Welkom!

… op de website van Hultheim, de heem- en geschiedkundige kring van Kruishoutem. Hier vindt u heemkundige en historische updates over Kruishoutem, de Marolle, Lozer, Nokere, Wannegem en Lede. De laatste info staat bovenaan, voor de oudere verslagjes scrolt u naar beneden.

 

Vrolijk paasfeest uit Kruishoutem  Reuzenei Kruishoutem

 

Na de noodgedwongen onderbreking in 2020 en de digitale versie van vorig jaar haalde het Gulden Eicomité  einde januari de stekker uit de 67ste editie van de Gulden Eifeesten die dit Paasweekend zouden doorgaan. Spijtig, maar gezien de toen nog heersende onzekerheid begrijpelijk. 

Hierbij alvast een korte terugblik naar het verleden, naar 40 jaar geleden.

Toen haalde Wannegem in de aanloop naar de Gulden Eifeesten de pers met een heus ei-record. Een kieken wist een reuzenei van maar liefst 150 gram, 19 cm hoog en 19,5 cm omtrek uit het frêle lijf te wringen! Als je weet dat een kippenei doorgaans maar 60 gram weegt, met een omtrek van 14,5 cm en een hoogte van 6 cm, dan besef je meteen de grandeur van dit exploot. De trotse kippeneigenares, Rachel De Coninck, poseerde met het fenomeen in de rechterhand. De legkip zelf stond niet op de foto wegens recuperatie in het kiekenkot en was ook nog te uitgeput om zich te vertonen op de Gulden Eifeesten. Let wel, het ganse zaakje kan ook een aprilvis geweest zijn, want het verscheen in de 'Kijk Uit' van 1 april 1982.

PS - Voor de Hultheim fans die het graag 'groot zien': er is ook nog een Kersoudemse reuzenzeug op komst, maar die houden we op stal tot de voorstelling van ons 21ste jaarboek op vrijdag 9 december 2022.

Kruishoutem is gekend als de Eiergemeente, waarbij iedereen automatisch denkt aan de Gulden Eifeesten. Deze festiviteiten liggen evenwel niet aan de basis van onze naam en faam, maar zijn er nét het gevolg van.

De geschiedenis in een eierdop: de Franse Koning Louis XIV verleende in 1670 aan Kruishoutem de toelating om een jaarmarkt te houden. Dit was de aanzet tot wat wekelijkse boerenmarkten zou worden. Vanaf 1911 begonnen de Kruishoutemse broers Armand en Leo De Sloovere met grootschalige eierbroeierijen. Armand kocht toen zijn eerste broedkast die 400 eieren kon bevatten. In 1913 zwengelde Kruishoutems burgemeester Marcellin Goeminne de wekelijkse markt aan met de klemtoon op eier- en boterhandel. De eiermarkt groeide uit zijn voegen en verhuisde vanaf 1960 naar het speciaal daarvoor aangelegde Nieuw Plein. In 1955 startten onder impuls van gemeentesecretaris René D’Huyvetter de Gulden Eifeesten om een extra folkloristische touche te geven aan de renommé van de eiermarkt. Anno 2022 worden de eierprijzen nog steeds door een Kruishoutemse commissie wekelijks vastgelegd. Eiermarkt en eierveiling zijn verdwenen. Er zijn nog 2 broeierijen actief, Claeys en De Biest

 

Corpus broedkast    Gerestaureerde broedkast

Links: Hultheims erevoorzitter Raoul De Bel en milde schenker Alfred Goeminne op 1 juli 2021 met tussen beiden het corpus van de broedkast (foto Mario Verzele). Rechts: de bijna volledig gerestaureerde broedkast (foto Carl Delacauw).

