Welkom!

… op de website van Hultheim, de heem- en geschiedkundige kring van Kruishoutem. Hier vindt u heemkundige en historische updates over Kruishoutem, de Marolle, Lozer, Nokere, Wannegem en Lede. De laatste info staat bovenaan, voor de oudere verslagjes scrolt u naar beneden.

 

Aanstaande zondag 1 mei wordt er geschiedenis geschreven in Lozer. Dan bestaat Lozermei, de enige overeind gebleven religieuze ommegang in Kruishoutem immers 160 jaar !

In het Oudenaardse blad 'De Scheldegalm' van 3 mei 1863 lezen we over een eerste Lozerse bedevaart het jaar voordien: “Men schryft ons uit Huysse: Morgen, 3 mei, zal te Lozer, plegtiglyk de oktave van O.L. Vrouw der zeven Weeën geopend worden. Een luisterlyke stoet, waerby een groot getal maegdekens en meer dan 300 leden van verscheidene genootschappen, zullen den ommegang doen, door zyne Hoogw. Den Bisschop voorleden jaar ingerigt. De kapelletjes, te dier meening rond het kerkhof geplaetst en geschonken door eenige edelmoedige begiftigster, zyn de schoonste van dien aert en worden zeer veel bezocht. De versierselen en offeranden voor de maend mei, in voornoemde kerk ten gereedheid gebragt, zullen die van alle andere jaren overtreffen.”. De ommegang van 'Lozermei' werd m.a.w. in 1862 voor de eerste keer georganiseerd. 

De feestelijke affiche hieronder uit het jaar 1958 zit er dus 5 jaren naast waar ze verkondigt dat de 'Lozer-Meidagen' worden 'ingericht en onderhouden in de parochiekerk te Lozer, sedert het jaar 1867.' Bemerk tevens het doorgedreven programma, met o.a. een eerste mis op zondag om 6u30' in de prille ochtend en een Lof om 20u. 's avonds gedurende 'alle dagen der meimaand'.

Affiche lozermei 1958

                                                                                                        foto: archief Hultheim

Theodoor Van der Donckt   Graftombe Van der Donckt

Links: foto van gravure Theodoor Van der Donckt (archief Hultheim). Rechts foto grafmonument Van der Donckt-Vijvens aan de rechterzijde van het kerkhof te Kruishoutem (foto Raf Van der Donckt)

Theodoor Frans Jozef was afkomstig van Oudenaarde. Door zijn huwelijk in 1821 met Frederica Blandina Vijvens (1798-1851) kwam hij in Cruyshautem terecht. Hij was dertig jaar burgemeester van 1848 tot zijn overlijden. Vlaanderen was toen een achtergesteld gebied met armoede, drankzucht, analfabetisme, epidemieën, mislukte oogsten en grote mortaliteitscijfers. Voor hij burgemeester werd, had hij zich als arts reeds verdienstelijk gemaakt, toen cholera de regio teisterde.

Theo (in de volksmond ‘Peetse’) moderniseerde de gemeente, maar met de hand op de portemonnee. Onder zijn bestuur kwam er een nieuwe kerk (1856), een nieuwe gemeenteschool (1875), een nieuw gemeentehuis (1875) en een brandweerkorps (1850). Hij was een Vlaamsgezind en vooruitziend politieker met managerstalent. Hij was trouwens de eerste Kruishoutemnaar zonder blauw bloed die in 1852 een zitje in het Parlement wist te halen én dat 26 jaar vasthield tot zijn overlijden. Geridderd in de Leopoldsorde in 1856.

Vrolijk paasfeest uit Kruishoutem  Reuzenei Kruishoutem

 

Na de noodgedwongen onderbreking in 2020 en de digitale versie van vorig jaar haalde het Gulden Eicomité  einde januari de stekker uit de 67ste editie van de Gulden Eifeesten die dit Paasweekend zouden doorgaan. Spijtig, maar gezien de toen nog heersende onzekerheid begrijpelijk. 

Hierbij alvast een korte terugblik naar het verleden, naar 40 jaar geleden.

Toen haalde Wannegem in de aanloop naar de Gulden Eifeesten de pers met een heus ei-record. Een kieken wist een reuzenei van maar liefst 150 gram, 19 cm hoog en 19,5 cm omtrek uit het frêle lijf te wringen! Als je weet dat een kippenei doorgaans maar 60 gram weegt, met een omtrek van 14,5 cm en een hoogte van 6 cm, dan besef je meteen de grandeur van dit exploot. De trotse kippeneigenares, Rachel De Coninck, poseerde met het fenomeen in de rechterhand. De legkip zelf stond niet op de foto wegens recuperatie in het kiekenkot en was ook nog te uitgeput om zich te vertonen op de Gulden Eifeesten. Let wel, het ganse zaakje kan ook een aprilvis geweest zijn, want het verscheen in de 'Kijk Uit' van 1 april 1982.

PS - Voor de Hultheim fans die het graag 'groot zien': er is ook nog een Kersoudemse reuzenzeug op komst, maar die houden we op stal tot de voorstelling van ons 21ste jaarboek op vrijdag 9 december 2022.

Kruishoutem is gekend als de Eiergemeente, waarbij iedereen automatisch denkt aan de Gulden Eifeesten. Deze festiviteiten liggen evenwel niet aan de basis van onze naam en faam, maar zijn er nét het gevolg van.

