Welkom!

… op de website van Hultheim, de heem- en geschiedkundige kring van Kruishoutem. Hier vindt u heemkundige en historische updates over Kruishoutem, de Marolle, Lozer, Nokere, Wannegem en Lede. De laatste info staat bovenaan, voor de oudere verslagjes scrolt u naar beneden.

 

en een plek onder de zon en altijd iemand in de buurt die van me houden kon.“. Het Goede Doel zong het in 1988, René Froger maakte er vier jaar later een hit van.

Nou, dat ‘eigen huis’ of zelfs maar een dak boven het hoofd tout court was 95 jaar geleden toch geen evidentie in onze Eiergemeente: “CRUYSHAUTEM. Hier gelijk elders heerscht er ook nog woningnood. Een huisgezin woonde in een ellendig hutteken, waarvan het dak nu ingevallen is. En toch moeten zij blijven inwonen bij gebrek aan een andere woning. Een inwoner, met name Thurke de Vluchteling verblijft, bij gebrek aan woning, in het gevang van het gemeentehuis of “in den bak” zeggen de menschen. Of de deugnieten en schelmen daarover tevreden zijn! De gemeenteraad was zinnens een paar barakken van het front te koopen … maar ze waren te laat!” (De Gentenaar - 15.02.1927).

Dit krantenbericht dateert van 8 jaar en 3 maanden na het einde van WOI. Het centrum van de Eiergemeente had in de oktoberdagen van 1918 beschietingen door Franse, Amerikaanse en Duitse legereenheden moeten ondergaan. Volgens pastoor-deken Jan-Alois Van Bogaert waren toen minstens 200 woningen beschadigd. Blijkbaar reageerde het Kruishoutemse gemeentebestuur te laks om voorlopige woningen die na de oorlog in de Westhoek waren opgetrokken en intussen weer viijkwamen, op te kopen om de woningschaarste alhier op te vangen. 

Na het einde van WOI stond in de frontstreek van de Westhoek amper nog een huis overeind. Het Koning Albertfonds maakte werk van de constructie van houten huizen (de zgn. K.A.F.-barakken), waarin terugkomers een eerste onderkomen konden vinden. De Belgische overheid kocht van het Britse leger ook zgn. Nissen Huts op (gebogen daken van golfplaten), genoemd naar de Canadees Peter Norman Nissen, die in 1917 deze constructie had bedacht. Toch volstond dit alles niet; in de winter van 1919-1920 waren er 25.000 tijdelijke woonplaatsen klaar voor 45.000 teruggekeerde gezinnen. Door de heropbouw kwamen in de jaren nadien houten barakken en Nissen Huts vrij te staan. Het is daarop dat de laatste zin van het artikel zinspeelt.

Zie:

  • DE BORGGRAEVE Edwin, Kruishoutem in de parochiale oorlogsverslagen van 1919, jaarboek Hultheim 2019, p.195.
  • VAN DUYSE Johan, 1919. Een jaar van (on)vrede, uitgeverij Aspekt, 2019, p. 115.

 

Hof Te Wijkhuyse

                                                                                                    foto Edwin De Borggraeve 2021

Dit hof is één der oudste boerderijen van Kruishoutem. U ziet het in al zijn historische glorie aan de Wijkhuizestraat in de buurt van ‘de Zandvleuge’ tussen de Marolle en Lozer. De nog steeds deels omwalde herenhoeve was de vroegere zetel van de heerlijkheid Wyckhuyse, het grootste en belangrijkste achterleen van de heerlijkheid Ayshove. Hof en leen zijn genoemd naar de familie Wichuus, die reeds wordt vermeld in 1400 en eigenaars bleven tot 1801. Het geslacht had trouwens meerdere eigendommen in Kruishoutem, o.a. ook het Hof de Rode Poorte. De Wichuuzen zouden naar Kruishoutem zijn gekomen als baljuws van Geraard van Schorisse, heer van Ayshove door diens huwelijk met Margaretha van Steenhuise. Het Wijckhuize leen was aan de heren van Ayshove een jaarlijkse rente verschuldigd van 40 halsteren koren, 3 vaten en een steekvat evene (soort haver), 6 ganzen, 33 kiekens, 3 pd. en 3 sch. Het leen Wijckhuize had een baljuw, 7 schepenen, 10 leenmannen en een griffier om recht te doen. Opgravingen in de omgeving brachten in 1997 middeleeuws materiaal aan het licht, waardoor de geschiedenis van de site zelfs tot de 10de eeuw zou kunnen teruggaan.

In 1801 werd het Hof te Wijckhuize in een openbare veiling te Deinze aangekocht door baron della Faille d'Huysse. In de vijftiger jaren van de vorige eeuw werd Cyriel Cackaert eigenaar van de hoeve. De familie Caeckaert verkocht ongeveer 30 jaar geleden de hoeve aan natuursteenbedrijf Brachot. De actuele eigenaar, tevens de bezieler van het museum Shoes or no shoes (vroegere galerij Veranneman), heeft het goed met zorg en smaak gerenoveerd.