De eerste houten broedkasten werden in de USA gemaakt. Schrijnwerker Bohez te Olsene kreeg in de jaren ‘30 de toelating om de kasten te verdelen. Na WOII begon zijn firma er zelf te maken onder de naam Petersime. Alfred Goeminne, achterkleinzoon van burgemeester Marcellin Goeminne en beschermlid van Hultheim, schonk in 2021 aan Hultheim een dergelijke broedkast. Ze werd vakkundig gerenoveerd door Raoul De Bel, Juan Delva, Jan Verzelen en Jean-Pierre De Ruyck. Dit uniek stuk erfgoed krijgt na schenking van Hultheim aan het gemeentebestuur van Kruisem een ereplaats in de inkomhall van het gemeentehuis te Kruishoutem.

  • VAN DER MEEREN Chris, Kruishoutems glorierijke geschiedenis van markt, kip en ei. Van Lodewijk XIV’s oorkonde tot Europese eiermarkt, jaarboek Hultheim 2015, p. 100-143.
  • DE BORGGRAEVE Edwin, Kruishoutem en het ei, Kruishoutemse Kronieken, 2019, p. 106-107.
  • Het ei van Kruishoutem, uitgeverij Borgerhoff & Lamberigts, 2014.

Amerkahuis

foto van het Amerikahuis door Erik C. Dewaele

Een watermolen ? Dat kennen we. Een windmolen ? Idem dito. Maar een windwatermolen? Dat kan alleen maar in Kruishoutem.

In een dal tegen de grens met Wannegem stond bij het Amerikahuis (samenkomst van de Zevekotstraat en ’t Leeghoek) ooit een korenwatermolen op de Plankbeek, amper een kleine halve kilometer van de bron verwijderd. De beek is daar niet meer dan een kleine gracht. Louis Vander Straeten, die eigenaar werd van de site in 1853, zag onmiddellijk in dat het waterdebiet en -verval van de beek er veel te klein was om de molen draaiende te houden. 

Hij besloot tot de bouw van een windmolen óp de watermolen. Die kwam er in 1854. Hoe de constructie eruit zag, merkt u op de tekening bij de vergunningsaanvraag van toen. Het is een kleine houten staakmolen opgericht op het bestaande stenen molenkot. Hiermee lijkt de windwatermolen vrij goed op de Kruishoutemse Keimolen, waarvan de stenen onderbouw overeind bleef tot 1959. Windvang uitgerekend in een dalgebied amper 20m boven de zeespiegel was echter een al even onbezonnen idee als de watermolen zelf. In de stenen onderbouw werd in 1857 voor de aandrijving noodgedwongen een stoommachine geïnstalleerd. In 1874 werd het bouwwerk afgebroken. Het had amper 20 jaar gefunctioneerd.

 Keimolen Kruishoutem       Constructietekening Wind Watermolen  

Links: de Keimolen Kruishoutem (detail postkaart archief Raoul De Bel). Rechts: de constructietekening van de winterwatermolen van het Amerikahuis bij de vergunningsaanvraag in 1854.

En van waar de benaming Amerikahuis? In 1846 was Jan Baptist Ceuterick uit Wannegem op de site komen wonen. In het bevolkingsregister van Wannegem staat dat jaar bij de persoon evenwel vermeld: “ingescheept op den 16 november 1846 voor een overzeesche reis”, inderdaad naar The United States of America. De volksmond moest niet ver zoeken om aan het huis meteen deze - toen zeker nog exotisch klinkende - naam te geven.

Info bij: GOEMINNE Luc en DE BEL Raoul, De merkwaardige water-windmolen bij het Amerikahuis te Kruishoutem, jaarboek Hultheim 2008, p.149-151. Research in bevolkingsregisters Wannegem: Chris Van der Meeren.

Brand Burgers werken samen om brand te blussen

http://schuylermansion.blogspot.com: “Burgers werken samen om brand met emmers water te bestrijden”

95 jaar geleden stond Nokeredorp in rep en roer. Een hevige brand was uitgebroken in het huis van handelaar Aimé Nollens en zou het overigens volledig in de as leggen.

