Welkom!

… op de website van Hultheim, de heem- en geschiedkundige kring van Kruishoutem. Hier vindt u heemkundige en historische updates over Kruishoutem, de Marolle, Lozer, Nokere, Wannegem en Lede. De laatste info staat bovenaan, voor de oudere verslagjes scrolt u naar beneden.

 

Brand Burgers werken samen om brand te blussen

http://schuylermansion.blogspot.com: “Burgers werken samen om brand met emmers water te bestrijden”

95 jaar geleden stond Nokeredorp in rep en roer. Een hevige brand was uitgebroken in het huis van handelaar Aimé Nollens en zou het overigens volledig in de as leggen.

Maar, de buren staken onmiddellijk de handen uit de mouwen. Een prachtvoorbeeld van solidariteit dat groter onheil wist te voorkomen. Mensenlevens werden gespaard. Dieren daarentegen waren een prooi van de vlammen: “Alhier is een hevige brand uitgebroken bij Aimé Nollens, handelaar alhier, en wonende op de Dorpplaats. Het vuur dat ontstaan was in het wagenkot breidde zich bliksemsnel uit en vormde weldra een grooten vuurpoel. Dank zij de tusschenkomst van toegesnelde geburen die onmiddellijk met al wat eenigszins in hunne macht was het vernielend element aanvielen, gelukten zij er in na een ieverig werken het aanpalend woonhuis te vrijwaren. Al de andere gebouwen, remise, paardenstal zijn vernield en de prooi der vlammen geworden, alsook een wagen geladen met 300 kgr. aardappelen; verder hooi, strooi, kolen; ook eene vaars en eene geit kwamen in de vlammen om. De duiven welke op den zolder der aanpalende woning zaten, vonden den dood door verstikking der hevige rookwolken. De oorzaak van den brand is onbekend.” (De Volksstem - 9 maart 1927).

Het historisch feit deed zich 95 jaar geleden voor in Cruyshautem. Het persartikel in ‘De Gentenaar’ van 20 maart 1927 baadt in een warme gloed voor de devote 103-jarige Charlotte Herlinde Goeminne: “We gelooven dat de eeuwelinge van Cruyshautem tegenwoordig de ‘dekenin’ is der Belgische honderdjarigen. Herlindis Goeminne, weduwe van Joannes Impe bewoont een renteniershuis in de Brugstraat te Cruyshautem. Mevr. Impe zag het levenslicht den 18 October 1823, zij gaat dus op haar honderd en vierde jaar. (...) ”.

Charlotte Herlinde Goeminne 103jaar

Met het schrijden der jaren heeft een mens meer verleden dan toekomst. Nostalgisch mijmeren over ‘diene goeden ouden tijd’, wie doet het niet vanaf een bepaalde ouderdom? … En ook Herlindis koestert zich daarbij in de menselijke begoocheling dat het vroeger zoveel beter was dan nu: “Mevrouw Impe weet een wonder groot verschil te maken tusschen haar tijd en den tijd die we tegenwoordig beleven. In mijn tijd, zoo wist ze te zeggen, waren de menschen veel anders dan nu. Ze wisten hun zuurgewonnen centen te sparen in plaats van ze te verkwisten aan alle slag van spel. Ze waren deftig, maar eenvoudig gekleed, en ’t vrouwvolk was nog het eenvoudigst van al. (..) ’s Zondags was ’t waarlijk de dag des Heeren: al die kon, ging niet alleen naar de H. Mis, maar ook naar de vespers; ’s namiddags waren de kerken zoowel bezet als in den morgend. Maar nu, ’t vrouwvolk zoowel als mannevolk, pakt een velo en rolt de parochie uit God weet waarheen. Dat de menschen een beetje meer aan hun ziel dan aan hun lichaam dachten, ze weten niet hoe wel ze zouden doen”.

Herlindis hield wel van de Heer, maar voelde zich toch niet geroepen om meteen voor Hem te verschijnen: “Als men aan de moedige eeuwelinge vraagt hoe lang ze nog hoopt te leven, dan denkt ze het met Gods hulp nog vijf jaar uit te houden: dan ben ‘k 108 jaar en dat zal reeds kunnen gaan. En ze glimlacht nogmaals.” (De Gentenaar - 20 maart 1927). Ze kon haar voornemen niet waarmaken. Charlotte Herlindis werd 105 jaar; ze wisselde het tijdelijke voor het eeuwige een kleine twee jaar na het interview, op 21 januari 1929.