De geschiedenis in een eierdop: de Franse Koning Louis XIV verleende in 1670 aan Kruishoutem de toelating om een jaarmarkt te houden. Dit was de aanzet tot wat wekelijkse boerenmarkten zou worden. Vanaf 1911 begonnen de Kruishoutemse broers Armand en Leo De Sloovere met grootschalige eierbroeierijen. Armand kocht toen zijn eerste broedkast die 400 eieren kon bevatten. In 1913 zwengelde Kruishoutems burgemeester Marcellin Goeminne de wekelijkse markt aan met de klemtoon op eier- en boterhandel. De eiermarkt groeide uit zijn voegen en verhuisde vanaf 1960 naar het speciaal daarvoor aangelegde Nieuw Plein. In 1955 startten onder impuls van gemeentesecretaris René D’Huyvetter de Gulden Eifeesten om een extra folkloristische touche te geven aan de renommé van de eiermarkt. Anno 2022 worden de eierprijzen nog steeds door een Kruishoutemse commissie wekelijks vastgelegd. Eiermarkt en eierveiling zijn verdwenen. Er zijn nog 2 broeierijen actief, Claeys en De Biest

 

Corpus broedkast    Gerestaureerde broedkast

Links: Hultheims erevoorzitter Raoul De Bel en milde schenker Alfred Goeminne op 1 juli 2021 met tussen beiden het corpus van de broedkast (foto Mario Verzele). Rechts: de bijna volledig gerestaureerde broedkast (foto Carl Delacauw).

De eerste houten broedkasten werden in de USA gemaakt. Schrijnwerker Bohez te Olsene kreeg in de jaren ‘30 de toelating om de kasten te verdelen. Na WOII begon zijn firma er zelf te maken onder de naam Petersime. Alfred Goeminne, achterkleinzoon van burgemeester Marcellin Goeminne en beschermlid van Hultheim, schonk in 2021 aan Hultheim een dergelijke broedkast. Ze werd vakkundig gerenoveerd door Raoul De Bel, Juan Delva, Jan Verzelen en Jean-Pierre De Ruyck. Dit uniek stuk erfgoed krijgt na schenking van Hultheim aan het gemeentebestuur van Kruisem een ereplaats in de inkomhall van het gemeentehuis te Kruishoutem.

  • VAN DER MEEREN Chris, Kruishoutems glorierijke geschiedenis van markt, kip en ei. Van Lodewijk XIV’s oorkonde tot Europese eiermarkt, jaarboek Hultheim 2015, p. 100-143.
  • DE BORGGRAEVE Edwin, Kruishoutem en het ei, Kruishoutemse Kronieken, 2019, p. 106-107.
  • Het ei van Kruishoutem, uitgeverij Borgerhoff & Lamberigts, 2014.

Amerkahuis

foto van het Amerikahuis door Erik C. Dewaele

Een watermolen ? Dat kennen we. Een windmolen ? Idem dito. Maar een windwatermolen? Dat kan alleen maar in Kruishoutem.

In een dal tegen de grens met Wannegem stond bij het Amerikahuis (samenkomst van de Zevekotstraat en ’t Leeghoek) ooit een korenwatermolen op de Plankbeek, amper een kleine halve kilometer van de bron verwijderd. De beek is daar niet meer dan een kleine gracht. Louis Vander Straeten, die eigenaar werd van de site in 1853, zag onmiddellijk in dat het waterdebiet en -verval van de beek er veel te klein was om de molen draaiende te houden. 

Hij besloot tot de bouw van een windmolen óp de watermolen. Die kwam er in 1854. Hoe de constructie eruit zag, merkt u op de tekening bij de vergunningsaanvraag van toen. Het is een kleine houten staakmolen opgericht op het bestaande stenen molenkot. Hiermee lijkt de windwatermolen vrij goed op de Kruishoutemse Keimolen, waarvan de stenen onderbouw overeind bleef tot 1959. Windvang uitgerekend in een dalgebied amper 20m boven de zeespiegel was echter een al even onbezonnen idee als de watermolen zelf. In de stenen onderbouw werd in 1857 voor de aandrijving noodgedwongen een stoommachine geïnstalleerd. In 1874 werd het bouwwerk afgebroken. Het had amper 20 jaar gefunctioneerd.

 Keimolen Kruishoutem       Constructietekening Wind Watermolen  

Links: de Keimolen Kruishoutem (detail postkaart archief Raoul De Bel). Rechts: de constructietekening van de winterwatermolen van het Amerikahuis bij de vergunningsaanvraag in 1854.

En van waar de benaming Amerikahuis? In 1846 was Jan Baptist Ceuterick uit Wannegem op de site komen wonen. In het bevolkingsregister van Wannegem staat dat jaar bij de persoon evenwel vermeld: “ingescheept op den 16 november 1846 voor een overzeesche reis”, inderdaad naar The United States of America. De volksmond moest niet ver zoeken om aan het huis meteen deze - toen zeker nog exotisch klinkende - naam te geven.

Info bij: GOEMINNE Luc en DE BEL Raoul, De merkwaardige water-windmolen bij het Amerikahuis te Kruishoutem, jaarboek Hultheim 2008, p.149-151. Research in bevolkingsregisters Wannegem: Chris Van der Meeren.