Welkom!

… op de website van Hultheim, de heem- en geschiedkundige kring van Kruishoutem. Hier vindt u heemkundige en historische updates over Kruishoutem, de Marolle, Lozer, Nokere, Wannegem en Lede. De laatste info staat bovenaan, voor de oudere verslagjes scrolt u naar beneden.

 

schat Arras 1 schat Arras 2

Op 21 september 1922 - aanstaande woensdag exact een eeuw geleden - spitten Kruishoutemse seizoenarbeiders in een steenbakkerij te Beaurains bij Arras (Frankrijk) twee Romeinse amforen uit de klei. Ze bevatten sieraden, juwelen en geldstukken, daterend van 118 tot 211 en van 284 tot 312 na Christus. Ze graaiden meerdere munten en ander prijzig kleinood mee en kozen hals over kop het hazenpad naar Vlaanderen. Onwetend over de waarde van wat vandaag als de grootste Romeinse muntenschat aller tijden wordt beschouwd, verspeelden, vergokten of verkochten ze hun vondsten voor een appel en een ei. De gouden munt van Constantinus Chlorus (zie de twee foto's rechts) met de afbeelding van de verovering van Londen, daterend van 297 na Christus had in 2007 een waarde van € 625.000 … (foto’s Edwin De Borggraeve).

Zes weken na de vondst van de Romeinse schat ontdekte op 4 november 1922 Howard Carter in de Vallei der Koningen het graf van de Egyptische farao Toetanchamon, wat meteen world exposure kreeg. De nochtans spectaculaire vondst te Arras raakte daardoor in het vergeetboek tot in 2007 Hultheim er een artikel aan wijdde. Een jaar later baseerde Marc de Bel zich op het verhaal voor zijn jeugdroman “De Schat van Kruisem”. Daar komt nu - 100 jaar na de fantastische archeologische vondst - een vervolg op voor jongvolwassenen met: “Stiene van de Geitenhoek”. De vraag die ieder bezighoudt, is: zijn er te Kruishoutem nu nog waardevolle Arrasmunten verborgen op tochtige zolders of in vochtige kelders? Zo ja, laat het beslist weten aan Hultheim.

 

  • DE BORGGRAEVE Edwin en DE BEL Raoul, De schat van Arras, jaarboek Hultheim 2007, p. 14-53.
  • DE BORGGRAEVE Edwin, De schat van Arras, Kruishoutemse Kronieken, 2019, p. 63-64.

ze rusten in vrede zingem lozer

Foto Edwin De Borggraeve

Op 6 september 1944 reden Daniël Beyaert, Leon D’Haene, Polycarpe Bakowski, Albert De Jaegher en André Goemans - leden van de weerstandsgroep Ouwegem-Huise-Lozer, opgericht op vraag van barones Agnès della Faille d’Huysse en Henri Van Oost - met de eerste Engelse tanks mee richting Gavere. Wegens problemen met hun camionette keerden ze in de avond terug via de Edemolen richting Lozer.

Ter hoogte van de Leegbeek, nog in Nazareth werd Goemans bij een treffen met terugtrekkende Duitse eenheden gedood: “Op tien meter van de vijandelijke hinderlaag kreeg hij de volle lading van een mitrailleur. Hij lag op de kasseien dood te bloeden. Hij probeerde steeds op te staan, maar hij kon niet, want zijn ruggengraat was afgeschoten. De hele tijd schreeuwde hij om zijn moeder. Verschrikkelijk was dat.”, aldus Daniël Beyaert. Hierop volgde een geharrewar, beschietingen, vluchten in grachten en in holle bomen. De volgende ochtend vond men de lijken van de Pool Bakowski en van Leon D’Haene. Leon Beyaert en Albert De Jaegher overleefden de Slag aan de Leegbeek. De Jaegher zou 16 dagen later, op 23 september 1944 om het leven komen bij de ontmanteling van Duitse oorlogsmunitie in Wannegem-Lede.

Jaarlijks wordt in september door de Koninklijke Verbroedering Henri Van Oost aan de Leegbeek én aan het memoriaal op het kerkhof van Lozer eer betoond aan de gevallen weerstanders. Dit jaar gaat de plechtigheid door aanstaande zondag 11 september met om 9u45’een bloemenhulde aan de Leegbeekkapel te Nazareth en om 10u30’ een eucharistieviering in de kerk van Lozer, gevolgd door een hulde aan de gedenksteen op het kerkhof.

 

Voor een verslag van de Slag aan de Leegbeek, zie: DE BORGGRAEVE Edwin, Wereldoorlog II: de bevrijding van Kruishoutem in de septemberdagen 1944, jaarboek Hultheim 2006, p. 162-164.

Info herdenkingsplechtigheid: Guy Van Houtte

Wettelijk huwen kan na aangifte bij de ambtenaar van de burgerlijke stand in de gemeente waar één van beide partners woont. Het paar trekt ten vroegste twee weken later naar het gemeentehuis, aanhoort er enkele saaie artikels uit het al even saaie Burgerlijk Wetboek, treedt officieel in het huwelijk, mag een zedige zoen geven, waarna een receptie volgt met een cavaatsje en een tsjiepke, salamietsje en kaaske. Vroeger kon dat anders én vooral … veel frivoler!

We gaan 500 jaar terug in de tijd. Jonkvrouw Marie van Rokegem, weduwe van Arent van Gavere, heer van Bevere en van Nokere, is bevriend met het lakensnijdersgezin Cabeliau. De ene familie woont te Oudenaarde in de Hoogstraat, de andere in de Neerstraat.