Info bij:

  • CASTELAIN Rik, Wychuuse, leen van Aishove in Kruishoutem (13de-15de eeuw), jaarboek Hultheim 2008, p.45-51.
  • GOEMINNE Jozef, Bijdrage tot de geschiedenis van Kruishoutem, 1955, in ‘Bijdragen tot de geschiedenis der stad Deinze en van het land aan Leie en Schelde’, 1955, p.98-102.
  • Raoul De Bel.

De dronkaard 1898

                                    De dronkaard’, schilderij van Eugène Laermans (1864-1940) in 1898, 1 jaar na het krantenartikel hieronder (foto: J. Geleyns)

We verslikten ons bijna in ons jeneverglas bij het lezen van het volgende krantenbericht: “Tegen de volksvergiftiging - In ‘De Landbouw’, orgaan van den ‘Landbouwersbond van Oost-Vlaanderen’ stelt een briefwisselaar uit Wannegem-Lede (5 januari) volgenden maatregel tegen de geneverplaag voor. “Alle herbergiers zouden eene borgsom moeten storten op dewelke de boeten, bij drankschenken aan dronkaards en na de uur, toegepast met strengheid, zouden geheven worden. Aldus zouden de treffelijke herbergiers alleen bestaan en zou men niet alleman zien eene herberg houden.” (Gazette van Brugge - 27.01.1897).

Haalde de Belgische regering voor haar coronamaatregelen 125 jaar later de mosterd bij deze Wannegem-Leedse lezersbrief? Laten we eerlijk zijn; de kans is klein. De context is overigens ook totaal anders. Toen wou de Wannegem-Ledenaar een maatregel aanreiken ter bestrijding van de plaag der drankzucht. De actuele ingrepen zijn ingegeven ter bestrijding van een pandemie. Hoe dan ook, er zijn toch enkele gelijkenissen tussen toen en nu: sinds de vierde golf moet de horeca op 'de uur' (eerst om 23u, sinds einde januari om middernacht) sluiten en hierop wordt gecontroleerd op straffe van 'de boeten'.

PS. - Als neutrale organisatie neemt Hultheim met deze update geen standpunt in betreffende overheidsmaatregelen inzake corona.

… maar tuimelde wel twee keer van zijn kerktoren.

Een eerste maal gebeurde dit op zaterdag 11 juni 1938. Dorpsherder Gustave Gabriëls (1882-1962) was net toe aan zijn tomatensoep met ballekens, toen door een aardschok de schoorsteen door het dak van zijn pastorie donderde én de weerhaan van de Sint-Machutuskerk naar beneden keilde. Het betrof de hevigste in België tot heden geregistreerde aardbeving met het epicentrum in de nabije omgeving, nl. te Zulzeke-Nukerke op een diepte van 19km. Er vielen in België drie doden, waarvan één in Kruishoutem.

Een tweede keer werd de weerhaan op woensdag 18 maart 1970 door een blikseminslag van het torenkruis afgeslagen. Het duurde 10 jaar vooraleer een nieuw kruis en haan op de kerktoren zouden prijken. Het oude kruisbeeld met de door de bliksem verwrongen bovenstang werd in de noordoostelijke hoek van het kerkhof neergepoot en staat er nu nog steeds.

Hoe komt het trouwens dat kruis en haan nu scheef op de torenspits staan? Welnu, dat leest u in het recente jubileumjaarboek 2021 van Hultheim in het artikel: “Machutus stond machteloos. De strijd van de kerk van Wannegem tegen natuur en tijd.” op p. 147.

Nokerse versie De bel doet het niet

(www.bol.com/nl/nl/p/30-jaar-samson-gert)

In het huis van Gert en Samson binnenkomen, het is niet vanzelfsprekend. Iedere bezoeker - zelfs de burgemeester - moet hard op de deur kloppen, “want de bel doet het niet”. Gert Verhulst, Hans Bourlon en Danny Verbiest - de bedenkers van het succesvolle kinderprogramma - haalden de mosterd misschien wel in Nokere, waar zich 155 jaar geleden het volgende fait divers voordeed. Toen echter met noodlottig gevolg en beslist niet voor kinderogen bestemd.

GENT, 16 jan. - Den 13 dezer maand, omtrent middernacht, is de genaamde F. Moreels, oud 40 jaren, werkman, wonende te Cruyshautem, op het venster gaan kloppen van den genaamden E. Coorevits, wever te Nokere; deze zat aan de stoof met zijne vrouw, zijnen zoon, Leander, Aug. De Baere, zoon, mulder te Cruishautem en Karel Coorevits, cigaarmaker te Nokere. Deze laatste vroeg wat er was, zonder antwoord te bekomen. Moreels klopte opnieuw aan het venster en daarna op de voordeur. Ed. Coorevits vernieuwde zijne vraag, er bijvoegende dat men zich moest gerust houden. Nog geen antwoord bekomende, stapte hij ten huze uit en bracht aan Moreels, bij middel van een scherp werktuig, een zoo hevigen slag toe, dat deze ter plaatse dood bleef. Coorevits heeft ten 4 ure ’s morgens, in de richting van Frankrijk, de vlucht genomen.” (Het Handelsblad - 17 januari 1867).