Maar, de buren staken onmiddellijk de handen uit de mouwen. Een prachtvoorbeeld van solidariteit dat groter onheil wist te voorkomen. Mensenlevens werden gespaard. Dieren daarentegen waren een prooi van de vlammen: “Alhier is een hevige brand uitgebroken bij Aimé Nollens, handelaar alhier, en wonende op de Dorpplaats. Het vuur dat ontstaan was in het wagenkot breidde zich bliksemsnel uit en vormde weldra een grooten vuurpoel. Dank zij de tusschenkomst van toegesnelde geburen die onmiddellijk met al wat eenigszins in hunne macht was het vernielend element aanvielen, gelukten zij er in na een ieverig werken het aanpalend woonhuis te vrijwaren. Al de andere gebouwen, remise, paardenstal zijn vernield en de prooi der vlammen geworden, alsook een wagen geladen met 300 kgr. aardappelen; verder hooi, strooi, kolen; ook eene vaars en eene geit kwamen in de vlammen om. De duiven welke op den zolder der aanpalende woning zaten, vonden den dood door verstikking der hevige rookwolken. De oorzaak van den brand is onbekend.” (De Volksstem - 9 maart 1927).

Het historisch feit deed zich 95 jaar geleden voor in Cruyshautem. Het persartikel in ‘De Gentenaar’ van 20 maart 1927 baadt in een warme gloed voor de devote 103-jarige Charlotte Herlinde Goeminne: “We gelooven dat de eeuwelinge van Cruyshautem tegenwoordig de ‘dekenin’ is der Belgische honderdjarigen. Herlindis Goeminne, weduwe van Joannes Impe bewoont een renteniershuis in de Brugstraat te Cruyshautem. Mevr. Impe zag het levenslicht den 18 October 1823, zij gaat dus op haar honderd en vierde jaar. (...) ”.

Charlotte Herlinde Goeminne 103jaar

Met het schrijden der jaren heeft een mens meer verleden dan toekomst. Nostalgisch mijmeren over ‘diene goeden ouden tijd’, wie doet het niet vanaf een bepaalde ouderdom? … En ook Herlindis koestert zich daarbij in de menselijke begoocheling dat het vroeger zoveel beter was dan nu: “Mevrouw Impe weet een wonder groot verschil te maken tusschen haar tijd en den tijd die we tegenwoordig beleven. In mijn tijd, zoo wist ze te zeggen, waren de menschen veel anders dan nu. Ze wisten hun zuurgewonnen centen te sparen in plaats van ze te verkwisten aan alle slag van spel. Ze waren deftig, maar eenvoudig gekleed, en ’t vrouwvolk was nog het eenvoudigst van al. (..) ’s Zondags was ’t waarlijk de dag des Heeren: al die kon, ging niet alleen naar de H. Mis, maar ook naar de vespers; ’s namiddags waren de kerken zoowel bezet als in den morgend. Maar nu, ’t vrouwvolk zoowel als mannevolk, pakt een velo en rolt de parochie uit God weet waarheen. Dat de menschen een beetje meer aan hun ziel dan aan hun lichaam dachten, ze weten niet hoe wel ze zouden doen”.

Herlindis hield wel van de Heer, maar voelde zich toch niet geroepen om meteen voor Hem te verschijnen: “Als men aan de moedige eeuwelinge vraagt hoe lang ze nog hoopt te leven, dan denkt ze het met Gods hulp nog vijf jaar uit te houden: dan ben ‘k 108 jaar en dat zal reeds kunnen gaan. En ze glimlacht nogmaals.” (De Gentenaar - 20 maart 1927). Ze kon haar voornemen niet waarmaken. Charlotte Herlindis werd 105 jaar; ze wisselde het tijdelijke voor het eeuwige een kleine twee jaar na het interview, op 21 januari 1929.

Zie ook: