Welkom!

… op de website van Hultheim, de heem- en geschiedkundige kring van Kruishoutem. Hier vindt u heemkundige en historische updates over Kruishoutem, de Marolle, Lozer, Nokere, Wannegem en Lede. De laatste info staat bovenaan, voor de oudere verslagjes scrolt u naar beneden.

 

De bloei van de katholieke scholen was op het einde van de 19de eeuw een doorn in het oog van de liberalen. Met de Wet Van Humbeeck van 10 juli 1879 fnuikte de blauwe regering Frère-Van Humbeeck het vrij lager onderwijs en veroorzaakte de eerste Belgische schooloorlog. Iedere gemeente moest minstens één officiële school hebben en mocht geen vrije school subsidiëren. De onderwijzers moesten een diploma van een rijksnormaalschool hebben en godsdienstonderricht mocht enkel nog buiten de lesuren op uitdrukkelijk verzoek van de ouders.

  Baron Gaetan della Faille d Huysse 1845 1926

Baron Gaëtan della Faille d’Huysse (1845-1926).

De clerus reageerde als door een wesp gestoken en liet overal te lande katholieke scholen bouwen (o.a. ook in Kruishoutem en in Nokere). In Lozer zette de katholieke baron Gaëtan della Faille d’Huysse (1845-1926) zijn schouders onder de oprichting van een vrije school. Maar anderzijds was hij als burgemeester ook verplicht om de liberale schoolwet te volgen; tegen zijn zin werden zowel in Huise als in Lozer gemeentelijke scholen geïnstalleerd, maar zonder succes. In de geuzenschool van Lozer volgden amper twee kinderen les, en die waren dan nog afkomstig van Cruyshautem!

Een absurde situatie waarmee de baron in oktober 1882 - nu 140 jaar geleden - komaf wou maken. Samen met de garde chasse nam hij het recht in eigen handen, wat in de liberale pers uiteraard op de korrel werd genomen: “Van zodra hij op de hoogte was, begaf de burgemeester zich met zijn garde champetter naar de school om er de onderwijzer te gelasten zijn twee leerlingen te doen vertrekken. Ongelukkigerwijze voor hem waren die dag de twee leerlingen - waarschijnlijk op voorhand op de hoogte gebracht van de komst van de burgemeester en van de sterke arm der wet - niet aanwezig. (…) Onmiddellijk schreef de burgemeester de onderwijzer aan om hem te herinneren aan zijn verbod om de leerlingen nog les te geven. De onderwijzer gaf deze brief door aan de inspectie, die op haar beurt de burgemeester aanschreef (…). Maar de nobele baron had het zich blijkbaar in het hoofd gehaald dat er geen enkele leerling in zijn officiële gemeentescholen les mocht volgen. Hij antwoordde derhalve in de gebruikelijke beleefdheid die een man van aanzien kan betonen tegenover een ondergeschikte dat hij geen orders te ontvangen had van een inspecteur en dat hij wel degelijk wist wat hij moest doen ‘om zijn gemeente te vrijwaren van een arbitraire tussenkomst - misschien wel legaal, maar in elk geval weinig grondwettelijk - van een ambtenaar’. Waarop de burgemeester - weer geflankeerd door zijn garde champetter - zich opnieuw naar de school begaf. Nu had hij het geluk er de twee leerlingen wel aan te treffen. Hij liet ze op hardhandige wijze verwijderen en verwittigde de onderwijzer dat hij de school door de gendarmerie zou laten sluiten, indien hij het nog zou aandurven de leerlingen les te geven.” (tekst op citaat uit ‘Flandre libérale’, eigen vertaling van ‘Journal de Bruges’ - 26 oktober 1882).

Pas in 1884 werd de toestand genormaliseerd; onder impuls van een intussen katholieke regering Malou-Woeste-Jacobs werden de vrije lagere scholen van Lozer en van Huise door het gemeentebestuur aangenomen.

Zie: DE BORGGRAEVE Edwin, Het stond geschreven en gedrukt. Lozer in 110 jaar historische persknipsels (1843-1952), p. 119-139.

Graf Pierre Charles Desmanent de Biesme 1  Graf Pierre Charles Desmanent de Biesme 2

Dit neogotisch funerair monument werd opgetrokken op het kerkhof te Kruishoutem in 1848 door burggraaf, volksvertegenwoordiger en senator Pierre-Charles Desmanet de Biesme (1793-1865) en zijn echtgenote Eugénie van der Meere (1795-1871), de laatste gravin van Ayshove en eigenares van het kasteel na de gedwongen verkoop ervan door haar spilzieke broer Auguste. Architect was Pierre Nicolas Croquison (1806-1887), die in 1855 verantwoordelijk zou zijn voor de Sint-Eligiuskerk. Het memoriaal werd gerestaureerd in 1975.

