vooral de bejaarde en de gebrekkige lieden, de huismoeders, en de ongeveer 300 schoolkinderen van de ‘Marolle’, de vervulling hunner godsdienstplichten vergemakkelijken. Z.D. Hoogwaardigheid heeft dit voortreffelijk werk herhaaldelijk en warm aan de vrijgevige katholieken aanbevolen. De Paters Passionisten vertrouwen op de medewerking en geldelijke hulp der liefdadige personen tot verwezenlijking van het plan, ondernomen tot glorie van den Gekruiste en de Moeder van Smarten. Alle giften worden dankbaar aanvaard en mogen gestuurd naar den Provinciaal der Passionisten, Wesembeek Ophem. Postcheckrekening 128.957.” (De Leiewacht - 19.09.1925). 

De kerk wordt door de Kruishoutemse deken Van Bogaert ingezegend een klein jaar later, op 8 augustus 1926. U hoeft dus geen gift meer te doen via postcheck. Weer een jaar later - op 7 augustus 1927 - volgt de inzegening van het klooster.

Zie ook en lees bij: VERZELE Gaby, VERZELE JOZEF en VAN CAUWENBERGHE Johan, De Passionisten en de Marolle: 78 jaar intens samenleven, jaarboek Hultheim 2004, p.202-228, en bij DE BORGGRAEVE Edwin, Van Passionistenklooster over Kruiskouter naar Waegebrughe, Kruishoutemse Kronieken, 2019, p.76-77.

De kasteelheer van Ayshove, Philippe de Jauche (1629-1683) was baron, maar had ambitie. Hij wou hogerop, hij wou stijgen op de adellijke ladder. Hij vroeg daarom aan koning Louis XIV om de titel van graaf te krijgen. De Franse Zonnekoning zwaaide net dan de plak in het Oudenaardse en kon bij de lokale adel wel wat ondersteunend, diplomatiek netwerk gebruiken tegen de opdringende Spanjaarden. In een oorkonde van september 1670 werd de Jauche graaf, Cruyshautem een graafschap, met meteen de toelating om een jaarmarkt te organiseren. 

oorkonde kruishoutem

                 De grafelijke oorkonde van september 1670 (foto Chris Van der Meeren)

Graaf Philippe was niet gespeend van enig politiek opportunisme. Na de Vrede van Nijmegen in 1678  kwam de streek weer in Spaanse handen. In 1680 trok de Jauche naar Brugge om er Alexander di Farnese als nieuwe Spaanse landvoogd van de Zuidelijke Nederlanden te verwelkomen. Cruyshautem hield het als graafschap 201 jaren vol, tot in 1871, het jaar waarin gravin Eugénie vander Meere (1795-1871) overleed. 

Zie ook en lees bij: VANWELDEN Martine en VAN DER MEEREN Chris, Realpolitik in Kruishoutem: Philippe de Jauche en Lodewijk XIV gekaderd, jaarboek Hultheim 2018,p.38-58.

molen x

Tegen het geweld van de natuur staat de mens machteloos. Dat ondervond een Kruishoutemse molenaar 155 jaar geleden: “Een schrikkelyk onweder van regen en donder is dezer dagen over de omstreken van Cruyshautem uytgeborsten. Vele huyzen en stallingen stonden onder water, en verscheydene straten zyn eenen meter diep uytgespoeld (wat er dus op wijst dat de meeste wegen nog niet geplaveid waren). Den donder is gevallen op den molen, toebehoorende aen den heer Aug. Haegens en gebruykt door heer van de Wiele te Cruyshautem. Den mulder bovengegaen zynde om de prang (klemhaak) te sluyten, is van den binnentrap geslagen, en buyten kennis op de zakken neergeworpen; eenigen tyd nadien was hy weder zonder hinder in ’t bewustzyn; aen de pestels (de roedes van de molenwieken) en as is de schade aanzienlyk.” (De Denderbode - 3 september 1865).

Motocyclet

Waarom hij met zijn motocyclet van de zee via Kruishoutem naar Kortrijk reed, blijft voor eeuwig een raadsel. Let wel, hij kwam van het strand van Blankenberge … Wie weet wat er daar was gebeurd!?  Of, moest ie naar een liefje onderweg? Zou ook kunnen, maar wat er ook van weze, hij had de omweg via de Eiergemeente beter niet gemaakt.

Honderd jaar geleden: “Doodelijk ongeluk - Gerard Deltour, 50 jaar, kwam van Blankenberghe naar Kortrijk per motocyclet. Te Cruyshautem botste hij tegen eenen muur. Hij werd den schedel gekloven en de hersenpan ingedrukt. De dood was oogenblikkelijk.” (De Poperinghenaar - 22 augustus 1920).

thunderbold

110 jaar geleden ontketenden de natuurelementen zich boven Vlaanderen tot een zware zomerstorm: “Schrikkelijke onweders zijn zondag en maandag over gansch het land losgeborsten. West-Vlaanderen werd grootendeels gespaard, en de bliksem schijnt slechts in het zuiden der provincie van zijne perten gespeeld te hebben. Maar verder in het land en in ’t buitenland heeft het onweder geheel leelijk huis gehouden. Ten alle kante meldt men persoonlijke ongelukken en groote schade, zooals branden, vee doodgebliksemd, overstroomingen, enz … Het onweder van maandag had te Oudenaarde en omtrek eene echte  overstrooming voor gevolg. In de stad stonden honderden kelders onder water en in vele huizen moest men alles naar den zolder vluchten, daar ’t water 10 tot 15 centimeters hoog op het gelijkvloers stond. De meerschen van Oudenaarde tot Peteghem zijn overstroomd en het hooi zwom in de grachten. De bliksem viel op verscheidene plaatsen en richtte hier en daar aanzienlijke schade aan. Te Cruyshautem gingen twee knapen elk met eene koei naar de weide van de weduwe Th. Bohyn, op den Olsenesteenweg, gehucht Keymolen. De koeien werden door den bliksem getroffen en op den slag gedood; de twee knapen, die ten gronde geslingerd waren, stonden ongedeerd op.” (Gazette van Brugge - 20 juli 1910).