Le lit

Le Lit’ - Henri de Toulouse-Lautrec (1892)

Op vraag van de familie Cabeliau stelt Jonkvrouw Marie een kamer ter beschikking van Arent en zijn verloofde Grietje Van den Bossche. In plaats van met haar Arent naar het stadhuis toe te stappen, nodigt Grietje op 6 september 1522 het Oudenaardse schepencollege uit om kennis te komen nemen van hun huwelijksplannen. De schepenen steken de markt over, begeven zich naar de kamer en kloppen aan. Ze treffen er Grietje en Arent aan ‘naect ligghende te bedde tusschen de lakens’. Grietje legt omstandig uit dat ze er was ‘uit vrije wille omme te trouwen eenen wettelicken man’. Arent verklaart dat dit klopt en hij voegt er vastberaden aan toe ‘te sullen volbrengen wat sij begonnen was’, waarop de schepenen zich (uiteraard) discreet terugtrekken en in het stadhuis de huwelijksakte opstellen. Arent en Grietje zouden acht kinderen op de wereld zetten en stierven in 1571, waarschijnlijk op 75-jarige leeftijd, een respectabele en uitzonderlijke leeftijd tijdens het Ancien Regime.

Hultheim is zo vrij het schepencollege te adviseren deze praktijk van weleer her in te voeren. Dan zal Kruisem waarlijk bruisen. 

 

Info bij:

  • DE CLERCQ René, De verwantschap tussen de families d’Hollain, van Wissekerke en van der Vichte in het kader van de opeenvolgende heren van Nokere (deel II), jaarboek Hultheim 2021, p. 68.
  • CASTELAIN Rik, De mentaliteit van boeren en burgers in Oudenaarde en zijn kasselrij (15de-18de eeuw), 1987, uitgave Vereniging van vreemdelingenverkeer en monumentenzorg Oudenaarde, p. 58-59.

105 jaar geleden - begin augustus 1917 - legde tijdens WOI de Duitse bezetter een militair vliegveld aan op Zijldegemkouter naast de weg van Kruishoutem naar Oudenaarde. Het was een zgn. vliegend type, d.w.z. met loodsen in zeildoek die vlot verplaatsbaar waren. De bevelen van den Duits waren dwingend: “Op bevel der Kommandantur van Deinze zijt gij verplicht voor zondagavond al de graangewassen af te pikken - de aardappelen, de bieten, de paardeboonen en de andere daar opstaande vruchten uit te doen en alles van het land weg te voeren, zoodanig dat het gansch geruimd is, sooals hooger, voor zondag 5de Oogst. Hebt gij geen volk genoeg ter uwer beschikking, heeft gij er seffens bij te nemen. Uwe gemeente moet u daar in helpen. (…) Groote boete in geval van nalatigheid. De 4de Oogst 1917 - De Burgemeester.” De plaatselijke bevolking werd opgeëist om het vliegveld in gereedheid te brengen. Nadat de velden geruimd waren, werden de grachten gevuld en werd een terrein van ongeveer 600m op 600m geëffend.

fokker vliegtuig

Cruyshautem. Zijldegem Kouter tijdens WOI. Een Duitse Fokker kiest het luchtruim. Een Kruishoutemse jongeling ondersteunt het vleugelspan. Een natuurlijk obstakel ligt in de weg … (cartoon Marc de Bel).

Op de startbaan werden de vliegtuigen begeleid door oudere of herstellende militairen die aan de uiteinden van de vleugels meestapten. Bij het opstijgen bleven ze meelopen, want zolang het vliegmachien niet genoeg snelheid had en de staart niet van de grond was, werd het zicht van de piloot belemmerd door de neus van het toestel. Deze taak werd ook aan Kruishoutemse jongens opgelegd. Opgeëiste burgers waren belast met het verwijderen van de wielsporen. Zo konden deze niet door overvliegende Britse of Franse piloten worden opgemerkt. Tijdens de bevrijdingsdagen in november 1918 verlieten de Duitsers Zijldegemkouter. Volgens lokale overlevering zouden hun vliegtuigen niet verder zijn geraakt dan de omgeving van Nazareth. 

Tot 17 september 2023 loopt in het Archeocentrum te Velzeke een tentoonstelling over de geschiedenis van de luchtvaart van de pioniersperiode tot en met de wereldoorlogen. De expo brengt een keur aan relicten uit heel Vlaanderen bijeen. Kenners zullen de resten van een Fokker D.VII herkennen, het beruchte Duitse jachtvliegtuig uit de Eerste Wereldoorlog! Voor info, zie: Over vliegen, vallen… en opgraven! | Provinciaal Archeologisch Museum (pam-ov.be).

 

55 jaar geleden, op de middag van maandag 21 augustus 1967 wordt Wannegem opgeschrikt door het oorverdovend geluid van een laag overscherende F-84F Thunderstreak FU-12, kort erop gevolgd door twee doffe inslagen. De kleren die bij de familie Vermeeren aan de wasdraad hangen, zijn ondanks een fikse wasbeurt met Omo roetzwart. De straaljager van de Belgische luchtmacht is gecrasht in een korenveld aan de Huisepontweg ter hoogte van het kasteelpark.

Adjudant-vlieger André De Failly van het tweede smaldeel van de tweede wing van Florennes heeft zich kunnen redden met zijn schietstoel. Hangend aan zijn parachute landt hij op een nabije akker. Op de foto ziet u hem met de helm in de handen van de schrik bekomen op het voorerf van hoeve ‘t Kleinhof, v.l.n.r. geflankeerd door mevrouw Colembie, August Colembie en Gerard Thomaes (foto Charles Thomaes).

Zie ook: LECOMTE Georges, Vleugels boven Kruishoutem, jaarboek Hultheim 2010, p.122-151.