Graf Pierre Charles Desmanent de Biesme 3

Binnen ziet u de beeldengroep ‘Dood van de H. Jozef’ (geplaatst in 1873). Onder het Piëtabeeld de volgende tekst: “A la mémoire chère et bénie de Dame Eugénie-Désirée Comtesse van der Meere et de Cruyshautem, née à Bruxelles le 15 mars 1795, y décédée le 7 avril 1871, épouse de Messire Pierre-Charles-Joseph Desmanet de Biesme, né à Namur le 21 janvier 1793, décédé à Bruxelles le 28 mars 1865. R.I.P.”. De woorden zijn gedeeltelijk verloren gegaan door muurvocht.

Graf Pierre Charles Desmanent de Biesme 4   Graf Pierre Charles Desmanent de Biesme 5

Het echtpaar ligt echter niet begraven onder deze kapel, wel twee van hun vier kinderen, burggravin Julie-Angélique (1829-1913) en burggraaf Frederic-Charles (1831-1902). In de grafkelder is er tevens een open kist waarin beenderen zijn verzameld van familieleden van der Meere, die vanuit een graftombe onder de vroegere Sint-Eligiuskerk werden overgebracht.

Graf Pierre Charles Desmanent de Biesme 6 Graf Pierre Charles Desmanent de Biesme 7 Graf Pierre Charles Desmanent de Biesme 8 Graf Pierre Charles Desmanent de Biesme 9

Let op de vier mooie brandramen in lood. Ze geven de wapenschilden weer van de laatste heren van Ayshove. Het venstertje links is het blazoen van graaf Willem-Jozef van der Meere (1673-1743), de overgrootoom van Eugénie-Désirée, die in 1734 het kasteel van Ayshove kocht. Merk de familiale wapenspreuk ‘Je maintiendrai’, tevens dat van het Nederlandse koningshuis. De Van der Meeres waren fervente aanhangers van de Nederlandse dynastie Oranje-Nassau. Het tweede venstertje links is het blazoen van de familie van der Meere. Het derde raampje gaf vroeger de wapenschilden weer van Jozef-Karel van der Meere (1723-1796) en van zijn echtgenote Louise-Jozefa-Joanna van Slype (1740-1814), de grootouders van Eugénie, maar was in 1975 verdwenen en werd vervangen door de kleuren rood en geel van het wapenschild van de familie Desmanet de Biesme, wat tevens de inspiratie leverde voor de gemeentelijke vlag van het vroegere Kruishoutem. Het rechtse venster geeft de blazoenen weer van respectievelijk Pierre-Charles-Joseph Desmanet de Biesme en van zijn echtgenote Eugénie van der Meere.

  • Foto’s Edwin De Borggraeve
  • GOEMINNE Jozef, De grafkapel van de laatste heren van Ayshove te Kruishoutem, Handelingen van de Geschied- en Oudheidkundige kring van Deinze, 1977, p.35-45.
  • GOEMINNE Luc, De oudste heren van Aishove-Machelen, nazaten van de heren van Oudenaarde, Jaarboek 2008, p. 11-22.
  • GOEMINNE Luc, De plaatsnaam Aishove te Kruishoutem, Jaarboek 2011, p. 62-63.
  • DE BORGGRAEVE Edwin, De samenzwering van een stelletje klaplopers. Hoe de laatste graaf van Kruishoutem de eerste koning der Belgen wou elimineren, jaarboek Hultheim 2016, p.88-125.
  • DE BORGGRAEVE Edwin, Kruishoutemse losbol smeedt complot tegen de Koning, Kruishoutemse Kronieken, 2019, p.49-50.
  • DE BORGGRAEVE Edwin, Kanonnen voor een staatsgreep, Kruishoutemse Kronieken, 2019, p.114-115.
  • OMD-brochure 10.09.2017: Het gravelijke kasteeldomein van Cruyshautem onbekend? Straks bemind!
  • VERMEULEN Julien, Gezelles overlijdensgedicht voor Francisca Coleta Claeys, Jaarboek 2021, p.148-152.

 


Vreemd gaan; het is van alle tijden.

Blauwe huik

Zij hangt haar de man een blauwe huik om’ (‘Ze bedriegt haar man’). Een huik is een mouwloze mantel. Blauw duidt op onschuld en trouw; de man is zich van niets bewust. Rood is de kleur van de liefde en overspel. Detail uit het olieverfschilderij ‘Nederlandse spreekwoorden’ van Pieter Bruegel de Oude d.d. 1559, 28 jaar nadat de Nokerse Lievine Robbens haar man François de Steur meerdere keren een blauwe huik had omgedaan.

 

De Acten en Contracten van Oudenaarde noteerden - bijna vijf eeuwen geleden - in 1531 een geval van overspel en brutaliteiten in Nokere. Zeer uitzonderlijk was dat toen niet op het platteland. Lievine Robbens, getrouwd met François de Steur, liep in Nokere en de omliggende dorpen rond met ene Daneel van Hecke. Ze hing haar man toen al 7 à 8 jaren ‘de blauwe huik om’. Als Daneel er zin in had, bleef hij bij haar slapen nadat hij haar echtgenoot met geweld uit de slaapkamer had verdreven. Hij dreigde ermee Lievine mee te nemen en de woning in brand te steken. Het kwam tot een proces. Daneel moest berouw tonen, een kaars voor het altaar plaatsen en op pelgrimstocht naar Compostella gaan.