Zie ook:

Danilith Nokere Koerse is dit jaar aan haar 76ste editie toe. Op 23 april 1947 - 75 jaar geleden - werd Kruisems Mooiste - toen nog onder de naam Grote Prijs Jules Lowie - voor de vierde keer gereden met 132 profs aan de start.

Berten Sercu 1947

Berten Sercu na zijn overwinning in Kruisems Mooiste 1947 (copyright website Nokere Koerse)

Winnaar werd Albert ‘Berten’ Sercu (1918-1978), vader van piste- en zesdaagsenkampioen Patrick Sercu (1944-2019). Berten was prof van 1939 tot 1952 en zegevierde 32 keer, waaronder in 1945 in maar liefst 23 kermiskoersen. Kwalitatief zou 1947 zijn topjaar worden met overwinningen in Nokere Koerse, Omloop Het Volk, Brussel-Izegem, Dwars door Vlaanderen en twee ritten in de Ronde van België. Sercu senior staat in de wielerannalen geboekstaafd als een ‘kampioen zonder topzege’. Hij drukte zijn stempel op tal van topwedstrijden maar kon het zelden afmaken: 5de in Parijs-Roubaix 1943 (waarin Nokeraar Jules Lowie 2de werd na Marcel Kint), 2de in de Ronde van Vlaanderen van 1943 en 1945, 2de in het WK op de weg in 1947, 2de in Parijs Brussel in 1948.

In de herfst van zijn carrière legde vader Sercu zich toe op het pistewerk, een branche waarin hij later zijn zoon Patrick met succes zou lanceren. In 1951 werd Berten met Valère Ollivier Europees Kampioen ploegkoers op de baan.

'Berten' Sercu: een waardige naam op een waardig palmares van een waardige wedstrijd.

Ruzie 1882

Zeker als die twee aan het twisten gaan. Boer De Groote uit Cruishoutem had het 140 jaar geleden niet zo begrepen. Met (uiteraard) noodlottig gevolg: “Ziehier eenige bijzonderheden over den moord, zondag te Cruishoutem gepleegd: de genaamde Desideer Veyns, landbouwer, was ’s nachts uit eene herberg gekomen met zekeren Adolf Creteur, oud 24 jaar. Beiden waren dronken; onderweg kregen ze ruzie en werden handgemeen. De landbouwer Henri De Groote, is op het geroep van Creteur buiten gekomen, en schijnt dan aan het vechten gegaan te zijn met Veyns. Creteur heeft in een zijner vingers een diepe wonde bekomen; Veyns bekwam twee wonden aan het hoofd, die zijnen dood voor gevolg gehad hebben. Die wonden zijn toegebracht bijmiddel van een zeer snijdend werktuig, dat niet terug gevonden is.” (Het Land van Aelst - 5 maart 1882).

  Graf Jean Baron Casier

foto Edwin De Borggraeve

Baron Jean (1908-2008) was een telg uit de adellijke familie Casier. Hij werd geboren te Waregem in het kasteel aan de Stationsstraat. Na zijn huwelijk in 1939 met Marie-Anne Desclée de Maredsous nam het echtpaar zijn intrek in het kasteel van Nokere. Baron Jean werkte als technisch ingenieur in de vlasspinnerij van de familie in Gent, en werd nationaal en internationaal bekend nadat hij in 1966 voorzitter was geworden van de Koninklijke Waregemse Koersmaatschappij. Die vereniging organiseert elk jaar de Grote Steeple Chase van Vlaanderen op de eerste dinsdag na de laatste zondag van augustus. Baron Casier zorgde tijdens zijn voorzitterschap voor de opbloei van Waregem Koerse en maakte Waregem bekend als ‘paardenstad’. In 1988 kreeg hij er de titel van ereburger.

Ook in Nokere liet hij zich niet onbetuigd. Hij ondersteunde het lokale verenigingsleven, was voorzitter van de koninklijke fanfare Sint-Cecilia en stond na WOII in voor de herstart van de paardenwijding n.a.v. de Sint-Hubertusviering, tradities die door zoon Baron Philippe worden verdergezet. Baron Jean Casier overleed 8 maanden voor hij de kaap van 100 jaar zou ronden.