Anno 2022 is overspel in België niet (meer) strafrechtelijk vervolgbaar.

 

 

Zie: CASTELAIN Rik, Drie generaties van Schorisse, heren van Nokere en Aishove in de 15de eeuw, jaarboek Hultheim 2021, p.16-20.

In de laatste week van augustus 1952 vond in Kruishoutem de “Nationale Week van de Kip en het Ei” plaats. Tijdens de slotzitting kwamen meer dan 500 vertegenwoordigers uit Vlaanderen en Wallonië te samen. Enige maanden voordien hadden De Kruishoutemse Marie ‘Mie’ De Stoop en Petrus ‘Pier’ Michels de kaap van 100 jaar gerond. Om beiden te eren, dachten burgemeester Amedée Vergaert en secretaris René D’Huyvetter aan een familie reuzen. Ze koppelden dit folkloristisch initiatief aan de economische aantrekkingskracht van de eiermarkt; de reuzen werden een Eierboer (Pier) en een Boterboerin (Mie). Een volksfeest sloot de “Nationale Week van de Kip en het Ei” af.

nationale week kip en ei

70 jaar geleden - op 31 augustus 1952 - werd een stoet georganiseerd met als eindpunt de markt, waar Pier en Mie in de echt werden verbonden in aanwezigheid van talrijke naburige reuzen. De inhuldiging werd gevolgd door een eierworp. Het oorspronkelijk plan was om dat te doen vanuit een helikopter. Het aangezochte bedrijf had zijn vliegend curiosum evenwel net van de hand gedaan, waardoor het eitjes gooien noodgedwongen vanuit de kerktoren gebeurde. Dit was de aanzet van de Gulden Eifeesten, die sinds 1955 het Paasweekend opvrolijken (foto genomen vanuit het gemeentehuis door ‘Zondagsvriend’ - 4 september 1952).

115 jaar geleden. Eduard De Witte (1858-1934), gewezen burgemeester van Nokere en arrondissementscommissaris van Oudenaarde, had een sortietje geplaceerd in Waregem en keerde in zijn koets terug naar zijn kasteel te Nokere. Maar nog op grondgebied Waregem bleef hij haperen tussen twee cafés: “Wareghem. BOTSING. Zondag avond, rond 8 ½ ure, kwam Hendrik Dhondt, voerman, van de kermis te Eine langs de grintbaan van Nokere naar Wareghem, per rijtuig huiswaarts gereden. Tusschen ‘De Hazewind’ en ‘ ’t Jaar 40’, aan den draai der straat, kwam het rijtuig van den heer De Witte, van Nokere, die huiswaarts reed. Beiden botsten op elkander, met het ongelukkig gevolg dat het peerd van Henri Dhondt vreeselijk aan de heup gekwetst werd. De veearts Hendrik Bouckaert heeft de wonden van het peerd toegenaaid. Een lanteern van het rijtuig van de M. De Witte was in splinters geslagen.” (Gazette van Brugge - 18 september 1907).

Blijkbaar was de baan naar Nokere te Waregem toen nog een grintweg. En inderdaad: “In 1932 wordt het historische tracé van de weg (Chemin n° 3, zogenaamd 'Chemin de Knocke à Nokere’ of Nokerestraet) rechtgetrokken en vermoedelijk ook dan pas verhard.” (Uit: Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen. Inventaris van het bouwkundig erfgoed. Provincie West-Vlaanderen - Gemeente Waregem: Deel I: Stad Waregem - Vlaamse Overheid - Brugge 2009-2010, p.212). Volgens André Braet van de Heem- en Geschiedkundige Kring ‘De Gaverstreke’ van Waregem blijkt uit hun archief echter dat de Nokersesteenweg al “in kasseien werd gelegd” in 1895.

nokerse weg den hazewind adelijke zitbank st ursmarus Nokere

Links: de bocht in de Nokerseweg tussen ‘ ’t jaar Veertig’ en ‘De Hazewind’, richting Nokere 115 jaar later. Rechts: éen van de twee adellijke zitbanken in de Sint-Ursmaruskerk te Nokere (foto’s Edwin De Borggraeve).

Eduard De Witte was een man ‘die op zijn strepen stond’. Ook in Nokere botste hij, maar dan in de figuurlijke zin van het woord. Zo eiste hij in de Sint-Ursmaruskerk de twee eiken zitbanken op die Jean-Baptiste-Joseph de Ghellinck er decennia voordien op zijn kosten had laten placeren. Hij meende als erfgenaam van de familie de Ghellinck erop aanspraak te kunnen maken. De familie di Ruffo de Bonneval van het nabije Nieuw Kasteel te Nokere kon evenwel dezelfde rechten laten gelden, en deed dat ook. Een vertwijfelde pastoor vroeg advies aan de bisschop. Deze velde een Salomonsoordeel; elke familie kreeg achteraan de kerk haar bank toegewezen.

 

Info bij: BRAET André van de Heem- en Geschiedkundige Kring ‘De Gaverstreke’ en KINDS Lieven, Acht eeuwen Nokere, uitgave in eigen beheer, 1996, p.93-94.